Categorieën
pers

Blijf digitale stress de baas!

Wordt u soms horendol van die eindeloze stroom e-mails?

Of slaat u tilt als de telefoon en gsm tegelijk rinkelen?

Dan lijdt u aan de allernieuwste ziekte: digitale stress!

Dat de gsm een fantastische uitvinding is, zal (bijna) niemand ontkennen. Door dit kleinood kunnen we altijd en overal telefoneren. Handig als u wegens een file niet op tijd zult zijn voor uw afspraak, of als u in de supermarkt graag even met het thuisfront wil overleggen voor het avondeten. Doordat we voortdurend bereikbaar zijn voor de buitenwereld, missen we bovendien geen enkele interessante uitnodiging.

Ook de komst van e-mail heeft ons leven een stuk makkelijker gemaakt. Een e-mail gaat sneller dan een brief, is discreter dan een telefoontje en persoonlijker dan een fax. Maar helaas brengen deze hoogtechnologische snufjes niet alleen comfort met zich mee. De komst van de gsm en e-mail versnelt namelijk ook het levensritme, wat voor sommige mensen wel eens resulteert in een opgejaagd gevoel. Soms worden we zó overstelpt door e-mailberichten dat we niet meer weten wat we het eerst moeten bekijken. Als u op uw werk dan ook nog voortdurend wordt opgebeld op uw gsm, moet u iedere keer stoppen waar u mee bezig bent. En dat kan behoorlijk wat stress veroorzaken.

‘Wordt geen elektronica-slaaf! U hoeft niet altijd bereikbaar te zijn op uw gsm.
Ook e-mails kunt u rustig laten wachten tot het geschikte moment.’

Als u door het bos de bomen niet meer ziet…

Natuurlijk heeft niet iedereen die veel mails ontvangt of vaak wordt opgebeld, last van digitale stress. Hoe kunnen we de slachtoffers van de moderne technologie herkennen? Hoe weet u of uw stress misschien van digitale oorsprong is?

Paul Koeck, arts en stressbegeleider, geeft cursussen over ‘stress door e-mail en gsm’ en is dus specialist ter zake. “Als u er maar niet in slaagt om uw mailbox leeg te maken, als u uw mailtjes naar huis begint door te sturen, of ze uitprint om ze ’s avonds thuis rustig te kunnen lezen, hebt u waarschijnlijk last van digitale stress. Bent u gemakkelijk afgeleid door een binnenkomende mail of bent u de draad van uw bezigheden even kwijt telkens als uw werkritme wordt onderbroken door telefoontjes? Ook dat is een symptoom van digitale stress. Net als bij gewone stress, kunt u door digitale stress minder helder denken en minder efficiënt werken. Soms voelt u zich bang en onzeker. U hebt het gevoel dat de wereld u overvalt, dat u de controle op uw omgeving verliest. Door het teveel aan communicatie – de zondvloed van e-mails, de talloze telefoontjes – raakt u in de war en verliest u zich in de details. U werkt niets meer af omdat u bij iedere werkonderbreking niet meer weet wat u nu weer het eerst moet of wilt doen. Vertwijfeld vraagt u zichzelf af: eerst deze mail beantwoorden, de papieren in orde brengen naar aanleiding van dat laatste telefoontje of uw ‘te-doen-lijst’ verder afwerken? Stel u even voor dat u voor elk binnenkomend telefoontje of ontvangen e-mail en plaknotitie op uw bureau zou plakken. Het duurt echt niet lang voor u niet meer weet welke notitie belangrijk was en eerst moest worden afgehandeld.

In de arbeidspsychologie hebben we trouwens een term voor mensen die niet meer efficiënt kunnen werken doordat ze niet langer het bos door de bomen kunnen zien: ‘presenteïsme’. De werknemer is lichamelijk wel aanwezig, maar zijn geest werkt niet zo helder als het hoort. Wie dit soort stress niet aanpakt, komt in een vicieuze cirkel terecht. Door stress bent u immers minder goed in staat om grenzen te trekken en uw tijd logisch in te delen, en kunt u nog moeilijk ‘nee’ zeggen. Dit zijn net de vaardigheden die u nodig hebt om uw werk opnieuw in handen te nemen.

Gsm-stress? Kies uw ‘bereikbare’ uren

Een gsm op zak? Makkelijk, want u bent altijd bereikbaar. Helaas ook op momenten dat u dat liever niet bent. Om het even wat u aan het doen bent, het gerinkel van uw gsm kan u er hinderlijk bij storen. Maak daarom met gezond verstand gebruik van uw mobiele telefoon.

  • Hoe meer u zelf het heft in handen neemt en controle over de situatie krijgt, hoe minder stress. Bepaal zélf wanneer u gestoord wil worden en wanneer u niet beschikbaar bent. Schakel uw gsm bijvoorbeeld nu en dan een uur uit. Of neem de gewoonte om uw gsm uit te schakelen als u werkt – of juist als u niét werkt. Belangrijk is wel dat u in uw boodschap op het antwoordapparaat vermeldt wanneer u wel bereikbaar bent. Bijvoorbeeld: ‘ik ben elke ochtend telefonisch bereikbaar tussen 9 en 10 uur’. Als u dan effectief een uur lang uw telefonische boodschappen beantwoordt, zullen uw contactpersonen dat vrij snel weten en u de rest van de dag minder vaak storen. Uw gsm gewoon uitschakelen is vaak geen oplossing, omdat u dan vaker op uw privénummer wordt opgebeld.
  • Bent u met een dringende job bezig. Laat uw gsm rinkelen en beluister uw mailbox zodra u vrij bent.

Mailbox-stress? Filteren, sorteren, groeperen!

U hebt het vast ook al meegemaakt: u komt terug uit vakantie en u vindt meer dan 300 berichten in uw mailbox. De digitale stress slaat toe. Hoe werkt u deze mails het efficiëntste weg? Hoe verliest u zo weinig mogelijk tijd met het beantwoorden van al die elektronische post?

  • Stel prioriteiten: welke mails zijn belangrijk, welke niet? Alles tegelijk doen, dat kan nu eenmaal niet.
  • Probeer uw mails te filteren, bijvoorbeeld door alle e-mails die u als ‘CC’ (conforme copy) worden doorgestuurd, in een andere map te laten arriveren, zodat u onmiddellijk ziet welke mails rechtstreeks aan u zijn gericht. Zogenoemde junkmail (nutteloze mails, reclame, ongevraagde grapjes, …) vermijdt u ook met een filter.
  • Misschien ontvangt u van een bepaald iemand vaak mails waar u absoluut geen boodschap aan hebt. Vraag hem/haar dan, u dat soort mails niet langer te sturen.
  • Doseer uw ‘mail-tijd’. Bepaal van tevoren hoeveel tijd u wil spenderen aan het lezen en beantwoorden van mails. En bouw er een vast tijdsblok voor in: bijvoorbeeld, elke voormiddag van 10 tot 11 uur.
  • Als u uw mailbox opent telkens het envelopje begint te knipperen, laat u uw werkritme voortdurend verstoren en moet u uw aandacht teveel verdelen. Open dus uw mailbox enkel op gezette tijden, die u zelf bepaalt. Bijvoorbeeld, ’s morgens voor u begint te werken, net na de lunch en een kwartiertje voor uw werkdag erop zit. U zult er versteld van staan hoeveel werktijd u er op die manier bij krijgt!
  • Bewaart u honderden mails waarvan u denkt dat u er ooit nog eens iets mee kunt doen, maar raakt u ontmoedigd omdat die lijst blijft aangroeien? Maak een map ‘te sorteren mails’. Dan begint u met een schone lei, wat psychologisch heel belangrijk is. Maak wel af en toe tijd om die map op te ruimen en zo weinig mogelijk mails over te houden.
  • Bent u geabonneerd op nieuwsbrieven. Laat ze rechtstreeks in de map ‘nieuwsbrieven’ terechtkomen.

De digitale wereld in giga-cijfers

  • Sommige marketingbureaus verwachten dat we in 2002 wereldwijd zo’n 10 triljoen e-mails zullen verzenden. In 2001 waren dat er nog ‘maar’ zowat 31 miljard, wat neerkomt op ongeveer 85 miljoen mails per dag.
  • Inmiddels hebben 6 op 7 Europeanen een mobiele telefoon, waarmee bijna 750 miljoen sms’jes per dag worden verstuurd. En elke dag worden het er nog meer. In België alleen al zouden momenteel dagelijks zo’n 9 miljoen sms’jes de wereld worden ingestuurd, wat neerkomt op 6250 per seconde!
  • In 2001 waren er in België 7.690.000 gsm’s in gebruik. Niet slecht voor een land met ruim 10 miljoen inwoners. Toch hebben niet evenveel mensen in België een mobiele telefoon. Blijkbaar vinden sommigen het handiger om over 2 gsm’s te beschikken: één voor het werk en één privé.
  • Gemiddeld zijn werknemers 49 minuten per dag zoet met het openen en beantwoorden van hun e-mails. Het grootste deel daarvan komt van collega’s. Volgens het Amerikaanse onderzoeksbureau Gartner is een derde van deze mails ‘misplaatst of nutteloos’. Zo wordt bijvoorbeeld vaak ‘bedankt’ of ‘goed ontvangen’ gemaild: overbodige boodschappen. Gebruikers zouden bijna 10 maanden van hun leven spenderen aan e-mail

Download het volledig artikel: (pdf) Blijf digitale stress de baas

 

Categorieën
pers

Stress, stress, stress! Er is wat aan te doen!

Gillend kind in de supermarkt? Overvolle agenda? Monsterfile? Even heel diep ademhalen, en dan…
Marianne over stress in haar relatie
“Steven heeft het zo druk dat hij voor niets of niemand aandacht heeft. Ik hou dit niet meer uit”

“De laatste tijd loopt de spanning thuis hoog op. Steven werkt hard aan een project op het werk, zó hard dat hij voor niets anders nog aandacht heeft. Al wekenlang loop ik op mijn lip te bijten, omdat ik weet dat hij het zo druk heeft, maar te veel is te veel. Over vier maanden wordt ons eerste kind geboren, maar het lijkt wel alsof het hem allemaal niet aangaat. Ik heb momenteel geen werk, ik voel me eenzaam en onzeker, Ik heb gewoon behoefte aan iemand met wie ik ‘s avonds kan praten. Toen ik het er gisteren totaal overstuur allemaal uitgooide. werd hij op zijn beurt boos op mij. Ik gedroeg me egoïstisch en verwend, en het was toch voor mij en de baby dat hij zich uit de naad werkte’ De verwijten vlogen heen en weer, er werd met deuren gegooid en toen werd het weer veel te stil. Ik kijk niet meer uit naar zijn thuiskomst, in tegendeel zelfs. Het enige wat ik kan denken is: hoe asociaal zal hij zich nu weer gedragen? Zal hij twee of drie zinnen tegen mij gezegd hebben tegen het eind van de avond? Nooit geweten dat nietsdoen en wachten voor zoveel stress kon zorgen…”

Marianne over stress in haar relatie
Advies voor Marianne
“Zoek zelf een klankbord en geef hem erkenning voor de drukte op zijn werk, dat neemt de druk ook gedeeltelijk bij hem weg”

Marianne heeft de neiging haar man te veranderen, maar ze merkt dat dit niet lukt. Het gevolg: nog meer stress, omdat ze voelt dat ze de controle verliest. Want daar gaat het precies om bij stress: het gevoel de controle te verliezen. Eerste belangrijke stap voor haar is uit haar slachtofferrol stappen. Hoe moeilijk het haar misschien ook valt. Maar op dit moment is het belangrijk dat ze zich opnieuw focust op de redenen waarom ze van hem is gaan houden. Zolang ze probleemgericht denkt, denkt ze krampachtig en ziet ze geen oplossingen meer. Alles wat ze zegt, zal bij haar man als een verwijt overkomen. Twee mensen die zich krampachtig gedragen, versterken elkaars onzekerheid. Het kan echter volstaan dat een van hen een stap in de goede richting zet, waardoor ook de ander eruit geraakt. Toegegeven, dat vraagt moed. Moed om opnieuw te proberen voelen wat je toen voelde, door herinneringen op te halen, door leuke anekdotes te vertellen, door om het even wat je hierbij kan helpen. Als je eenmaal dat gevoel, of op zijn minst de herinnering eraan, opnieuw vastkrijgt, dan kun je aan de slag met de manier waarop je communiceert. De boodschap mag niet zijn: ‘Jij moet veranderen’, want dat resulteert onvermijdelijk in een gevoel van controleverlies – en dus stress – bij Steven. Vergeet niet dat hij al overvraagd is op het werk, en nu blijkt dat hij thuis ook al niets goeds meer kan doen! Als Marianne Steven echter vertelt dat ze zich de laatste tijd een beetje eenzaam voelt, maar dat ze best begrijpt dat hij het ook moeilijk heeft geeft ze hem erkenning. Het resultaat? Opluchting. Ook belangrijk voor Marianne is dat ze op tijd een klankbord zoekt. Dat kan om het even wie zijn bij wie ze zich goed voelt: een vriendin, haar moeder, een zus… En ze mag tegen hen best expliciet zeggen dat ze geen concreet advies zoekt – want goedmenende vrienden staan daar soms iets te snel mee klaar – maar dat ze wel heel graag haar verhaal eens kwijt wil. Wie een stevig sociaal netwerk om zich heen weeft, zal minder snel de stap naar professionele hulp hoeven te zetten.

Eva over opvoedingsstress met haar peuter

“Als Bram zijn zin niet krijgt, slaat hij paars uit van woede. Toppunt is de beruchte supermarktscène”

“Mijn zoontje Bram van twee is een peuter met temperament en dat zullen we geweten hebben. Als hij zijn zin niet krijgt, slaat hij bijna paars uit van woede. Thuis krijgen we hem nog wel de baas, tenminste, als wij erin slagen ons rustig te houden. Vijf minuutjes afkoelen in de gang – daar kan hij niets kapotmaken – wil wel eens helpen. Erger wordt het wanneer we onder de mensen moeten komen. Een dramatische piek in opvoedkundige miserie bereiken we meestal in de supermarkt, het liefst wanneer er overal lange rijen aan de kassa’s staan. ‘Mama, snoepje hebben!’ zeurt hij. Een discrete ‘nee hoor, nu niet’ werkt averechts. ‘Snoep- je hébbéééé!’ klinkt het luider. Hem proberen te sussen dan maar. ‘Ssst, niet doen, flink zijn, even wachten, als je nu even flink bent, krijg je straks een koekje’, en meer van die dingen. Olie op het vuur! Het gekrijs wordt steeds luider, hij probeert zich uit het stoeltje te wurmen en zonder dat je het wilt, zorg je voor gratis straattoneel voor de omstanders. Probeer je hem gewoon mondeling te sussen en zachtjes terug te duwen, dan krijg je boze blikken die zeggen: ‘Verdorie, als het mijne kleine zou zijn…!’ Word je ruwer en bozer en verhef je je stem, dan krijg je andere boze blikken die zeggen: ‘Allez, madame, geel dat kind toch een snoepjel’ En wordt het je echt te veel en geef je hem, alle discussies over ‘de pedagogische tik’ ten spijt, een flinke pets op zijn handje, dan zeggen nog andere blikken: ‘Monster! Onmens!” Uit pure machteloosheid kijk ik op zo’n moment woest terug naar iedereen die ons – soms verwijtend, soms uitdrukkingloos, soms geamuseerd – aanstaart en loop ik daverend van de zenuwen en met briesend kind de parking op.”

