Categorieën
pers

Elke kmo is verplicht levenslang bij te scholen om te groeien

Wie vandaag zichzelf en zijn medewerkers niet regelmatig op de hoogte brengt van de nieuwste ontwikkelingen, die ziet zich door zijn concullega’s in sneltreinvaart voorbijsteken. Kennis bepaalt vandaag de hartslag, de efficiëntie en de toekomst van een bedrijf. Deze kennis mag niet uitsluitend beperkt blijven tot de kennis van het vakgebied waarin men actief is.

Het is vanzelfsprekend dat een bedrijf dat zich specialiseert in een bepaald vakgebied ook alle mogelijke expertise op dat domein, in huis haalt. Maar er is meer. Elke kmo moet zich vandaag bekwamen in materies die niet noodzakelijk vanzelfsprekend zijn: personeelsbeleid, verkoopstrategie, boekhouding, fiscaliteit, debiteurenbewaking en nog zoveel meer. Elk domein is zo complex geworden dat specialisatie zich opdringt. Een kmo kan vandaag niet langer alle competenties in huis hebben die nodig zijn om het bedrijf verstandig en efficiënt te leiden. Gelukkig heeft onze maatschappij zich ontwikkeld in diverse vakgebieden, waarbij iedereen zich specialiseert in een bepaalde “niche” en die expertise wil/kan overdragen op de leidinggevenden in een onderneming.

Om ons te informeren over de vele mogelijkheden die vandaag beschikbaar zijn inzake opleiding en coaching, nodigden we enkele belangrijke spelers in dit marktsegment uit voor een ontbijtvergadering en een panelgesprek. Zaten samen met ons aan tafel:

  • Nensi de Heer (Cosmolingua)
  • Evelien Den Tandt (Swiep)
  • Ann De Wit (Implements)
  • Ronald Franck (Furbo Training & Consulting)
  • Geert Frans (GC-Advies)
  • Paul Koeck (Coachteam)
  • Danny Lauwers (Antwerp Management School)
  • Vanessa Lauwers (U-man)
  • Michèle Lemmens (QI Talents)
  • Nicky Locktich (Coactiv)
  • Marleen Miechielsen (Graydon Belgium)
  • Christel Pintens (VDAB)
  • Germaine Rediger (Indialogue)
  • Corinne Reynders (Zenitor)
  • Patrick Van Aeken (ACT Partners)
  • Werner Van den Eynden (Ik weet het)
  • Marc Vermeulen (M-arc)

Wat kunnen deze experts ons – de kmo’s – bijbrengen? Waar bestedende kmo’s, naar hun inzicht, mogelijk te weinig aandacht aan? De antwoorden zijn leerrijk.

Wie is wie?

In welk onderdeel van opleiding of coaching zijn de panelleden precies actief?

Paul Koeck: Coachteam is vooral actief in leadership, coaching en communicatievaardigheden, naar zowel grote als kleine bedrijven. Daarnaast heb ik vanuit mijn medische achtergrond als geneesheer ‘Mijn kwartier’ opgericht, een online platform voor zelfcoaching’, een zelfhulpprogramma voor stress, angst, depressie en burn-out, gekoppeld aan online begeleiding.

Corinne Reynders: Sociaal verzekeringsfonds Zenitor is een onderdeel van Unizo. Onze corebusiness is het coachen van ondernemers in het ondernemen. Onze opleidingen zijn gericht op het versterken van de competenties en de bedrijfsvoering: netwerken, leiderschap, inzichten in bedrijfsvoering,…

Evelien Den Tandt: Swiep leert managers en hun teams spelenderwijs ontdekken hoe ze positief en constructief kunnen communiceren en samenwerken. Daarvoor gebruik ik toegepaste improvisatie, de oefeningen die improvisators in hun opleiding krijgen. Daardoor leren mensen om zich snel aan te passen in onvoorziene omstandigheden en om zich flexibel op te stellen en meer probleemoplossend te gaan denken vanuit een positieve attitude. Improviseren wil niet zeggen dat je er zomaar iets uitflapt, maar dat je alert bent en goed opneemt wat er rond u gebeurt.

Geert Frans: GC-Advice is gespecialiseerd in logistieke opleidingen, een sector met een enorme groeimarkt. Vandaag krijgt een vrachtwagenchauffeur een basistraining, maar in 2016 zal hij verplicht een 35 uur durende opleiding moeten volgen.