Advies voor Eva
“Jouw stress maakt het voor het kind nog erger. Reageer dus zo rustig mogelijk op zijn crisis”

Een instantoplossing bestaat niet voor dit soort peuterterreur. Bram is zodanig over zijn toeren, dat Eva er inderdaad maar beter voor kan zorgen zo snel mogelijk weer buiten te staan. Preventief ingrijpen kan wél. Ik heb de indruk dat Eva’s stress een averechts effect heeft op Bram. Ooit had ik een man in begeleiding die klaagde dat zijn dochter hem vier- tot vijf maal per nacht wakker maakte, waardoor zijn stress alleen maar groter werd. Stress. niet kunnen slapen, nog meer stress… het was een vicieuze cirkel geworden, want aan het gedrag van kinderen lees je vaak de stress van de ouders af. Toen ik hem voorstelde elke dag iets later thuis te komen, nadat hij een of andere ontspannende activiteit gedaan had – een wandeling, een bezoek aan de sauna, een fietstochtje – zag hij heel snel resultaat. Zijn dochter sliep steeds vaker de nacht door. Ik kan Eva dus alleen maar aanraden een poging te doen de boodschappen in een rustige, ontspannen sfeer te laten verlopen en daarvoor zal ze vermoedelijk iets meer tijd dan gewoonlijk moeten uittrekken.

Stress-pieken? Verleden tijd!

Miet over de stress van een puber-in-huis

Miet over de stress van

een puber-in-huis

“De kamer van Lies is een varkensstal, er ligt zelfs beschimmeld eten. Met als gevolg: knallende ruzies!”

“De kamer van Lies, mijn zestienjarige dochter, is een puinhoop. Het lijkt wel alsof er kort tevoren een tornado gewoed heeft, zo erg ligt alles door elkaar: cursussen, boeken, cd’s, kleren die ze even gepast heeft maar toch liever niet draagt die dag, vuile slipjes… vreselijk. De afspraak is dat zij verantwoordelijk is voor het schoonhouden van haar kamer. In de praktijk komt het erop neer dat het een varkensstal is en blijft, omdat zij dat prima vindt. Ik moet maar de deur dichttrekken als ik er niet tegen kan, vindt ze. Het spreekt voor zich dat ik het hier niet mee eens ben. De rest van het huis ligt er netjes bij en ik vind niet dat zij de algemene hygiëne mag ondermijnen. Want inderdaad: ook beschimmeld eten en meer van dat fraais heb ik al op haar kamer zien rondslingeren Telkens weer levert het ons een knallende ruzie op en die ruzies vreten energie bij mij. Soms heb ik na de zoveelste confrontatie het gevoel dat ik een marathon gelopen heb.”

Advies voor Miet
“Geef haar vertrouwen en leg haar uit dat ze fouten mag maken, maar dan ook ‘op de blaren’ moet zitten”

“Waarom vindt Miet het zo’n probleem dat Lies in haar kamer haar eigen gang gaat? Haar dochter is op een leeftijd waarop zij ontdekt dat ze wat haar moeder haar wil aanleren, ook zélf kan leren en wel op haar eigen manier. Als Miet haar per se haar systeem wil opleggen, dan heeft Lies de keuze: niets zelf leren en braaf luisteren naar haar moeder, of revolteren. Voor haar draait het om één simpele vraag: hoe word ik ik? En eigenlijk kan ze dat alleen maar wanneer haar ouders haar vertrouwen geven en haar toelaten fouten te maken. Zolang Lies niets doet waardoor ze in de gevangenis raakt of zichzelf of een ander schade toebrengt, door drugs bijvoorbeeld, zou ik heel blij zijn dat zij zelf de touwtjes in handen wil nemen. Laat haar toe verantwoordelijkheden op te bouwen, maar maak haar duidelijk dat ze desgevallend ook ‘op de blaren’ zal moeten zitten, ik zou nog een stap verder gaan: geef haar expliciet de toestemming om fouten te maken, omdat je vindt dat ze dat nodig heeft om dingen te leren. Door haar in die positie te zetten, vervalt heel de uitdaging om te rebelleren. Daag haar misschien uit om de twee mogelijkheden uit te proberen. Eén week mesthoop tot en met, volledig zoals zij het wil. Een week netjes, zoals jij het wilt, en dan evalueren. Het vraagt wat moed, maar je doorbreekt de machtsstrijd. Ze zal verrast zijn. Je neemt haar serieus, maar ze ziet ook dat je in staat bent een standpunt in te nemen, zonder meteen met haar in de clinch te gaan.”

Kristien over stress in het verkeer

“Een slagboom, een vuilniswagen, een ongeluk op de ring… en dan nog mijn gsm plat! Ken je dat?”

“Pure, machteloze stress, dat heb ik gisteren weer eens mogen ervaren toen ik verwacht werd op een belangrijke afspraak. De schuldige? Het verkeer. Toegegeven, ik had misschien een beetje te veel op geluk gerekend: ik dacht dat ik in één uur gemakkelijk van Gent naar Antwerpen kon rijden. Het spitsuur was voorbij en de verkeersinformatie klonk vrij geruststellend. Maar na twee minuten rijden, kreeg ik al een eerste presentje: de slagbomen aan de overweg gingen omlaag. Toen ik snel keerde om een veilige omweg te maken, belandde ik achter een vuilniswagen, die de hele breedte van de straat innam. Achteruitrijden kon niet meer, want er zat een chauffeur achter me. Er zat niets anders op dan gelaten achter de vuilniswagen aan te schuiven. Ruim twintig minuten later reed ik eindelijk op de E17. Alles ging wonderwel goed, zélfs aan de Kennedytunnel. Met hernieuwde moed stoof ik de Antwerpse ring op… maar het mocht niet zijn Een paar honderd meter voor afrit Merksem stond ik weer stil. Volgens radioberichten was er vlak voor de afrit Merksem een ongeval gebeurd en waren er twee rijstroken versperd. Het zweet brak me uit. Ik zou het nooit meer halen. En ik kon niet eens bellen, want mijn gsm was plat. Uiteindelijk kwam Ik tien minuten te laat op de afspraak, badend in het zweet. ik verwenste het verkeer, de files en – vooral – mijzelf.”

Advies voor Kristien
“Ik kan je bij een file maar één ding aanraden: leg je neer bij de realiteit en ontspan”

Tegen fileleed kun je wel een beperkte buffer inbouwen, maar het is onzinnig om voor elke afspraak drie uur op voorhand te vertrekken ‘omdat er wel eens iets zou kunnen gebeuren’. Je kunt preventief op het internet kijken, je route plannen, de verkeersinformatie bekijken of beluisteren en het is ook slim om je gsm op tijd op te laden. En toch, je mag nog honderd dingen voorzien: vaak is die file een feit. Ik kan in dat geval maar één ding aanraden: leg je neer bij de realiteit! Dat helpt echt. Luister naar rustige muziek of naar een ontspannend radioprogramma. Laat je fantasie de vrije loop. Bedenk zelf waar je deze plots gewonnen vrije tijd wél nuttig of aangenaam voor kunt gebruiken. Stress creëert een tunnelvisie. Het legt het creatieve denken lam. Als je een file echter als een beperking leert zien, dan word je creatiever. Misschien denk je wel aan een slimme uitweg, waar je verlamd door de stress in geen honderd jaar zou opkomen!

Kristien over stress in het verkeer

Isabelle over huishoudelijke stress

“Ik ren de hele dag en zelfs ‘s avonds kan ik niet rusten als er nog afwas staat. En daar word ik zo moe van!”

Isabelle over huishoudelijke stress“Ik voel me op, op, op. De hele dag is het rennen geblazen om alles in huis geregeld te krijgen. Na het werk ren ik naar de supermarkt, daarna ren ik naar de crèche om mijn dochtertje op te halen (en soms krijg ik een boze blik, omdat iemand gezien heeft dat ik éérst mijn inkopen doe), dan ren ik naar huis om te beginnen koken. En ook dat neemt voldoende tijd in beslag, want ik kies voor een gezonde, volwaardige voeding. Als ik dat niét zou doen, zou ik het gevoel krijgen dat ik mijn gezin verwaarloos. Tijdens het eten is het even rustiger, maar dan begint het weer. Ik kan niet rustig blijven zitten als ik weet dat die afwas op me wacht, dat mijn dochtertje nog in bad moet en dat die berg strijk me verwijtend ligt aan te staren. Wanneer ik ‘s avonds in bed lig, raas ik in gedachten door. Terwijl ik mijn slaap en mijn rust zo hard nodig heb! Overdag zou ik er nochtans geen enkele moeite mee hebben in slaap te vallen, maar als het dan eindelijk mag, dan lukt het niet. Mijn man heeft me meer dan eens gesuggereerd een poetshulp te zoeken, maar ik word al moe als ik eraan denk dat ik op zoek moet gaan. En als ik eraan denk dat ik alles moet uitleggen en dat het dan misschien nog niet gedaan is zoals ik het wil… Nee, dan doe ik het net zo lief zelf wel even.”

Advies voor Isabelle
“Maak eens een lijstje van taken, in volgorde van belangrijkheid. Wat is er belangrijker: gezelligheid of een glimmende keuken?”

Een beroemde Amerikaanse therapeut schreef een boek met de titel ‘Moeten maakt gek’. Hij heeft gelijk. Maar veel dingen die we als ‘moeten’ aanvoelen, zijn dingen die wij kiezen. En we kunnen er niet voor kiezen alles te doen. Je ziet het vaak bij vrouwen van de 35-plusgeneratie: het schuldgevoel. Hun graadmeter zit in de ogen van de anderen. En dat is een beetje absurd, want dat is net alsof je de temperatuur binnen probeert te regelen met een thermostaat die buiten aan de takken van een boom hangt. Natuurlijk wordt het dan te warm of te koud in huis en natuurlijk voel je je dan slecht bij de situatie. Aan Isabelle zou Ik voorstellen een lijst te maken van taken, in volgorde van belangrijkheid. Wat vindt ze het belangrijkste: met haar man naar de film of het huis poetsen? Ze zal zich bijna gegarandeerd beter voelen door het uitje dan door het poetsen, maar haar schuldgevoel zet er haar waarschijnlijk toe aan te poetsen. Maar moet het elke week allemaal grondig gepoetst zijn of is om de veertien dagen ook goed? En voor gezonde maaltijden is natuurlijk wel iets te zeggen, maar als het ten koste gaat van gezellig samen eten…? Je kunt trouwens best gezond eten zonder uren in de keuken te staan: een salade of een flinke portie diepvriesgroenten in de stoomkoker… Daarom niet elke dag, maar twee- of driemaal per week, daar is toch niets mis mee?

Stephanie over vrijetijdsstress

“Soms heb ik het gevoel dat ik tijdens de week van mijn weekends moet bijkomen, zo vol is onze agenda”

“Carl en ik hebben een druk sociaal leven. Maar soms heb ik het gevoel dat ik tijdens de week van mijn weekends moet bijkomen. We hebben een aantal gemeenschappelijke vrienden en een aantal persoonlijke vrienden, met wie we af en toe afspreken. Elk weekend is er wel ergens een etentje en dat wordt veel. Vooral omdat ik ook aan mijn conditie wil werken – ik heb nu zo’n duur fitnessabonnement – en op de hoogte wil blijven op cultureel vlak. Een interessante tentoonstelling, een goeie film… ik lees massa’s recensies, maar ik kom er maar niet. Weet je, ik voel mijn maag gewoon keren als ik denk aan wat ons volgend weekend te wachten staat: vrijdagavond een feestje, zaterdagmorgen fitnessen, zaterdagmiddag inkopen doen voor het etentje dat we ‘s avonds geven, zondag naar mijn zus die jarig is. Ik zal blij zijn als het weer maandag is en ik rustig kan gaan werken.”

Advies voor Stephanie
“Bedenk eens wat je echt wilt doen, niet wat je vindt dat je móét”

Het prioriteitenlijst je van Stephanie staat duidelijk overvol. En helemaal onderaan staat ‘rust’. Dit zou ze best bespreken met Carl. Stephanie moet haar prioriteiten herbekijken. Niet vanuit een schuldgevoel – ‘eigenlijk zou ik dit en dat moeten, want…’ – maar heel eerlijk vanuit datgene wat ze echt wil. Dat fitnessabonnement heeft haar waarschijnlijk zon 500 euro gekost en dat is jammer. Als ze haar conditie zo belangrijk vindt, kan ze voor 200 euro een goede hometrainer kopen en terwijl ze daarop oefent kan ze lezen of tv-kijken of naar muziek luisteren. Op die manier kan ze op een halfuur ook een halfuur sporten, terwijl ze anders voor dat halfuur sporten misschien wel anderhalf uur weg is van huis.

Wordt het te veel? Time-out!

Hilde over werkstress

“Voor mijn chef moet alles altijd last-minute, hij denkt zeker dat ik geen privéleven heb? Vroeg of laat schiet ik echt eens uit mijn slof”

“Mijn chef, over het algemeen geen kwade kerel mist één kwaliteit: inlevingsvermogen. Voor hem ben ik een mens zonder privéleven, onbeperkt inzetbaar en met een flexibiliteit waarnaast een elastiek verbleekt. Alles is altijd last-minute bij hem, ook dingen die hij me best eerder had kunnen vragen! Omdat ik er als moeder alleen voorsta, moet ik op tijd thuis zijn voor de kinderen. Alle verantwoordelijkheden rusten op mijn schouders. Zoals het nu gaat, kan het niet verder. Het huilen staat me tegenwoordig vaak nader dan het lachen, maar ik hou me goed op het werk. Bang om me belachelijk te maken. Ik ben bang dat ik vroeg of laat door de mand val en zozeer uit mijn slof schiet, dat de gevolgen niet mals zullen zijn… ”

Marianne over stress in haar relatie

Advies voor Hilde

“Vraag hem advies over hoe je je agenda moet regelen. Vaak beseft een baas pas dán hoeveel hij eigenlijk van je eist”

Hilde deelt duidelijk in de stress van haar baas. Ze mag wat assertiever zijn, maar het is beter dat ze daarvoor eerst nadenkt over een oplossing waar haar baas ook beter van wordt. Hildes belang is: meer vrije tijd ‘s avonds. Dat kan ook in het belang van haar chef zijn: als Hilde uitgeput thuiskomt, onvoldoende recupeeert en ‘s ochtends oververmoeid op het werk verschijnt, dan kan het werk daaronder lijden. Ze moet het ook op die manier aan haar baas proberen te verkopen. Het is een simpele techniek, maar wél efficiënt. Weet je, vaak beseft zo’n baas niet hoeveel werk hij op een dag aan je doorgeeft. Daarom is het belangrijk dat Hilde een goede planning maakt. Doet ze dat níét, dan heeft ze geen argumenten in handen. Ze moet dus een takenlijstje klaarhebben. Als hij dan met een superdringend werkje afkomt, kan zij zeggen: ‘Ok, ik wil dat best doen, maar zou je dan misschien even willen zeggen welk van die andere taken ik kan verschuiven?’ Ze vraagt hem advies over hoe zij haar agenda moet regelen. Hij zal – misschien voor het eerst – beseffen dat zijn uitspraken consequenties hebben. Je maakt hem mee verantwoordelijk. Als je dat lang genoeg doet, zal hij daar gaandeweg rekening mee beginnen houden.

10 tips om de stress te lijf te gaan

  • Probeer elke week driemaal een halfuurtje te sporten.
  • Alcohol of koffie drinken en roken? Minder dan drie keer per dag, graag.
  • Neem elk anderhalf uur een minitime-out.
  • Leer bewust prioriteiten kiezen en plannen.
  • Luister voor u praat ook naar anderen en toon begrip voor hun standpunt.
  • Oefen uzelf in het loslaten en relativeren.
  • Probeer licht en gezond te eten en voldoende water te drinken.
  • Zoek geregeld de natuur op om te ontspannen.
  • Durf te luisteren naar uw eigen lichaam.
  • Maak elke dag even tijd voor vriendschap of liefde, kortom: voor anderen.

Download het volledig artikel: (pdf) Stress, stress, stress! Er is wat aan te doen!

Categorieën
pers

Digitale Stress: Horendol door e-mail en gsm

U hebt nieuwe e-mail ontvangen. Wilt u deze e-mail nu lezen? Ja – Nee? Laptops en mobiele telefoons zorgen ervoor dat we de hele dag mails, sms-berichtjes en oproepen krijgen. Sommige mensen gaan eronderoor en verzeilen in een digitale stress.
Anita (36) was drie jaar lang een succesvolle account manager. Tot ze volledig instortte. Ze was haar energie kwijt, vergat belangrijke afspraken en was slordig in de uitwerking van de haar toegewezen projecten. Inmiddels is ze al zeven maanden thuis met ziekteverlof. Hoe kon het zo ver komen?
“Anita lijdt aan een moderne ziekte: digitale stress”, zegt de Antwerpse arts en stressbegeleider Paul Koeck. “De dagelijkse stroom e-mails, sms’jes en telefoontjes die ze kreeg, hebben ervoor gezorgd dat ze zich verloor in details en de hoofdlijnen in haar werk en haar leven niet meer kon onderscheiden.” Coachteam, het bedrijf van Koeck, geeft cursussen over stress door e-mail en gsm.

Adrenaline
Paul Koeck: “Stress is niet per se negatief. Het stresshormoon adrenaline maakt ons alert. Het hart pompt extra bloed naar spieren en hersenen, de pupillen worden groter, de gedachten flitsen door je hoofd. Het is dezelfde adrenaline die de zebra kan redden als de leeuw zijn aanval inzet: Gevaar – Reageer – Overleef.”
“Alleen mogen die stresspieken niet te lang duren. Na een korte steile piek moet een relatief lange periode van recuperatie volgen om terug in balans te geraken. En dat is net het probleem bij chronische stress: de recuperatie is nog niet af als er al een volgende stressaanval opduikt.”
“De voortdurende stroom van e-mail, sms’jes en telefoontjes eisen op agressieve toon je aandacht op. Het lijkt of je zo snel mogelijk moet antwoorden op een bericht. Die zogenaamde “interrupts” leiden je af van je echte werk. Als dat de hele dag duurt, krijg je het gevoel dat je niets meer doet.”
“Sommige mensen slagen er zelfs niet meer in hun mailbox leeg te maken. Ze gaan die mails naar huis doorsturen of ze uitprinten om ze rustig ‘s avonds te kunnen lezen.”
“De gevolgen van die druk kunnen verregaand zijn. Men kan geen onderscheid meer maken tussen wat het belangrijkst is en doet de dingen nog maar half. Men gaat zich onzeker voelen en verliest de controle over zijn functioneren.”

Onderzoek
Uit een Europees onderzoek naar e-mailgebruik blijkt dat werkgevers in 2005 veel meer tijd zijn gaan besteden aan het verwerken van hun inbox. Van de ondervraagde internetgebruikers gaf 52 procent aan twee of meer uur per dag te besteden aan het zenden en ontvangen van e-mails. Vijftien procent heeft er zelfs vier uur per dag voor nodig. Dat zijn twee werkdagen per week!
“Stilaan groeit in de bedrijfswereld het besef dat digitale stress een probleem wordt”, zegt Paul Koeck. “In onze individuele coaching zullen wij de mensen leren inzicht te krijgen in hun doelstellingen en prioriteiten. Wat zijn mijn hoofdzaken en hoeveel tijd besteed ik daaraan? Je moet hen leren hun tijd in te delen en om grenzen te trekken. Ze moeten leren nee zeggen door bijvoorbeeld duidelijk af te spreken met de collega’s dat ze nog slechts één uur per dag e-mails lezen. Dat vereist natuurlijk een dosis assertiviteit want je moet je baas en collega’s duidelijk maken dat je een bepaald deel van je tijd niet meer stoorbaar bent.”


Tips tegen digitale stress:

1.      Haal je e-mails maar één (max. 2) keer per dag binnen op een vast tijdstip. Zet je automatische “send&receive” af in je outlook;
2.      Zet alle belletjes en pop-up schermen op je computer af: van je e-mails, van je messenger of skype, van je gsm;
3.      Als je toch een beltoon laat opstaan, doe het dan enkel voor bepaalde contactpersonen én kies dan een zachte, ontspannende toon;
4.      Vertel tegen de mensen op welk uur van de dag ze je WEL mogen storen, bellen, mailen, chatten, en schakel alle toestellen tussendoor uit. Zorg ervoor dat u op die bepaalde tijdstippen wel bereikbaar bent;
5.      Onderhandel met je belangrijkste contactpersonen (je familie, je baas, je belangrijkste klant, …) welke spelregels ze dienen te respecteren om je te bereiken:
a.       Welke dingen zijn zo dringend dat ze je altijd ervoor mogen storen?
b.      Wat brengt je dichter bij je doelstellingen
c.       Welke dingen kan je in een ‘korte’ wekelijkse vergadering van 15 minuten op een vast tijdstip met hen overlopen? (Elke week op een vast moment tijd geven aan iemand, vermindert zijn/haar nood je telkens te storen);
6.      Denk elke week na over uw prioriteiten “Wat wil ik deze week bereiken?” en “Wat is mijn hoofd-priori-TIJD voor deze week?”;
7.      Geef voorrang aan de dingen die je Top-3 prioriteiten van de week vooruithelpen. Voor alle andere inkomende (digitale) berichten (telefoon, gsm, fax, e-mail, sms, …) behandel je die best op één vast tijdstip per dag of per week: beslis telkens of iets belangrijk genoeg is voor jou om te doen
8.      Stel een lijstje op met wie je wel mag storen en wie niet buiten je vast stoor-uurtje per dag;
9.      Werk je e-mails dagelijks op een vast moment af: let wel op één vast moment, niet de ganse dag door;
10.  Je kan met je collega’s afspreken dat je enkel de e-mails die persoonlijk naar jou gericht bent dagelijks beantwoordt, en dat alle e-mails waar je in cc (kopie) staat en samen met anderen, maar éénmaal per week op een vast moment worden gelezen. In het begin kan je wel op wat weerstand rekenen en moet je je streng houden aan deze afspraken, of ze geloven je toch niet;
11.  Neem om de 90 minuten zeker 15 minuten pauze, of doe even iets anders om je geest te verzetten; dit beschermt je tegen computer-stress en computerverslaving, ga zeker even weg van je computer;

Koen VERSTRAETEN,GPD
Interview met Paul Koeck voor de Gazet Van Antwerpen van Vrijdag 17 maart 2006

 

Categorieën
pers

Blijf zelf aan de touwtjes trekken

Wel eens ‘s nachts verbinding gemaakt met het BDO netwerk? Of de neiging gehad? Zo ja, dan is de kans groot dat je lijdt aan digitale stress. Maar ook tal van andere symptomen van deze moderne ‘ziekte’ klinken je mogelijk bekend in de oren. Een eerste tip: zet je mobiele telefoon uit, sluit je internetverbinding, neem even rust en lees vooral verder.

Een verhaal over digitale stress begint met een korte les in het functioneren van het menselijk brein. Als je enkele basisprincipes begrijpt, dan begrijp je de spanningen die worden veroorzaakt door de nieuwste mogelijkheden van de techniek. Dat vertelt Paul Koeck, oprichter en voorzitter van Coachteam International. “De eerste”, begint Koeck, “noem ik de omsteltijd. Vergelijk het met zappen. De meeste televisies kennen een aantal milliseconden vertraging bij het veranderen van zender. Hetzelfde principe geldt bij de mens. Switch je van het ene naar het andere informatiekanaal, dan moet je letterlijk omschakelen.” Een ander kenmerk van mensen is hun biologisch ritme. Zo gaat slaap gepaard met cyclussen, bijvoorbeeld de droomfase. “In deze fase koppelt het menselijk brein verschillende soorten informatie aan elkaar. Je legt connecties en maakt associaties en gaat als het ware indexeren. De cyclussen van ongeveer negentig minuten bestaan ook overdag. In elke cyclus klim je op naar een piek. Je focust steeds verder en bereikt een hoge mate van efficiency, rationeel denken en arbeidsproductiviteit. Maar je begrijpt: na de piek komt een dal. Denk aan de namiddagdip, het kopje koffie met een babbeltje of het voor je uit staren.”

Creatieve momenten

Koeck staat nog even stil bij deze schijnbaar improductieve momenten van rust. “Ze worden nogal eens afgedaan als zwak, maar dat is niet zo verstandig. Zodra je veel informatie van uiteenlopende aard op willekeurige momenten hebt ontvangen, dan moet je net als een harde schijf defragmenteren. Je bekijkt onbewust de verschillende gegevens en zet ze op de juiste plaats. Bovendien: vergeet nooit dat het zogenaamde dal een moment van creativiteit vormt. De wetenschap heeft zelfs aangetoond dat de meeste uitvindingen ontstaan op zo’n droommoment. Een heel mooi voorbeeld is de relativiteitstheorie van Einstein. Natuurlijk moet er ook keihard worden gewerkt, maar de combinatie zorgt voor succes.” Creatieve momenten benutten heeft grote voordelen. “Het werkt constructief. Het helpt ons zogenaamde shortcuts te vinden om taken efficiënter aan te pakken. Je ziet dat de meest spectaculaire innovaties ontstaan bij mensen en ondernemingen die deze momenten toelaten.”

‘Iemand die structureel wordt onderbroken, dreigt prioriteiten uit het oog te verliezen’

Escalatie via e-mail

Op naar de werkvloer. Daar waar menigeen na terugkomst van vakantie tientallen, zo niet honderden e-mails moet zien te beantwoorden. Daar waar een stroom aan informatie werknemers continu voor de keuze stelt: antwoorden of laten wachten? En daar waar een sms’je lezen misschien een minuut duurt, maar het weer op gang komen een ander verhaal is. “Je moet je gedachten opnieuw instellen, waardoor je al gauw een dikke vijf minuten bezig bent terug te raken in je concentratie. Hierdoor krijg je niet de kans rustig in één blok van een uur of anderhalf ergens aan te werken.’ Dat heeft zo zijn gevolgen, waarschuwt Koeck. ‘Iemand die structureel wordt onderbroken, dreigt prioriteiten uit het oog te verliezen. Je wordt reactief in plaats van proactief, verliest controle en overzicht. Daardoor heb je steeds minder materiaal om ‘nee’ te zeggen. Je raakt in de war, oververmoeid, bang en onzeker.” De symptomen kunnen ver gaan. “Ik noem het presenteïsme. Het lichaam is nog wel op het werk, maar het creatieve deel van de hersenen functioneert niet meer. Ook thuis merkt je gezin dat je er met je gedachten niet bij bent. Je komt ook privé in een conflictsfeer. Als je niet oppast, stort je je vervolgens nog meer op je werk.”

Kantoor binnen handbereik

Goed onderzoek dat aangeeft hoe groot het probleem werkelijk is, ontbreekt vooralsnog. Maar dagelijkse misverstanden en inefficiënt gebruik van moderne communicatiemiddelen zijn er in overvloed. Koeck geeft een voorbeeld. “In veel gevallen zorgt een persoonlijk gesprekje voor een directe oplossing van een probleem of vraagstuk. Via e-mail kan het echter escaleren. Denk aan het toezenden van een rapport. De ontvanger ziet tussen tientallen nieuwe mails niet de prioriteit en laat het zo twee, drie weken liggen. De afzender stuurt een reminder en er komt een reply, maar de informatie is vaak onnodig lang onderweg met eventuele gevolgen van dien.” Ook herkenbaar is overmatig gebruik van cc. De drempel is laag en de afzender kan tenminste niet verweten worden de ander niet te hebben geïnformeerd. Bekend is ook de mogelijkheid de mail thuis of elders, ook buiten kantooruren, af te handelen. Marcel Donkers kent de praktijk. Sterker nog. “Ik ben een van de veroorzakers”, lacht de ICT-manager. De afdeling voorziet in de noodzakelijke digitale faciliteiten voor de BDO’ers. “Ze kunnen altijd en overal verbinding maken met het interne netwerk. Via laptop, PDA of Smartphone beschikken zij vierentwintig uur per dag over mail, agenda, gegevens enzovoort. Ook op vakantie is je complete kantoor binnen handbereik.”

“Kun je niet om bereikbaarheid heen, maak dan goede afspraken”

Bereikbaar op vakantie

Vakantie. De vraag in hoeverre je tijdens de welverdiende tijd van rust toch bereikbaar moet zijn, is op veel plaatsen actueel. Onderzoek toont aan dat tweederde van de hoogopgeleiden in Nederland gewoon bereikbaar is en dat zeven op de tien regelmatig e-mail checkt. “Het is belangrijk voor de geest om zo nu en dan helemaal leeg te lopen”, adviseert Koeck. “Kun je niet om bereikbaarheid Blijf zelf aan de touwtjes trekken - Digitale Stress- Met de handen in het haarheen, maak dan goede afspraken. Zo is het handig een contactpersoon binnen de onderneming te hebben die vragen en antwoorden goed heeft voorbereid.” Vakantie of niet, aan Marcel Donkers is digitale stress nauwelijks besteed. “Dat heeft vooral te maken met een goede dagindeling. Ook vroeger met de stapel post moest je overzicht en grip zien te houden. Wat dat betreft is er niet veel veranderd.” Marcel herkent desondanks de problemen maar al te goed. “Kijk naar e-mail. De verzendende partij bepaalt of informatie bij jou onder ogen komt. Maar de vraag is: wil en moet je dat wel weten? Ik denk dat veel BDO’ers met digitale stress worstelen. Dat hoor je in de wandelgangen. Je ziet ook dat soms om drie uur ‘s nachts nog verbinding is gemaakt. Vierentwintig uur per dag overladen worden met werk is een uiterste, maar het tussengebied wordt grijzer. Velen vinden het steeds moeilijker balans te vinden.” Marcel vervolgt: “BDO’ers zijn zeer ambitieus en zetten graag een stapje extra. De mogelijkheid van een flexibele dagindeling is zeker met betrekking tot files en voor tweeverdieners met kinderen van groot belang. Onze faciliteiten zijn dan erg handig. Ze kunnen de productiviteit bevorderen. Mits je zorgt dat je zelf aan de touwtjes blijft trekken.” Hans Renckens, lid van de Raad van Bestuur met onder andere de portefeuille ICT, is het daarmee eens. “De mogelijkheden die tot onze beschikking staan, geven rust. Tegelijkertijd schuilt daarin ook een gevaar. De kunst is de techniek zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Helaas heb ik het gevoel dat digitale stress op steeds meer mensen, ook binnen BDO, betrekking heeft. Daar moeten we iets aan doen. Het probleem met e-mail en telefoon is natuurlijk dat het confronterend is. We moeten leren selecteren. Als ik iets moet uitwerken, vraag ik om niet gestoord te worden. Bovendien zet ik de telefoon uit. Als je in vergadering zit, is dat toch ook geen probleem?” Ondertussen gaat de vernieuwing door. Zo werkt het ICT gestaag aan het Kantoor van de Toekomst. Marcel: “We gaan losse applicaties steeds meer bundelen. Straks komt op slechts een plek alle digitale informatie binnen. Bovendien willen we de informatiebehoefte omdraaien. BDO’ers kunnen via een soort abonnement steeds meer zelf aangeven aan welke gegevens zij behoefte hebben.” Dat biedt veel voordelen in de strijd tegen digitale stress. Nadeel van nog meer gestroomlijnde faciliteiten is dat de drempel naar informatievergaring weer iets lager komt te liggen. “Dat is zo”, beaamt Marcel Donkers, “maar gelukkig is wat dat betreft de grootste drempelverlaging al geweest.”

Tijd voor oplossingen

Erkenning van het probleem is van belang vanuit menselijk oogpunt, maar zeker ook voor de onderneming. Een ernstig gestresste of zieke werknemer is immers niet of nauwelijks productief. “Bovendien”, vertelt Koeck, “grote projecten waarin heel veel geld omgaat, kennen schadeclaims in geval van klantontevredenheid. Digitale stress kan ertoe leiden dat de onderneming onvoldoende aan de verwachtingen voldoet. Dit kan in potentie een kostenpost betekenen van heel erg veel euro’s.” Tijd voor oplossingen dus. “Elk individu heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Ook moeten er richtlijnen komen vanuit de onderneming.” In het verlengde ligt timemanagement. “Stel een goed plan op, inclusief voldoende tijdzones om hoofddoelen te bereiken. Plan een buffer in om een aantal verwachte onderbrekingen te kunnen toelaten. Bundel je werkzaamheden zoveel mogelijk, inclusief de beantwoording van je e-mails, en kies een focus van de dag. Zo kom je beter in je ritme.”

PPMT: nog meer digitale stress

PPMT, ofwel Pre- en Post Mail Tension is een ander voorbeeld van digitale stress. Het wordt veroorzaakt door het verkeerd begrijpen van e-mails en de angst dat berichten onder ogen van de verkeerde mensen komen. En zijn die hoofdletters in het sms’je nou opdringerig bedoeld of is gewoon de verkeerde instelling gebruikt? Soms kunnen digitale voorzieningen ook juist wel bijdragen aan de juiste interpretatie. Een tip van Paul Koeck: “Werk zo nu en dan op afstand samen met digitaal vergaderen. Dit is de eerstvolgende pijler van het Kantoor van de Toekomst. Ontvang je, met een open verbinding op de achtergrond, tussendoor een e-mail van de ander, dan begrijp je ook de context beter.”

Tien tips tegen digitale stress

  • 1. Haal e-mails op een aantal vaste tijdstippen op, dus niet de hele dag door.
  • 2. Zet de melding van een nieuwe e-mail onder in beeld uit (bij: extra/opties/voorkeuren/e-mailopties/geavanceerd/ weergave bureaublad).
  • 3. Schakel ringtones uit of kies voor een zachte, ontspannende toon.
  • 4. Schrijf e-mails met respect. Ook in e-mail is het prettig om een aanhef en een vriendelijke groet te lezen. De juiste toon in een e-mail doet veel.
  • 5. Stem met de belangrijkste contactpersonen af welke zaken als dringend worden beschouwd en welke op een ander, vast tijdstip kunnen worden doorgenomen.
  • 6. Denk na over je prioriteiten. Wat is deze week je hoofdprioriTIJD? Geef vervolgens voorrang aan de berichten die je daarbij helpen. Alle andere berichten behandel je op een ander, vast tijdstip.
  • 7. Maak dagelijks tijd om je mailbox op te ruimen of af te handelen.
  • 8. Spreek af dat je alleen e-mails aan jou persoonlijk gericht dagelijks beantwoordt. De e-mails op cc lees je een keer per week. Stuur zelf ook geen onnodige cc’s.
  • 9. Maak gebruik van de mogelijkheden die Outlook biedt bij filtering en sortering van e-mails.
  • 10. Kijk voor nog veel meer tips op www.coachteam.com/tools_stress.html

 

Download het volledig artikel: (pdf) Blijf zelf aan de touwtjes trekken

Categorieën
pers

Weg met Weekendstress

Van maandag tot vrijdag hebben we het druk, druk, druk. Maar ook in het weekend zit onze agenda steeds vaker overvol. Boodschappen doen, opruimen, sporten, familiebezoek. Hoe vinden we weer de broodnodige rust?

Productie: Els Maes. Tekst: Els Maes en Klaar Wauters.

God gebruikte de zevende dag om te rusten. Wij gebruiken de zevende dag om de kinderen naar de voetballes te brengen, naar het tuincenter te gaan, gazon te planten, op bezoek te gaan bij de schoonouders, onze parket te boenen, te stofzuigen, op kraamvisite te gaan, onze administratie in orde te maken, naar het doe-het-zelf-center te rijden, te strijken, … Zucht. En als er na al die klussen nog tijd over blijft, willen we ook graag gaan fitnessen, picknicken in het park, een terrasje doen, een fietstocht maken, naar de sauna, kinderboerderij, het museum of de rommelmarkt, …
Terwijl het weekend ooit bedoeld was om de batterijen terug op te laden voor de nieuwe werkweek, zit onze agenda van vrijdag- tot zondagavond even propvol als door de week. Op vrijdagavond weten we al dat we tegen zondagavond zullen moeten vaststellen dat we onze kilometerlange to-dolijst nooit zullen afgewerkt krijgen. Het resultaat: weekendstress.

Reden één voor die volle agenda’s: na een drukke werkweek heeft zich een stapel huishoudelijke klussen opgestapeld. “Op vrijdagavond rijd ik naar huis met een euforisch ‘Hoera-het-is-weekend-gevoel’, en een hoofd vol wilde plannen,” zegt collega Ilse. “Maar enkele uren later is dat gevoel alweer weggeëbd, omdat het me begint te dagen wat er allemaal op de agenda staat. Na een hectische werkweek is het huis veranderd in een puinhoop en heeft de post en de administratie zich opgestapeld.”
“Stressfactor één is boodschappen doen,” zegt lotgenote Annelies, die een drukke baan combineert met de zorg over twee kleine kinderen. “Net als 99,9 procent van de bevolking moet ik alle inkopen doen op zaterdag waardoor alles dubbel zo lang duurt door ellenlange rijen aan de kassa. Nieuwe schoenen gaan kopen voor de kinderen moet dus ook op zaterdag, terwijl ik – net als de kinderen, trouwens – er een hekel aan heb om in overvolle winkelstraten te gaan shoppen. Nee, echt ontspannend kan je mijn weekends niet noemen.”

“Mensen zijn vergeten dat de boog niet altijd gespannen hoeft te staan,” zegt Paul Koeck van Coachteam. In zijn praktijk geeft hij trainingen in time-management en stressbeheersing. “We plannen zoveel activiteiten in één weekend, dat velen zich schuldig en gefrustreerd zullen voelen als niet alles lukt.”

Waar is het in godsnaam fout gelopen met onze weekends? Sinds wanneer is onze vrije tijd een bron van stress en frustratie geworden?
Schuldige 1: we werken gewoon veel te veel. Waar ooit moeder de vrouw aan de haard bleef om het huishouden te runnen, zijn er nu steeds meer gezinnen waar zowel man als vrouw buitenshuis werken, en bovendien talloze overuren kloppen. Volgens de studie ‘Tijdsbesteding van de Vlamingen’ van de Vrije Universiteit Brussel, besteedt de gemiddelde Vlaamse vrouw gemiddeld 46u59′ per week aan loonarbeid, huishoudelijke arbeid en verzorging van de kinderen. Om te luieren blijft er nauwelijks tijd over, zelfs niet in het weekend.
Reden twee zijn de veranderende familiestructuren: terwijl het ooit hoogst uitzonderlijk was om je geboortedorp te verlaten, is het nu heel normaal om broers, zussen, nichten en neven te hebben in alle uithoeken van het land. Zorgen dat je ouders hun kleinkinderen regelmatig te zien krijgen, betekent al gauw uren doorbrengen in de auto. Want anders knaagt het schuldgevoel.
Daarnaast plegen ook gsm’s en Blackberry’s een aanslag op onze vrije tijd, en zijn steeds meer winkels ook op zondag geopend. Het wordt steeds moeilijker om zondag als ‘lekker-niets-doen-dag’ uit te roepen, als meubelketens en tuincentra ons naar hun shoppingoases lokken, en we elk moment van onze vrije dagen bereikbaar zijn.

Alsof werk en huishoudelijke rompslomp nog niet genoeg druk op onze arme schoudertjes leggen, is voor steeds meer vrouwen het weekend een extra ‘uitdaging’ geworden.
We willen niets missen en in alles uitblinken. “De snelheid van de moderne maatschappij schept heel veel mogelijkheden, maar de druk om te presteren is veel groter dan in de tijd van onze grootouders,” zegt Paul Koeck. Bovendien leggen veel vrouwen zichzelf erg hoge eisen op. “Ik merk bij veel vrouwen dat ze vooral niemand willen ontgoochelen,” zegt Koeck. “Ze willen graag geliefd zijn, en het gevoel hebben dat ze voor hun omgeving nodig en nuttig zijn. Zelfs al denken ze dat ze zich daar van hebben losgemaakt, toch zijn veel vrouwen nog steeds doordrongen van het idee dat je leeft om je gezin en je omgeving gelukkig te maken. Als ze een keertje niet op familiebezoek kunnen, voelen ze zich schuldig. Terwijl je het ook kan omdraaien: je mag ook van je familie en vrienden verwachten dat zij begrip opbrengen voor het feit dat je het erg druk hebt of bijvoorbeeld erg ver weg woont,” aldus Koeck.

Ach kijk, we doen het gewoon onszelf aan, door zo vreselijk perfectionistisch te zijn. Als we in het weekend een etentje organiseren, moet het huis helemaal aan de kant zijn en willen we uitpakken met een spectaculair nieuw recept en verse ingrediënten van de delicatessenwinkel. Zouden onze vrienden ons echt minder graag zien als we gewoon een potje guacamole uit de supermarkt op tafel zetten en niet de halve stad moeten doorkruisen om een rijpe avocado te vinden?

“Voor veel vrouwen geldt een zekere competitiedrang,” zegt ook Paul Koeck. “Zonder dat we ons er bewust van zijn, doen we heel veel dingen om sociale erkenning te krijgen. Dat zal pas veranderen als we zelf onze eigen prioriteiten gaan herzien. Wat vinden we zelf echt belangrijk, en wat doen we omdat onze omgeving het van ons verwacht?”

Fleur, Maria en Sabine, de drie druk bezette vrouwen die Feeling een blik gunden in hun weekendagenda’s, verklaren alle drie dat ze erg blij zijn met hun volgeboekte weekends. Maar hoewel we stress eerder associëren met overwerkte managers, en niet met vrouwen die boeiende, leuke weekends hebben, waarschuwt Paul Koeck toch voor onze druk-druk-druk agenda’s. “Wat je ook doet, het blijft belangrijk om rustpauzes in te lassen wanneer je lichaam daar om vraagt. Als je jezelf forceert en je energiedipjes negeert, pleeg je roofbouw op je lichaam en riskeer je vroeg of laat te breken.”
Onderzoekers spreken van een groeiende trend van ‘urgency addiction’, we zijn als het ware verslaafd aan de kick van het ‘druk bezig zijn’.

Vraag blijft: waarom gunnen we onszelf niet gewoon wat meer rust en wat extra uurtjes slaap in het weekend? Het probleem is dat veel vrouwen zich te veel zorgen maken over wat mensen van hen zullen denken. Op maandagochtend, als de collega’s aan de koffie-automaat vragen ‘leuk weekend gehad?’, wil je graag een indrukwekkend opsomming geven van dat leuke adresje aan de kust waar je bent gaan eten, die prachtige commode die je ergens op een rommelmarkt op de kop hebt getikt, en die fototentoonstelling die je ab-so-luut moet gezien hebben. Net iets minder glamoureus is het om te moeten toegeven dat je zaterdag uren aan de kassa van de supermarkt hebt gestaan, naar Ikea bent gereden voor een vijsje dat wonderwel miste in het bouwpakket, en ‘s avonds uitgeput voor tv in slaap bent gevallen tijdens een slechte weekendfilm. In Groot-Brittanië heeft men voor het fenomeen al een geschikte term bedacht: ‘Weekend inferiority complex’. Want wat we onszelf ook opleggen, het zal nooit spetterend genoeg zijn. We willen feesten als Kate Moss, etentjes geven als Nigella Lawson, terwijl ons huis eruit ziet als dat van Martha Stewart. Dat kan natuurlijk niet.

“Als ik moet kiezen tussen een weekendje naar de Ardennen met vrienden of een weekend huissloof spelen, is de keuze natuurlijk snel gemaakt,” zegt Ilse.
“Maar daarna heb ik er vaak toch weer spijt van: omdat ik dat weekend dan niet bij mijn ouders ben langs geweest, of omdat er thuis een stapel was ligt. En als ik op zaterdag geen boodschappen heb gedaan, voel ik me de week daarop schuldig omdat ik geen gezonde verse maaltijden voor de kinderen kan klaarmaken. Wat is ook gedaan heb dat weekend, ik heb altijd spijt van de zevenendertig andere dingen die ik niet gedaan heb.”

“Wat veel mensen missen, is prioriteit,” zegt Paul Koeck. “Vraag jezelf af wat het allerbelangrijkste is in je leven. Als je maar één uur vrije tijd hebt, wat plan je dan in die tijd?”
Koeck raadt iedereen met een te volle agenda aan om een lijst op te stellen met al je bezigheden, in volgorde van belangrijkheid. “Telkens je tussen twee of drie afspraken moet kiezen, toets je dit af aan de volgorde op je lijst. Zo vermijd je ook dat je je voortdurend schuldig voelt over de andere dingen die je mist, want je bepaalt zelf wat het belangrijkste is in je leven.”

Meer tips voor een lekker lang lui weekend:
– Maak geen to do lijst van al wat je moet doen, maar geef prioriteit aan een beperkt aantal dingen. Vraag jezelf af: ‘wat moet ik vanavond gerealiseerd hebben om tevreden te zijn over deze dag?’. Wil je liefst uitslapen of vroeg gaan sporten? Naar je ouders of met vrienden naar de film? Leg je op dat ene ding toe, en voel je niet schuldig over wat je niet gerealiseerd hebt.

– Bouw vaste routines in: reserveer bijvoorbeeld elke zaterdagochtend voor de supermarkt, en doe al je boodschappen in één keer. Zo hou je meer vrijheid over om de resterende tijd zelf vrij in te delen, en loop je niet voortdurend te denken aan wat je nog moet doen.

– Jezelf een weekend platte rust opleggen is voor de grootste stresskippen geen goed idee. “Als je lichaam voortdurend grote hoeveelheden stresshormoon produceert, kan je lijden aan afkickverschijnselen wanneer die plots wegvallen,” zegt Paul Koeck. “Mensen met een heel druk leven die plots geen prikkels meer krijgen, gaan zich vaak down en depressief voelen, alsof ze in een zwart gat vallen.” Langzaam afbouwen is in dat geval de boodschap.
“Probeer af en toe eens een kwartiertje helemaal niets te doen. Gewoon even in de sofa genieten van de rust.”

Met dank aan Dr. Paul Koeck van Coachteam, www.coachteam.com

Categorieën
pers

Verwerf charisma in 30 dagen – Kweek de uitstraling van een leider

Waarom gaan Bush, Blair en Poetin met de borst vooruit en met stevige energieke passen recht op hun doel af? Charismatische leiders stralen energie uit. Daardoor zijn ze aantrekkelijker en kunnen ze mensen motiveren voor de gekste doelen  (meestal zonder loonopslag). Wil u ook charisma? Dit stappenplan helpt u op weg.

D – 1 maand Begin met uw lichaam te trainen

Modeontwerper Giorgio Armani is 73 jaar. Hij sport elke ochtend anderhalf uur voor hij gaat werken. Bush en Sarkozy zijn bekende ochtendjoggers. Mensen die sporten, activeren hun witte spiervezels. Die zorgen voor de kaarsrechte houding die vertrouwen uitstraalt. Depressieve mensen daarentegen zitten en lopen ingedoken en voorovergebogen. Doe daarom dagelijks een uur aërobe sport – waarbij u rustig kunt blijven ademen – , maar bouw dat geleidelijk op. Begin de eerste dag met een rustige opwarming van vijf tot acht minuten, zodat uw hartslag binnen de opwarmingszone op de leeftijdsgrafiek hiernaast valt. Vervolgens traint u tien minuten aan een hartslag van ongeveer 180 min uw leeftijd (zie grafiek).

Schema voor hartslagtraining (© Dr. Paul Koeck)

Schema voor hartslagtraining

D – 29 dagen Geniet van uw lichaam

Gisteren hebt u na de opwarming tien minuten getraind. Vanaf vandaag verlengt u dagelijks uw trainingstijd met vijf minuten tot u aan vijftig minuten sporten komt. Begin vanaf vandaag ook te genieten van uw lichaam en van de dingen die u opmerkt tijdens het sporten. Gebruik uw vijf zintuigen om u rekenschap te geven van wat u omringt. Doe daarom bij voorkeur aan sport – kies iets wat u graag doet – in de natuur of in een mooie omgeving.

D – 20 dagen Train uw geest

Vandaag begint een nieuwe fase. De eerste tien dagen hebt u vooral uw lichaam getraind en werd u zich bewust van uw directe omgeving. Nu breiden we dat bewustzijn uit in de tijd: overloop tijdens uw sportuurtje de afgelopen 24 uur en bedenk alle kleine momenten waarover u zelf tevreden bent. Dat zal u innerlijke rust en energie geven, en u zult die uitstralen.

D – 15 dagen Werk aan uw sociale energie

Na twee weken werken aan onze eigen innerlijke energie, hebben we de fundamenten gelegd om charisma uit te stralen. Denk vanaf nu tijdens uw sportuurtje aan een medewerker, collega, of klant die u weldra zult ontmoeten en overloop alles wat u aan hem waardeert of zelfs bewondert. Die oefening zal ervoor zorgen dat u positieve energie naar hem uitstraalt. Hij zal voelen dat hij belangrijk voor u is en u zal verbaasd staan van wat u op termijn zal terugkrijgen. Let wel, dit werkt alleen als uw waardering authentiek is. Ons lichaam zendt immers non-verbale signalen uit als we erkenning, appreciatie of respect veinzen. Doe die oefening voortaan elke dag, telkens met iemand anders in gedachten die belangrijk is voor u.

D – 1 week Bouw charismatische energie op

De laatste week bouwt u een charisma op voor een specifieke gelegenheid of een vergadering van strategisch belang. Haal u tijdens uw fitnessuurtje de hoofdpersonen of de doelgroep die u charismatisch wil benaderen, voor de geest. Overloop wat u in hen waardeert of bewondert. Voel die appreciatie in uw eigen lichaam.

D – 6 dagen Draai een film af in uw geest

Herhaal de beelden en gevoelens van gisteren en maak in uw geest een film waarin u uzelf succesvol en empathisch naar de meeting en uw doelgroep ziet gaan. Zie uzelf glimlachen, met een diepe, gezonde, zelfverzekerde glimlach. Stel uw eigen doelstelling visueel voor, haal u uw klant of medewerker en uzelf voor de geest. Speel in uw hoofd de film af van hoe u graag wil dat de meeting verloopt. Speel het scenario zo vaak af tot u een goed gevoel hebt over de ontmoeting en de afloop. Neem wanneer u thuiskomt een blad papier en beantwoord schriftelijk volgende vragen:

  • Wat kan ik aan mijn klant/medewerker/baas waarderen? (minimaal 5 eigenschappen)
  • Hoe kan ik die appreciatie eerlijk laten blijken? (minimaal 3 manieren)
  • Welke is mijn kerndoelstelling?
  • Welke grens mag ik zeker niet overschrijden tijdens de onderhandeling? En waarom?
  • Op welke punten wil ik me wel flexibel opstellen?

Herhaal deze oefening de volgende dagen, maar beeld u nu ook in dat uw klant of medewerker tegenargumenten geeft. Blijf uw positieve gevoel voor hem als persoon houden, terwijl u in uw film diverse (respectvolle) reacties uitprobeert. Dat doet u tot u een goed antwoord hebt gevonden op zijn weerstand.

D – day Dwing succes af met uw acties

Vlak voor de vergadering waarin u charisma wil voelen en uitstralen, bereidt u zich twee tot drie minuten voor. Herinner u het aangename warme gevoel van uw (nu) gezonde lichaam. Herinner u de momenten van tevredenheid. Herinner u de waardering voor de persoon of groep die u zal ontmoeten. Focus daarna op het doel dat u met hen wil bereiken. Ga nu de meeting binnen met dat gevoel en die focus.

Tip van de vakman

“Als u tijdens het uurtje sporten traint met een hartslag van 180 min uw leeftijd, moet u bij wijze van spreken nog net in staat zijn om een gesprek te kunnen voeren zonder buiten adem te raken. Met die hartslag zal uw lichaam na 20 minuten aangenaam warm beginnen aan te voelen. Om krampen te vermijden kunt u best voor u vertrekt een tablet magnesium nemen en veel water drinken voor, tijdens en na het sporten. Na de oefening bolt u gedurende minimaal vijf minuten uit, bijvoorbeeld al wandelend. Vergeet niet eerst aan uw arts te vragen of het sportschema goed is voor uw gezondheid. Nog een laatste tip: vertel niemand dat u deze charismaoefening doet en u zult verbaasd zijn over het succes dat u binnen de maand oogst. Mail me gerust uw successen door. Ik zal ze met veel plezier lezen.”

Dr. Paul Koeck

Download het volledig artikel: (pdf) Verwerf Charisma in 30 dagen

Categorieën
pers

Coaching ontbloot verborgen talenten

manager & coach 
een interview door Job@ met Dr. Paul Koeck van Coachteam en Ing. Kurt Pynaert van Alcatel

Een manager die zich laat coachen? Men onthaalt het nog vaak op wenkbrauwgefrons. “Dat komt doordat veel coachingstrajecten nog in de therapiesfeer zitten”, meent coach Paul Koeck van Coachteam. Volgens hem kan je coaching heel resultaatgericht maken door met de klant én zijn bedrijf vooraf concrete doelstellingen af te spreken en die ook meetbaar te maken. Een praktijkvoorbeeld bij Alcatel.

Kurt Pynaert werd midden vorig jaar r&d-projectmanager in de groep die bij Alcatel instaat voor de ontwikkeling van dsl-accessproducten voor telefooncentrales. Hij is wereldwijd verantwoordelijk voor producten die onder meer adsl-verbindingen mogelijk maken. De missie van de groep: ieder kwartaal een nieuwe productversie lanceren. Het team is op een jaar tijd verdubbeld en overkoepelt binnenkort zeshonderd ingenieurs, verspreid over België, Azië en Noord-Amerika. Zij werken in een omgeving die allesbehalve stabiel is, want de klantenvereisten kunnen tijdens de ontwikkeling wijzigen. De groep én de werkprocessen moeten dus enorm wendbaar zijn. “Het vergt een netwerkgeoriënteerde manier van denken om in deze instabiele omgeving beslissingen te nemen en medewerkers bij te sturen”, klinkt het op de hr-afdeling van Alcatel. Het bedrijf gelooft sterk in de capaciteiten van Kurt Pynaert, die voordien bij Alcatel software competence manager was.

Actief leerproces

Pynaert nam het voorstel van hr om zich bij zijn carrièresprong te laten bijstaan door een coach, graag aan. “Om een grote, multiculturele groep achter één visie te scharen, diende ik nieuwe leiderschapsvaardigheden te ontwikkelen. Daarnaast moest ik leren hoe anderen te coachen, want uiteindelijk moeten we een zelfsturende groep worden. Voor mij bleek coaching de ideale vorm van ondersteuning, omdat het gaat om een actief leerproces.” Paul Koeck beaamt: “Coaching is een methode die de betrokkene helpt om zijn talenten en vaardigheden te gebruiken in functie van de directe vereisten van de job. De contacten met de hr-afdeling van Alcatel geven mij een goed zicht op de verwachtingen van het bedrijf én op het potentieel van mijn klant. Zo kan ik via het coachingstraject de bedrijfsdoelstellingen en de persoonlijke verwachtingen van Kurt Pynaert op elkaar afstemmen. Op die manier maak je van coaching echt een strategisch instrument.”Om het verband tussen doelen en oplossingen zichtbaar te maken, werkt Paul Koeck met on-linecoachingssoftware. Die toont op een cirkeldiagram hoe ver de klant al meent te staan met het bereiken van de vooraf gestelde doelstellingen. “Om de paar weken stuur ik de klant een e-mail met de vraag een evaluatie in te vullen. Zo’n instrument sluit perfect aan bij de noden van de bedrijven. Zij investeren in deze begeleiding en willen dan ook meetbare resultaten in plaats van vage psychologische toestanden.”

Prioriteitsmanagement

Een methode vinden om zijn agenda op zijn nieuwe, complexe taak af te stemmen, is een goed voorbeeld van een thema dat Kurt Pynaert in samenwerking met zijn coach aanpakte. “Het gevaar bestond erin dat ik in mijn nieuwe omgeving volledig zou worden opgeslorpt door operationele taken. Daarom heb ik mijn vijf persoonlijke doelstellingen op papier gezet en ze gekoppeld aan tijdsblokken in mijn agenda, verdeeld over de vijf wekelijkse werkdagen. Maandag is bijvoorbeeld voorbehouden voor persoonlijke talentontwikkeling en woensdag voor de coaching van mijn medewerkers. Voor deze activiteiten blokkeer ik dan een aantal vaste uren waar ik niet van afwijk. In het begin hield ik ook elke dag één uur vrij voor reflectie: wat heb ik gedaan en hoe? Voor e-mails reserveer ik ook elke dag een vast uur. Dit systeem heeft twee voordelen. Ten eerste heb ik op het einde van de week aan al mijn doelstellingen gewerkt. Ten tweede kan ik het evenwicht tussen werk en privé goed bewaken.”Oplossingsgerichte vragen stellen, de kern van elk coachingstraject, is niet de enige techniek die Paul Koeck hanteert. “Tussen de ontmoetingen door kan Kurt via de coachingssoftware on line vragen stellen. Ik geef feedback. Ik gebruik ook video-opnames om zijn non-verbale communicatie te analyseren. Webcamopdrachten laten toe om tijdens het werk het effect van beïnvloedingstechnieken na te gaan. We oefenen ook technieken in om vertrouwen sneller op te bouwen en verborgen agenda’s te leren doorprikken.”Kurt Pynaert werkt nu anderhalf jaar met zijn coach. “Om de maand een paar uur je werksituatie verlaten, werken met een coach die de juiste vragen stelt, reflecteren over wat werkt en niet werkt en tussendoor je vorderingen evalueren: dit proces maakt het mogelijk om nieuwe vaardigheden tot een automatisme te maken. Dat is bij een traditionele opleiding meestal niet het geval.”

Drempelverlaging

Alcatel heeft coaching druppelsgewijs ingevoerd, aanvankelijk enkel voor wie er erom vroeg. De drempel is nu verlaagd. “Dat komt omdat onze medewerkers merken dat managers met potentieel, naar wie velen opkijken, een coachingstraject volgen en daarna ook effectief hogere functies krijgen en aankunnen”, zegt Pascale Gorris van de hr-afdeling van Alcatel. De resultaten van een coachingstraject communiceert men bij Alcatel intern, om het leereffect te vergroten.

Christine Huyge

een interview door Job@ met Dr. Paul Koeck van Coachteam en Ing. Kurt Pynaert van Alcatel

Download het volledig artikel: (pdf) Coaching ontbloot verborgen talent

Categorieën
pers

Bedrijven moeten meer investeren in het menselijk kapitaal

Enquêtes zijn leerrijk en drukken ons soms met de neus op de feiten. Zo vernemen we uit een studie van de socialedienstengroep Securex dat Belgische werknemers gemiddeld 12 werkdagen per jaar afwezig zijn wegens ziekte. Das zou de bedrijven 6,6 miljard euro kosten. De analyse levert een nationaal ziekteverzuimpercentage op van 4,86 procent. Met andere woorden: op elke honderd werkdagen zijn de Belgische werknemers 4,86 dagen afwezig wegens ziekte of ingevolge een ongeval. Dat cijfer is een gemiddelde. Iets meer dan de helft van de werknemers (54 procent) is nooit ziek of blijft althans nooit weg van het werk wegens ziekte.

Volgens dit Securex-onderzoek zijn .arbeiders en gemiddeld 5,87 dagen ziek en bedienden 3.99 dagen op 100. Het is een zwaar verdict vanuit werkgevers verstandpunt gezien want rekent daarbij ook nog eens & vier weken wettelijk verlof bij en iedereen kan de rekening maken wat het ‘menselijk kapitaal’ vandaag de werkgever kost.

Dit menselijk kapitaal i een belangrijke post in de balans van elk onderneming. Met de juiste medewerkers op de juiste plaats kan een bedrijf wonderen verrichten. Daarom moeten we zoals op de voorpagina reeds aangehaald – betreuren dat het aantal opleidingen dat bedrijven hun medewerkers verplichten volgen, achteruit gaat. Zes jaar geleden ging 1,34 procent van de loonmassa naar vorming. In 2004 was dat gedaald tot 1.03 procent en hoewel de statistieken voor 2005 nog niet klaar zijn, voorspellen ingewijden dat voor vorig jaar dat percentage wel eens onder de 1 procent zou kunnen gedaald zijn. Waar zitten we fout?

Terwijl de minister van Werkgelegenheid inspanningen doet om het “levenslang leren” aan te moedigen, volgt het bedrijfsleven hem hierin niet helemaal of toch maar erg schoorvoetend. Het is één van de thema’s die ook door ons HR-panel werden behandeld tijdens een druk bijgewoond rechthoekig tafelgesprek. Uit de bijna drie uur durende confrontatie bleek dat het bedrijfsleven onvoldoende bewust is van het belang van degelijk opgeleide mensen, die met alleen met dossierkennis maar boven alles met praktijkervaring toekomstvisies moeten ontwikkelen. De komst van de Chinezen zal zich zeker niet beperken tot de gokindustrie op sportwedstrijden. De vernieuwingen worden ons tegen zo’n hoog tempo aangeboden dat we ons niet mogen veroorloven de boot te missen. We ontvingen het HR-panel in San Marco Village tijdens een ontbijtsessie. Wij stelden de vragen. De deskundigen gaven de antwoorden.

Vraag 1

Hoe belangrijk is het imago van een bedrijf in het kader van HR en rekrutering? Helpt het wanneer een bedrijf bijvoorbeeld genomineerd of verkozen wordt tot één van de beste werkgevers van het jaar ?

Stefan Peetroons (Fides Consulting):
Nieuwe sollicitanten kiezen vaak hun nieuwe werkgever uit op basis van imago, sfeer en cultuur. Kijk naar Coca-Cola of Ikea. Zij investeren enorm in hun imago omdat dit hen geen windeieren legt. Een groot deel van onze rekruteringsopdrachten bestaat uit vervolgtrajecten bij tevreden klanten, of opdrachten bij organisatie die via een positieve referentie tot bij Fides komt.

Paul Koeck (Coachteam):
Een kwaliteitsimago opbouwen vanuit een strategisch perspectief, dat moet het doel zijn. Dat geldt zowel voor een bedrijf als voor een individu. Succesvolle bedrijven zoal, de Vlerickschool geven daar prioriteit aan. Ze hebben zich opgewerkt tot de 12de beste in de wereld: mensen willen daarvoor werken! Wie wil niet tor een winning team behoren Bedrijven die hun imago in lijn brengen met hun strategisch doel, scoren beter.

Bruno Rouffaer (The European Training House):
Het imago van een bedrijf of een persoon heeft vooral met emoties te maken. Het behoort tot de fundamentele aspecten van de cultuur, van de core values
van een onderneming, van de competenties van de medewerkers. Dit alles zorgt voor een realistisch imago van een bedrijf. Het wordt ook bepaald door de mate waarin de bedrijfscultuur beleefd wordt door de medewerkers.

Frédérique Bruggeman (Accountemps):
Imago heeft alles te maken met perceptie. Uiteraard kan je er als bedrijf alles aan doen om een bepaald beeld naar buiten te dragen maar een goed imago begint met je eigen medewerkers. Open communicatie, respect voor de mening van anderen en erkenning van het “Human Capital” binnenin het bedrijf is de grondslag van een positief imago.

Rudv Heyns (Carree, Biebuyck & Partners Benelux):
Soms heeft het ook veel te maken met het imago van de sector. Vele kandidaten kijken vandaag eerst naar de sector en dan naar de bedrijven die deel uitmaken van deze sector. Wie uitgeroepen wordt als één van de laureaten van de actie “Beste werkgever van het jaar” komt absoluut in de kijker en heeft zeker een streepje voor. Misschien kunnen we betreuren dat het soms wel wat veel over de kwantiteit en minder om de kwaliteit gaat en dat zou nochtans bepalend voor het imago moeten zijn.

Tania Stouthuysen (lnteract Consulting):
Soms gaat het imago niet verder dan de naam. Sollicitanten zijn niet altijd op de hoogte van het imago dat een sector of een bedrijf heeft en in sommige extreme gevallen precies wel, maar over het algemeen zijn de bedrijven het meest bekend van hun reclame. Wie veel reclame maakt is herkenbaarder en werkt zo ook aan zijn imago. En toch is dit blijkbaar nog altijd niet voldoende want wij stellen vast dat kandidaten die solliciteren echt onvoldoende geïnformeerd zijn over het bedrijf waar ze zich gaan aanbieden.

Diana De Winter (San Marco Village):
Dat zijn dan meestal de jobhopper’s, diegene die overal een beetje gaan solliciteren. Je zal dat minder aantreffen hij mensen die welbewust carrière willen maken en binnen een bepaalde sector actief willen zijn.

Danny Rombouts (Monitor):
Het is ook mijn ervaring dat niet iedereen zich goed voorbereidt op een sollicitatiegesprek. Nochtans ben ik ervan overtuigd dat kandidaten die zich ietwat voorbereid hebben, een voorsprong hebben op de anderen.

Nensi de Heer (Cosmolingua):
Het is allemaal afhankelijk van hoe carrièrebewust iemand is. Hoewel het imago van een bedrijf belangrijk is, volgens mij, merk ik dat jongeren de dag van vandaag meer gefixeerd zijn op carrièreplanning. De opleidingsmogelijkheden die een bedrijf biedt, zijn voor hen van groot belang wanneer ze gaan solliciteren.

Serge Gommé (De Witte & Morel /Hudson):
We worden vandaag geconfronteerd met een nieuwe generatie van jongeren. Het is voor de bedrijven moeilijk om het juiste talent aan te trekken binnen deze generatie. Een aantrekkelijk imago zal altijd wel helpen natuurlijk maar de kandidaat verwacht tegenwoordig ook een pakket voordelen en deze voordelen zijn niets dan puur financieel. Het is eveneens van belang voor de nieuwe generatie kandidaten dat er mogelijkheden tot zelfontplooiing, opleidingen, evenwicht privé professioneel… worden aangeboden en in de bedrijfscultuur terug te vinden zijn.

Stefan Peetroons:
Jongeren worden steeds gevoeliger voor positieve communicatie, aandacht voor persoonlijke groei en ontwikkeling, geen of een minimum aan hiërarchische verhoudingen, feel good en regelmatig plezierige vooruitzichten, …en dus niet enkel en alleen voor materiële zaken die men hen biedt.

Rudy Heijns:
Vroeger was een rekruteringsbedrijf iets waar kandidaten zich aanboden. Nu verwachten de kandidaten dat de rekruteringsbedrijven voor hen werken. Dat is een groot mentaliteitsverschil.

Myriam Lossy (Lossy & Piret):
Er is een belangrijke rol weggelegd voor de selecteur. Diegene die voor de rekrutering en de selectie zorgt die moet ook het imago van het bedrijf waarvoor hij werkt, kunnen doorgeven.

Geert Meesschaert (Carela):
Een aantrekkelijk imago als bedrijf zal zeker altijd beter zijn dan het tegengestelde. Het is bekend dat Unique interim mee kandidaten over de vloer krijgt sedert ze uitgeroepen worden als één van de beste werkgevers van het land. Daarentegen zijn er bedrijven die zeer positief als werkgever in het nieuws komen en die toch de grootste moeite hebben om nieuwe krachten aan te trekken.

Paul Koeck:
Belgacom is hiervan een goed voorbeeld. Dit bedrijf bereikt de laatste jaren bij haar medewerkers een zeer hoge graad van tevredenheid. Ik was onlangs bij Belgacom en zei tegen de dame die mij begeleidde naar de lift en die duidelijk nog voor RTT gewerkt had, dat er veel veranderd s de laatste jaren. De dame zei letterlijk: Och meneer. ik heb zo’n spijt dat ik er nog maar twee jaar van kan genieten voor ik met pensioen moet gaan. Dat zegt veel, zou ik denken.

Vraag 2

Op welke manier of in welke richting zouden bedrijven meer inspanningen mogen doen om hun werkgeversimago te verbeteren?

Paul Koeck :
Ik denk dat er nog veel meer dan vandaag aan communicatie moet gedaan worden. Eerlijke transparante informatiedoorstrorning om een echte “ partnership” op te bouwen met alle stakeholders bijvoorbeeld is zeer belangrijk. Het is misschien maar een stukje van de puzzel maar transparantie van boven naar onder en omgekeerd betaalt zich dubbel en dik terug.

Diane De Winter:
Het is vooral zaak hoofddoel voor ogen te houden en de subdoelen niet belangrijker te maken dan de hoofddoelen.

Frédénque Bruggeman:
Wanneer de communicatie goed is, krijg je een veel grotere betrokkenheid van zowel de medewerkers, de leveranciers als de klanten. En een goede communicatie begint intern in het bedrijf. Een open communicatie stimuleert een positieve perceptie en deze wordt automatisch uitgedragen buiten de muren van het eigen bedrijf.

Liesbeth Nowé (HR Connect):
Wij doen beroep op communicatiespecialisten om alles duidelijk over te brengen. Wat is het doel? Wat zijn de waarden die je nodig hebt om aan de missie van het huis te kunnen beantwoorden? Wij schakelen een communicatiebureau in om de boodschap te vertalen naar een grotere herkenbaarheid dankzij een sterke vorm van communicatie.

Stefan Peetroons:
Bedrijven met een positief imago hebben het makkelijker om sterke profielen aan te trekken. Elk “mens-georiënteerd” bedrijf kan zijn imago optimaliseren door marketingconcepten te koppelen aan die van HR- en rekruteringscommunicatie, zowel in het aantrekken van nieuwe medewerkers als het positioneren van de organisatie op de (arbeids)markt

Katrien Geerts (Bik Interim):
Eerlijkheid in het begin en het verlengde van de communicatie. Het is zeer belangrijk eerlijk te zijn in de communicatie, zowel als het over het goed nieuws gaat als wanneer het over de knelpunten gaat.

Rudy Heijns:
Een goede buur is nog altijd beter dan een verre vriend. U kent dit wel. Bedrijven doen er goed aan zichzelf uit de schaduw te halen. Dat kunnen ze door reclame te maken, bepaalde activiteiten te sponsoren, bepaalde clubs te steunen enzovoorts.

Freddy Michiels (kmo insider):
Hoe staan de bedrijven daar zelf tegenover volgens u alleen? Zijn zij zich bewust van het belang van een degelijke communicatie.

Tania Stouthuysen:
In een kmo-omgeving is het zelfs moeilijk om een correct oordeel hierover te vellen. Soms word je te woord gestaan door een secretaresse die als opdracht heeft je te woord te staan maat in feite niet echt begaan is met de opdracht. Ze vervangt dan gewoon haar baas die geen tijd heeft. Om een goede doorstroming en uitstraling is het wel belangrijk dat de gesprekspartner mee is natuurlijk.

Frédérique Bruggeman:
Soms krijg je wel onduidelijke opdrachten om welke reden dan ook. Het is precies onze toegevoegde waarde dat wij zorgen voor de juiste vertalingen van opdrachten. Wij zullen er altijd voor zorgen dat de opdracht haarfijn geformuleerd wordt en gecommuniceerd wordt. Dat mag een klantbedrijf ook van een consultant verwachten.

Rudy Heijns:
En toch blijft het soms vervelend wanneer je niet precies weet wie de decision maker is.

Jan De Block (Synergie Belgium):
Aan kmo’s zou ik op dit vlak willen zeggen: zorg dat je weet wat uw lange termijn strategie is. Velen liggen daar niet echt wakker van want ze hebben met de zorgen van het dagelijks beleid al de handen vol, maar voor de toekomst van een bedrijf blijft het wel belangrijk te weten waar je met dit bedrijf naartoe wilt.

Bruno Rouffaer:
Kmo’s kennen een organische groei. Macro- bedrijven ondergaan veranderingen veel logger.

Nensi de Heer:
Een toenemend aantal bedrijven betrekt ons in hun lange termijn strategie. Wij kunnen hen dan adviseren over de gewenste talenkennis van een nieuwe werknemer. Soms nemen we actief deel aan de selectie of wordt er meteen een trainingsprogramma afgesproken. Zo kunnen wij ons rol optimaal vervullen.

Liesbeth Nowé:
Binnen een kmo-omgeving worden verschillende taken door één en dezelfde persoon opgenomen. In dergelijke gevallen is het belangrijk dat het kaderpersoneel meer basisonderricht krijgt over HR. Hoe aanwerven?Hoe ontslaan? Waar rekening mee houden? Hoe ziekteverzuim bestrijden? Dat zijn allemaal zaken die het aderpersoneel zou moeten aangeleerd worden.

Ward Aerts (Arenberg Consulting):
Voor de kmo’s wachten er grote uitdagingen en de kmo’s moeten ervoor zorgen dat zij daar ook klaar voor zijn. Wij worden voortdurend geconfronteerd met de kleine, dagelijkse problemen van de kmo’s. Dagelijks vragen wij ons af: hoe kunnen we de kmo-leiding ervan overtuigen dat hij er belang bij heeft van een stappenplan voor zijn HR te ontwikkelen?

Paul Koeck:
Soms zijn het de moeilijkste opdrachten die het makkelijkste lijken en soms is het omgekeerd. Soms moet je de medewerkers durven “challengen” om meer uit zichzelf te halen (zodat ze later fier kunnen terugblikken op hun verovering op zichzelf), in plaats van hen te beschermen tot de internationale concurrentie hen (samen met je bedrijf) van de kaart veegt. Letterlijk en figuurlijk. Bedrijfsleiders die hun mensen te veel beschermen, graven soms ongewild mee hun graf, want als wij niet beter zijn of slimmer dan onze Aziatische concurrenten, vliegen wij eruit. En dat is een ethische plicht van het management om de boodschap te durven onder ogen zien en te vertalen naar hun mensen toe, zonder paniek te zaaien natuurlijk. Soms heb ik de indruk dat het grootste probleem van een onderneming zich feitelijk steld wanneer alles goed gaat want dan wordt niet nagedacht over hoe crisissen te voorkomen en dommelt de bedrijfsleiding een beetje in. Een bedrijf mag ook niet te gerust zijn want dat leidt tot zelfgenoegzaamheid.

Francine Hierbaut (DBM Belgium):
Ik stel vast dat het velen aan een houvast ontbreekt, aan een referentiekader om hun missie te realiseren.

Geert Meesschaert:
Veel ligt toch ook aan het individu en de manier waarop hij of zij omgaat met zijn ambitie. Wij moeten deze mensen begeleiden en zelfbewust maken van hun mogelijkheden. Ik herinner mij een man in een rolstoel, voor wie de jobkansen eerder beperkt zijn. Hij was zo doordrongen van zijn capaciteiten en deed ook zo zijn best om zich te onderscheiden, dat we moesten vaststellen dat hij na twee maanden de job gevonden had die hem zinde.

Sefan Peetroons:
Werkzoekend willen zich niet alleen kunnen identificeren met de naam van de onderneming of de producten en de diensten die men aanbiedt, maar zeker ook de sociaal-maatschappelijke waarden die men hoog in het vaandel draagt. Ondernemingen laten dit steeds maar naar de buitenwereld zien. Men laat extern hierover oordelen en men bestudeert de publieke opinie via publiciteitscampagnes, publicaties, internet en door deelname aan of het organiseren van evenementen. Ook bedrijfsawards maken hiervoor goede publiciteit. Een goed voorbeeld: het aantal samenzweringen met b.v. de NGO’s stijgt de laatste jaren zeer sterk. Kortom: de werkzoekende gedraagt zich als “consument”, de “marketing” en de “HR” van een onderneming zou dus veel intensiever moeten samenwerken.

Katrien Geerts:
Dat is een zeer moeilijke opdracht. Een kmo in volle expansie heeft stroeve structuren en werft soms mensen aan met waardevolle ideeën maar die ze binnen dat bedrijf niet kunnen uitleven. Dat is erg. Ook hier moeten wij deze bedrijven bijstaan en op het hart drukken dat ze op het punt staan hun beste krachten te verliezen als ze niet meet interesse gaan tonen voor hun medewerkers.

Myriam Lossy:
Klanten opvoeden is een moeilijke taak maar het is onderdeel van onze job. Het moet mogelijk zijn van tegen een klant- opdrachtgever eens te zeggen: hola stop de trein, kijk eens in de spiegel, bezie eens goed waar je mee bezig bent.

Rudy Heijns:
Het ergste dat je in dergelijke gevallen kan meemaken is dat wanneer je gesprekspartner, de afgevaardigde van het bedrijf, geen volmacht heeft om
te beslissen. Dat heb je soms in een familiebedrijf, waarbij de kinderen al wel veel mogen uitvoeren maar waar zij toch nog altijd moeten verwijzen naar de ouders voor de uiteindelijke beslissing.

Myriam Lossy:
Dat is de moeilijkheid met de tweede generatie. Ik heb het al meegemaakt dat ik goede raad tracht te geven maar die consequenties inhoudt en dat je dan op het einde van het gesprek moet horen: kom morgenmiddag maar eens mee eten hij pa en ma…

Vraag 3

Welke beroepen (of sectoren ) met ook op lange termijn toekomstperspectieven, zijn het moeilijkst in te vullen? Ik wil het hier niet specifiek over de knelpuntberoepen hebben waarvan de VDAB elk jaar een lijst publiceert.

Tania Stouthuysen:
Door de stijgende globalisering kunnen tegenwoordig alle functies in vraag gesteld worden. Functies zullen anders ingekleed worden.

Tiziano Pisanu (Distincto):
De Laatste jaren heeft bijvoorbeeld het ingenieursprofiel een totaal andere wending genomen. Vroeger was dat eerder technisch georiënteerd beroep. Vandaag voert het diploma van industrieel Ingenieur meestal naar een managementfunctie. Ik denk dat dit voor het echte beroep van industrieel ingenieur een probleem zal worden. Ik vrees dat het binnenkort moeilijk zal worden om elektrotechnici te vinden die bereid zijn om in een shiftsysteem te opereren.

Paul Koeck:
Alle beroepen die naar de computer kunnen gedelegeerd worden zijn vroeg of laat bedreigd met uitsterven. Het gevaar is dan natuurlijk wel dat je jezelf verplicht gaat voelen om teveel taken af te stoten of in handen van derden over te laten omwille van de lagere kostprijs. Ik ben van mening dat je toch bepaalde zaken in huis moet trachten te houden. Fundamentele en strategische kennis voor je onderneming houd je best maar zelf
onder controle, ook al kost dit een centje meer. In principe zou je kunnen stellen dat alle “domme” werk gedoemd is om vroeg of laat te verdwijnen voor de mens. Routineklusjes zullen vroeg of laat door de computer overgenomen kunnen worden. Het is nog niet lang geleden dat het beroep van programmeur zeer prestigieus was, met enorme toekomstperspectieven. Vandaag kan je zaken laten programmeren in alle mogelijke landen tegen een kostprijs die niet te vergelijken is met wat dit hij ons zou kosten. Een Indiër – of iemand uit India– kost als programmeur 10 procent van wat een Belgische programmeur kost. Dus, zouden wij tienmaal slimmer en productiever moeten zijn om onze Westerse kostprijs te verantwoorden? We kunnen deze nieuwe waarheid niet ongestraft naast ons neerleggen.

Nicole Smet:
Heeft het onderwijs dit wel voldoende begrepen? Is er voldoende open communicatie naar het onderwijs toe vanuit het bedrijfsleven? Worden de jongeren voldoende ingelicht over wat het bedrijfsleven vandaag nodig heeft?

Freddy Michiels:
Ik weet dat de Kamers van Koophandel bruggen trachten te leggen tussen de bedrijfswereld en het onderwijs met wisselend succes, want de kloof tussen theorie en praktijk is volgens mij nog altijd iets te groot. Het heeft inderdaad geen zin om mensen in een studierichting te duwen die nauwelijks toekomstmogelijkheden biedt. Wat heb je aan een kolenboer als iedereen centrale verwarming heeft?

Stefan Peetroons:
Ook de vzw Bachelor streeft ernaar hogescholen en beroepenvelden samen te brengen om efficiënter een brug te leggen tussen de theorie en de praktijk Zo brengen zij bijvoorbeeld knelpuntberoepen en loopbaanprofielen in kaart, welke zij kenbaar maken via gerichte communicatie aan studenten.

Rudy Heijns:
Ik ben gastlector aan de Universiteit van Antwerpen en kan getuigen dat studenten een enorme nood hebben aan mensen uit de praktijk om zich een beter idee over hun beroepstoekomst te kunnen vormen. Mensen die vanuit de praktijk kunnen spreken zijn voor studenten zeer verrijkend. Je kan er bovendien niet meer onderuit dat “levenslang studeren”een must geworden is. Het onderwijs is van nature erg conservatief voor wat de jobinvulling betreft. Het kan ook moeilijk anders want het onderwijs behoort een theoretische kennis over te brengen die voor iedereen binnen dezelfde richting gelijk is. Mag ik ondertussen een ander pijnpunt aanhalen? Het is een schande dat we de vroegere talenkennis aan het verliezen zijn. De kennis van de eigen taal en van de vreemde talen gaat hij onze studenten achteruit. Schande.

Nensi de Heer:
Hier kom je aan een zeer belangrijk punt. Wallonië doet momenteel enorme inspanningen op taalgebied. De overheid stelt enorme beurzen ter beschikking opdat de Waalse bevolking meertalig zou zijn. Dat was vroeger misschien anders
maar vandaag is het frappant dat in Brussel bijvoorbeeld Franstalig vaak beter tweetalig zijn dan Vlamingen, terwijl dit vroeger net andersom was.
Jan De BIock :
Spijtig dat het in sommige gevallen een politieke materie is geworden, die in feite met de essentie van de zaak niets te maken heeft. Talenkennis geef iedereen hoe dan ook een voorsprong.

Geert Meesschaert:
Mijn dochter is 18 jaar en de moeilijkste vraag die ze mij kan stellen is: wat moet ik worden? Ik ben ook scheidsrechter in de Belgische voetbalcompetitie en ook daar is talenkennis zeer belangrijk. Maar er is nog een punt dat belangrijk is en dat te maken heeft met een mentaliteitswijziging. Wel beroepen liggen moeilijk in de markt omdat ze avondwerk of weekendwerk vereisen. Over het algemeen zint dit jongeren niet meer. Je merkt ook vaak een gebrek aan bezieling voor de job die je gekozen hebt. Vijf minuten voor het einde van de werktijd stormt iedereen al buiten alsof hun leven ervan af hangt. Bij vele mensen is de lijn tussen werk en privé-leven een echte breuklijn.

Myriam Lossy:
Ook hier is een taak weggelegd voor het onderwijs. Wij moeten de jongeren op het leven voorbereiden met een grotere flexibiliteit, want de toekomst zal niet van 9 tot 5 zijn. Een loopbaan verandert in de loop van een mensenleven.

Freddy Michiels:
Bovendien zijn de communicatiemogelijkheden zo uitgebreid vandaag dat iedereen die via internet werkt zich alle ogenblikken van de dag aan correspondentie, opdrachten, vragen, bestellingen en commentaren mag verwachten. Het toepassen van een flexibele uurregeling wordt voor vele beroepen een must.

Vraag 4

Welke opleidingen worden het meest gevraagd? Het meest gevolgd? België heeft niet de beste reputatie op het vlak van opleidingen. Wel over de kwaliteit van onze opleiders maar niet met betrekking tot het volume opleidingen die het bedrijfsleven nodig vindt. Hoe zien jullie dit?

Bruno Rouffaer:
Er werd hij ons veel geïnvesteerd in adviescheques e.d. Maar het wordt gezien als een regionale materie terwijl het- zeker als je met nationale en multinationale bedrijven werkt- een federale materie is. Van de regering moeten we niet veel verwachten. Vorige maal waren de adviescheques op twee minuten uitgeput alsof alles van tevoren al beslist was hoe het moest in zijn werk gaan, één grote chaos. Federgon probeert nog wel hier iets aan te doen maar het blijkt moeilijk te zijn. Wat in ons land ontbreekt, is de echte stimulans om mensen voortdurend op te leiden. In Frankrijk is elke onderneming al 15 jaar verplicht 2 procent van de personeelsleden een verplichte opleiding te geven. Iets gelijkaardigs zou bij ons zeer welkom zijn.

Myriam Lossy:
Het generatiepact verwijst ook naar een betere opleiding. Sectoren zouden in de eerste plaats inspanningen moeten doen om het levenslang studeren concreet aan te moedigen. Er moeten CAO’s gemaakt worden binnen de sectoren voor opleidingen. Dat zou een belangrijke stap zijn in de goede richting.
Tania Southuysen:
We hebben het makkelijk over de statische kwantiteit. Gaan we zo niet aan de echte problematiek voorbij?

Bruno Roufaer:
Niet alle opleiding moeten ook rechtstreeks verband houd en met het beroep waarvoor je gekozen hebt. Er is nog zoiets als een algemene ontwikkeling, de persoonlijke ontwikkeling. Men mag best breder denkend zijn en zichzelf over een breed spectrum informeren. Vroeg of laat heb je het toch nodig.

Tiziano Pisanu :
In Nederland worden de bedrijven verplicht hun medewerkers cursussen te laten volgen die niets met de job te maken hebben. Ik ben daar ook grote voorstander voor. Het is ook belangrijk voor de zelfkennis. Wie met oogkleppen door het leven gaat krijgt vroeg of laat wel enkele ontgoochelingen te verwerken. Door deze cursussen te volgen weet de bedrijfsleiding ook of iemand bekwaam is om nieuwe wendingen in onze maatschappij te volgen.

Stefan Peetroons:
Zowel vaktechnische skills maar vooral attitude en gedraagvaardigheden spelen een steeds belangrijkere rol in de optimalisatie van de totale professionele expertise. De vraag naar dit soort opleidingen stijgt bij ons zeer sterk. Denk aan vaardigheden voor een vlotte communicatie, onderhandelen en overtuigen, leidinggevende vaardigheden, meer betrokkenheid creëren en het stimuleren van intern en extern klantgericht denken en handelen, efficiënter vergaderen, het permanent coachen en motiveren van medewerkers… De verantwoordelijkheid voor de persoonlijke ontwikkeling ligt dan ook vooral bij de medewerker zelf. De medewerker is
immers de architect van de eigen loopbaan. Zonder het nemen van eigen initiatieven gaat het niet.

Paul Koeck:
Ik ben principieel tegen al te veel verplichtingen. Je moet opleiden, coachen, groeien als mens én als professioneel aantrekkelijker maken, meer sexy. Zowel het individu als het bedrijf moet er bij winnen, in geld en in plezier.

Stefan Peciroons:
Alles valt of staat met persoonlijke motivatie. Een gemotiveerd persoon telt voor drie. Betrokkenheid bij alles en iedereen zorgt automatisch voor meer initiatieven. Het rendement van een vlot lopende organisatie is dan enkel nog een logisch gevolg.

Rudy Heijns:
Sommige bedrijven voelen zich niet geroepen om hun medewerkers bijscholing te geven want zij vrezen dat nog beter opgeleide mensen meer uitdagingen krijgen dat zij met deze verworven kennis, sneller naar ander werk uitkijken.

Freddy Michiels :
Het is altijd gevaarlijk om bang te zijn voor onwetendheid. Het bedrijf moet ervoor zorgen dat ze verworven kennis of vaardigheden van hun medewerkers ook gebruiken. Wie zich goed voelt zal niet snel hei initiatief nemen om van werk te veranderen.

Stefan Peetroons:
Hierin ligt ook een taal voor de rekruteerder of consulent om de bedrijfsleiding attent te maken op de begeleiding van nieuwe medewerkers, zodat ze succesvol zijn in hun job. In onze voortdurend veranderende omgeving denken wij mee met onze klant en staan wij hem als zakelijke partner bij met passend advies inzake rekruteringvraagstukken en overheidsmaatregelen personeels -en opleidingsbeeld. Voornamelijk bij de aanwervingen van hooggeschoolde medewerkers is verdere opleiding en ontwikkeling aangewezen.

Ward Aerts:
Bedrijven hebben er belang bij dat ze over goed geïnformeerde medewerkers beschikken. Het mag een investering van het bedrijf zijn. Kennismanagement word altijd beloond en verstevigt de binding tussen het bedrijf en de werknemer. Wie het niet doet isoleert zijn medewerkers van de evolutie.

Nensi de Heer:
Wij merken dat dit zeker juist is op het gebied van taalopleidingen. Een taaltraining voor een medewerker moet zeker gezien worden als een investering. Het zet zich bijna dadelijk om in betere prestaties en resultaten. Bovendien is het ook een pluspunt voor de werknemer in zijn persoonlijk leven.

Vraag 5

Welke uitdagingen staan ons nog te wachten? Waar moet de bedrijfsleiding meer rekening houden dan zij vandaag doet?

Bruno Rouffaer:
De grootste uitdaging voor de bedrijfsleiding is de man helemaal bovenaan de top. Die moet mee zijn. Die met zich bezig kunnen houden met de lange termijn visie, dus het imago van zijn bedrijf. Hij bepaalt voor 80 à 90 procent het imago van het bedrijf. En dat is een geweldige uitdaging.

Paul Koeck:
Dat klopt. De ideale leider moet zijn medewerkers zodanig motiveren dat zij probleemloos mee bouwen aan het gedroomde imago van het bedrijf. Maak het sexy om je bedrijf en jezelf groot te maken.

Stefan Peetroons:
Bedrijven moeten investeren in hun mensen. Het menselijk kapitaal is voor ondernemingen vaak echt kapitaal en dus cruciaal voor het rendement. Investeren in permanente vorming verhoogt jobsatisfactie, betrokkenheid en productiviteit en dat levert een duurzaam economisch voordeel op.

Myriam Lossy:
Op commercieel niveau is iedereen belangrijk in een bedrijf, elk niveau draagt bij en het is inderdaad de leiding die voor het bedrijfsklimaat moet zorgen, maar de inbreng van elke medewerker — dus ook die van de receptioniste- is belangrijk.

Liesbeth Nowé:
Dat is in de eerste plaats een kwestie van communicatie en zorgen dat de medewerkers zich het betrokken voelen.

Francine Heirbaut:
We praten veel en terecht over knelpuntberoepen, maar ik zou ook eens wat meer aandacht willen vragen voor de knelpuntleeftijden. Het is toch niet ernstig dat we zoveel ervaring soms moeten aan de deur zien staan. We moeten absoluut denken aan het enorme talent en de expertise die de leeftijdgroep van boven de 45 jaar ter beschikking kan stellen.

Iedereen in koor:
Dit inderdaad zeer belangrijk. Hier moeten we allemaal aan werken.

Serge Gommé:
Voor een bedrijf dat vandaag succesvol is en dit in de toekomst wenst te blijven zal het noodzakelijk zijn een HR-politiek te voeren die rekening houdt met de realiteit. We weten allemaal dat morgen – en reeds vandaag – talent zeldzaam wordt. Het is dus van uitermate groot belang dat het talent dat vandaag in een bedrijf aanwezig is, met de nodige aandacht opgevolgd en ondersteund wordt. Development wordt de sleutel tot succes in een alsmaar enger wordende arbeidsmarkt.

 

Tekst: Freddy Michiels
Foto’s: Luc Peeters

Lees het volledig artikel (pdf): Bedrijven moeten meer investeren in het menselijk kapitaal

Categorieën
pers

Coaching is een queeste

Dossier Persoonlijke kwaliteitszorg

Coaching in het bedrijfsleven is een recent verschijnsel waarover nog veel onduidelijkheid bestaat. “Coaching is een creatief proces zonder einde”, schrijft Jos Borremans in zijn recente boek over het onderwerp. “Het komt erop aan om als coach voortdurend de condities te cultiveren waarin menselijk potentieel zich kan realiseren. Het is een voortdurende zoektocht naar vermogen.”

Het stellen van vragen om mensen tot inzicht te brengen, is niet nieuw. “Socrates was er een meester in en de dorpspastoors van weleer deden het ook”, zegt Paul Koeck van Coachteam. “Als gestandaardiseerd beroep in het bedrijfsleven en als een resultaatgerichte werkvorm die aanleiding geeft tot groei en ontwikkeling en tot het realiseren van doelstellingen is coaching echter een zeer recent verschijnsel.” In de pakweg tien jaar dat coaching in het bedrijfsleven in zwang is, heeft het begrip zich een zekere reputatie opgebouwd. Het aantal coaches groeit snel, al is de simpele vermelding van de naam ‘coach’ op een visitekaartje geen voorwaarde voor kwaliteit. Veel trainers hebben hun naam veranderd in ‘coach’, ook al omdat er een aantrekkelijker prijskaartje aan de activiteit hangt. In brede bedrijfskringen bestaat er nog veel verwarring over wat coaching nu eigenlijk is. Er zijn nog weinig of geen regels voor het vak, laat staan ethische codes.

Gerichte vragen

De International Coach Federation Belgium (ICF/B), die als doel heeft het beroep van coach in België te ontwikkelen en certificaten uit te reiken aan professioneel werkende coaches, geeft volgende definitie. ‘Coaching is het bijdragen tot de persoonlijke ontwikkeling van mensen door ze inzichten te verschaffen in hun eigen processen, ervan uitgaand dat iedereen de oplossingen in zich heeft, en ze ook zelf kan vinden. De coach kan deze ophalen door het stellen van gerichte en diepgaande vragen, het geven van feedback en door continu objectief waar te nemen en te luisteren. Coaching kijkt naar het heden en laat de coachee zoeken naar oplossingen die de toekomst kunnen verbeteren.” Paul Koeck benadrukt dat het essentieel is om in een coachingproces het goede te belichten en te bekrachtigen. “Als coach ga je ook vaak herkaderen, dit wil zeggen een probleem dat de coachee aankaart, hertalen naar op te bouwen competenties.” De relatie tussen coach en coachee moet er altijd een zijn van vertrouwen, anders lukt coaching niet.

Er is een duidelijk verschil tussen coaching en mentoring, al zijn er zeker mengvormen. Mentoring is het doorgeven van kennis door iemand die in een bepaald domein een bijzondere expertise of helicoptervisie heeft ontwikkeld. De factor ervaring speelt een grote rol. De mentoree voelt zich gesteund door de kennis en de ervaring van de mentor.
Of je als coach meer of minder kennis in een bepaald domein hebt dan de coachee is niet zo belangrijk. “Je kunt perfect iemand coachen die werkt in een sector waar je eigenlijk niet in thuis bent. Een coach is echter wel een specialist in het proces om iemand van a naar b te leiden.”

Taboe ?

Tot een paar jaar geleden was coaching in onze contreien taboe. Bedrijfsmensen met een leidende positie voelden zich beschaamd om te vertellen dat ze in coaching stapten. Veel zakenlui zagen het als een teken van zwakte en waren bang bij hun medewerkers gezichtsverlies te lijden. Een ander bezwarend element lag en ligt in het feit dat sommigen de technieken beschouwen als te ‘soft’ en te weinig resultaatgericht. ‘Het taboe bestaat voor een stuk nog, maar het ebt langzaam weg”, aldus nog Paul Koeck. ‘Ik krijg een coach, er is iets mis met mij’ ruimt stilaan de baan voor ‘Ik krijg een coach, mijn bedrijf ziet potentieel in mij.’ Meer en meer leidinggevenden zien daarnaast ook in dat coaching wel degelijk een strategische business impact heeft.

Op het gebruikelijke face-to-face coachingsgesprek hebben zich ondertussen allerlei varianten ontwikkeld, die drukbezette en internationaal opererende bedrijfsmensen best van pas komen.
Het gaat met name om telecoaching en e-coaching. Paul Koeck: “Recente studies hebben aangetoond dat mensen veel minder weerstand voelen en ook meer vertrouwen ontwikkelen als ze telefonisch of via e-mail overleg kunnen plegen met hun coach.” Coachteam heeft daarop ingespeeld en een specifiek model en onlinetools voor ‘afstandscoaching’ ontwikkeld. Ook de webcam kan worden ingezet. “In Europa is de bereidheid om via deze technieken te werken nog klein.

Nieuw: VCK mentorprogramma 

Het VCK heeft het initiatief genomen om de leden van het ‘VCKConnect’-netwerk een horizon- en kennisverruimend programma aan te bieden. Dat gebeurt door hen in contact te brengen met verschillende mentors, personen die op een bepaald domein over een uitzonderlijke expertise beschikken, en die hun kennis en inzichten willen delen. In een eerste fase gaan de deelnemers op zoek naar hun leerdoelen. Ze worden in dat proces begeleid door Paul Koeck, die hen op een coachende manier een aantal inzichten zal bijbrengen: wat wil ik bereiken, wat zijn mijn doelstellingen, welke mentor past bij mij en wat wil ik uit het programma halen? “We vergelijken de resultaten van deze zoektocht met de competentiedomeinen van de mentors en brengen op deze manier deelnemer(s) en mentor(s) samen. Het kan gaan om individuele ontmoetingen of ontmoetingen in een beperkt gezelschap. De deelnemer brengt tijdens die gesprekken vragen en onderwerpen aan.” Op het einde van het traject zullen de betrokkenen hun bevindingen op papier zetten en ze onder een ruimer publiek verspreiden.

Door Christine Huyghe

Categorieën
pers

Return On Investment (ROI) – Niet alleen door middel van verkoopsgerichte incentive

Return On Investment - Niet alleen door middel van verkoopsgerichte incentive - ROI Coaching

In ons vorig nummer stond te lezen dat de vakvereniging van incentive professionals SITE vandaag ten volle pleit voor een incentivebeleid dat geschoeid is op return on investment (ROI). Daar komt een vrij complexe nieuwe meetmethode voor ROI van een incentiveprogramma bij kijken, die allicht een grote stap betekent voor de Belgische incentivehuizen, laat staan voor eindgebruikers – de bedrijven zelf. Return on investment is een begrip dat al een tijdje meegaat in de trainings- en consultancy-wereld, en daarom probeerden we de link te leggen naar onze branche.

 

We klopten aan bij consultant-coach Paul Koeck van het Antwerpse Coachteam, die dagelijks bezig is met return on investment voor bedrijven. Hij bewerkt niet zozeer de teamgeest van groepen, maar trekt vooral de kaart van individuele coaching van teammanagers, die met hun nieuw verworven vaardigheden een trigger-effect teweeg kunnen brengen en zo op hun beurt in staat zijn een hele ploeg aan dezelfde kar te laten trekken. “Dat levert vaak een return on investment op tot 500 à 900%”, beweert hij ten stelligste.

MIM: Het verbaast u allicht niet dat in de incentivebranche nu ook met de term return on investment wordt gegoocheld. U garandeert die door coaching en individuele training, maar dat is niet vaak het onderwerp van een incentive-motivatieprogramma.

Paul Koeck: “De reflex naar return on investment wordt in alle bedrijfstakken overal duidelijker. Niet alleen dringt die gedachte door bij het management, maar indirect ook bij de werknemers zelf. Daar waar het bij hen tien jaar geleden veeleer ging om de kwestie ‘Is dat hier een beetje plezant of niet?’, leeft nu steeds meer manifester de vraag ‘Blijven we bij de volgende reorganisatie?’ of ‘Wat gebeurt er met ons als ons bedrijf verkocht wordt?’. Een manager moet daarom misschien eens proberen af te stappen van de idee van fun-incentive en zijn medewerkers een verrijkende ervaring bieden waardoor ze beter gewapend zijn wanneer op basis van koele ratio’s de hakbijl wordt gezet in het personeelsbestand. Ik denk dus dat een manager minstens op evenveel loyaliteit kan rekenen wanneer hij zich samen met hen richt op de bedrijfsdoelstellingen dan wanneer hij zomaar cadeaus uitdeelt.”

‘Om echt return on investment te garanderen, zouden incentives gekoppeld
moeten zijn aan het algeheel bedrijfsbelang, en niet louter aan verkoopscijfers.’

MIM: Die cadeaus worden vaak uitgedeeld als beloning voor een meerverkoop. Is dat een goede aanpak om een bedrijf voort te helpen?

Paul Koeck: “Ik heb inderdaad de indruk dat de incentivebranche een sterk verkoopsgerichte markt is. Het is natuurlijk gemakkelijk om een incentive te koppelen aan een cijfer zoals omzet. Maar een totaal andere doelstelling – die me even nuttig lijkt – kan toch ook zijn om bijvoorbeeld het aantal toestellen te verminderen dat in garantie moet worden hersteld. De eerste vraag die ik als consultant meestal stel aan een manager is te omschrijven waarvoor hij betaald wordt. Heel vaak komt daar maar een vaag antwoord op, dus kan je je afvragen in hoeverre die persoon een team naar een welomlijnd doel kan laten toewerken. Daarom is het vaak interessant om bottom-up te werken: je vraagt gewoon aan de werknemers zelf waar en op welke manier ze ergens naartoe willen werken en welke incentive daartegenover moet staan. Zo blijft de discussie open en komt er misschien een inhoudelijke doelstelling naar voren veeleer dan een verkoopsgerichte.”

MIM: Voor welk soort motivatie kiezen die teams dan meestal? Loon lijkt het meest voor de hand liggend, en hoe zit het met het voorschotelen van een reis?

Paul Koeck: “Loon wordt tegenwoordig bekeken als een verworven recht, en eenmaal je boven een zeker tevredenheidsplafond komt, is het niet meer de efficiëntste motivator. Scoren wel hoog zijn jobplezier, appreciatie – overigens de goedkoopste manier van incentives – maar vooral belangrijk is de ontwikkeling: de mensen de mogelijkheid bieden zich persoonlijk te ontplooien. Dat kan in de vorm van cursussen, opleidingen, deelname aan congressen, internationale meetings en gelegenheden tot networking met internationale collega’s. Ik vergezel als trainer wel eens bedrijfsgroepen naar het buitenland, dus ik ken het fenomeen van diners op een chique boot of de gala-avond in het somptueuze kasteel. Ik heb daarbij altijd het gevoel dat die dure uitstapjes niet de essentie zijn. Een bedrijf moet er vooral om bekommerd zijn of de punten en projecten die tijdens de internationale meetings worden besproken en opgestart, bij de deelnemers blijven hangen, eenmaal terug thuis een vervolg krijgen en uiteindelijk tot resultaten leiden. Bedrijven die teveel spenderen aan dure excessen tijdens deze trips, zullen zich dat eerst beklagen wanneer de economie gaat fluctueren. Dan is de kas leeg en maken ze zich de bedenking of ze het niet beter wat efficiënter hadden aangepakt.”

MIM: U heeft het nu nog over meetings en congressen waarrond incentive-activiteiten zijn verweven. Ik veronderstel dat u voor de pure salesgerichte incentive zoals we die traditioneel kennen – met orgelpunt de jaarlijkse beloningsreis voor het verkoopsteam – dan al helemaal niet te vinden bent?

Paul Koeck: “Die markt ken ik te weinig en ik ben nog nooit meegereisd, want wanneer er geen meerwaarde vereist is, wordt ik niet gevraagd. Maar nogmaals, die al te starre verkoopsgerichtheid is zeker niet gezond. Binnen een bedrijf kampen immers veel afdelingen met frustraties. Na sales komen afdelingen productie, service, … In heel wat moderne bedrijfstakken met complexe producten is dat servicecomponent immers even belangrijk als verkoop. One-shot verkoop is al helemaal niet meer van deze tijd, het gaat nu vooral om langetermijnrelaties. Nu is het vaak zo dat de verkoopsmensen danig cijfergericht zijn dat ze de integratie van die achterliggende afdelingen uit het oog verliezen. Dan krijg je van daaruit opmerkingen als ‘Die verkopers hebben weer iets beloofd, maar dat kunnen wij helemaal niet waarmaken’. Hier ligt pas een opportuniteit voor de incentivebranche: betrek de service-afdeling in het incentiveprogramma en laat hen het verkoopsteam evalueren en hun beoordeling meetellen in de score van de verkopers, om zo de samenwerking te stimuleren. Tenzij je een bedrijf bent dat loten schoenen aankoopt in Azië, en die hier gewoon ‘en masse’ aan de man moet brengen, dan is die verkoopsgerichte incentive misschien wel op zijn plaats.”

MIM: Mogen we even stout zijn? U vertelt een verhaal waarin u pleit voor minder franjes tijdens een incentive, en meer verrijkende sessies in de vorm van trainingen – uw winkel dus.

Paul Koeck: “Ik ben daar eerlijk in: ik ken de pure incentivebranche niet voldoende. Als ik echter verneem dat daar de nood aan bewijs van return on investment leeft, dan kan ik daar mijn ideeën misschien op afstellen, want van mijn aanpak weet ik dat hij werkt. Ik wil mijn verhaal dus wel even nuanceren: ik ben niet tegen verkoop, maar ik ben ervan overtuigd dat er ook andere parameters binnen een bedrijf bespeeld moeten worden. Daar komt heel vaak training bij kijken, eventueel ingepast in een incentivecampagne. Ik ben dus zeker bereid naar de sector te luisteren om mijn ideeën daar eventueel in te passen, zodat incentivebureaus zich kunnen blijven focussen op hun core competence – de reis uitwerken.

Meer informatie over de activiteiten van Paul Koeck op Coachteam (Coachteam – Talent Coaching & Leadership Coaching and Training)

Al eens over nagedacht?

Waarom niet omzettargets koppelen aan parameters die mee bepalend zijn voor het bedrijfsbelang op lange termijn? Een paar voorstellen:

  • het aantal foute toestellen in het productieproces verminderen
  • meten van de samenwerkingstevredenheid tussen de dienst naverkoop en verkoop
  • verwerken van scores van klantentevredenheid
Interview by Ludo Verhaege, photo by Meeting & Incentive Media with Dr. Paul Koeck op 01/02/2003

 

Lees het volledig artikel: (pdf) Return On Investment – (txt) Return On Investment