Marleen Miechielsen: Graydon Belgium is vooral bekend voor alles wat met credit management, risk & compliance, marketing intelligence en incasso te maken heeft.. Onze opleidingen zijn organisch gegroeid uit onze andere diensten. Onze klanten volgen vooral financiële opleidingen: analyse van de jaarrekening, creditmanagement, telefonisch incasseren, stimuleren van betrokkenheid van de verkoop bij debiteurenbeheer… Daarnaast geven wij ook vaardigheidstrainingen rond communicatie, time management,…

Nicky Locktich: Coactiv run ik samen met mijn echtgenoot, Eric Derie. Coactiv is gespecialiseerd in advies, training en coaching op het vlak van change management, leadership en het ontwikkelen van commerciële vaardigheden. We leveren voornamelijk maatwerk maar bieden ook open verkoops- onderhandelings- en communicatie trainingen.

Ik zelf begeleid en coach managers en teams. Voor bepaalde trajecten , gebruik ik daar ook paarden bij. Op maandag 28 april verscheen daarover een reportage in het VRT-programma Café Corsari. Een paard is heel sensitief en reageert zonder vooroordelen op onze menselijke gemoedstoestand… Via een paard kunnen managers leren hoe ze anders met zichzelf en anderen kunnen omgaan.

Marc Vermeulen: Met M-arc doe ik aan abdijcoaching van managers, waar ik trouwens ook een boek over heb geschreven, en dat gebaseerd is op een experiment. Zelf ben ik ongelovig en abdijcoaching heeft niets met religiositeit te maken, maar puur met het overnemen van het leven van deze mensen, kijken naar de symbolieken, kijken welke linken kunnen worden gelegd. Ik schrijf ook bedrijfstheaters en doe veel aan werkplekleren of ik ga met de deelnemers wandelend leren, gewoon de straat op. Mijn specialiteit is enerzijds leidinggevenden ondersteunen en trainen in het vermijden van de grootste valkuilen en anderzijds agressietraining en overvaltraining. Ik houd van moeilijke opdrachten, van het ontwarren van knopen waar mensen zelf niet uitgeraken.

Ronald Franck: Furbo Training & Consulting is actief in logistieke opleidingen: rijden met de vorkheftruck of met een ander vervoersmiddel, alsook preventie-opleidingen, juridisch advies, hoe je veiligheidscultuur op een hoger niveau brengen.

Werner Van den Eynden: Wij werken onder de pretentieuze merknaam ‘Ik weet het’ en we zijn voornamelijk actief in de zorgsector. We hebben gezien dat een aantal dingen uit de zorgsector heel toepasselijk zijn op kmo: ergonomie, EHBO, evacuatie, omgaan met lastige mensen, omgaan met agressie (voorkomen),… zijn niches van ‘Ik weet het’.

Nensi de Heer: Cosmolingua geeft taaltrainingen. Enerzijds is dat Engels en Frans voor bedrijven, op maat gemaakt. Anderzijds en sterk groeiend is dat Nederlands voor anderstaligen. Wij zijn o.a. partner voor FOREM in Wallonië, de tegenhanger van de VDAB. Die sturen ons zeer regelmatig hoog opgeleide werklozen, die veel kans hebben om een job te vinden, vooral in en rond Brussel op voorwaarde dat ze perfect tweetalig zijn. In Wallonië wordt veel gedaan om het Nederlands te stimuleren. Met deze mensen doen wij de traditionele taalcursus, maar daarnaast ook sollicitatiegesprekken e.d. Een niche is de medische sector. Momenteel komen er enorm veel buitenlandse zorgverleners naar ons land.

Ann De Wit: Implementis is ontstaan in 2008 en gespecialiseerd in het verbeteren van winstgevendheid: productiviteit verhogen, werken in een projectteam, bedrijfsprocessen verbeteren… Een belangrijk onderdeel van een verbeteringstraject vormen de opleidingen en individuele coachings rond change management, vaardigheden om op een efficiënte manier te werken, effectief mensen aansturen…Twee jaar geleden hebben we ook een afdeling arbeidsrecht en HR opgestart. In dit kader voorzien we adviesverlening en opleidingen. De meerderheid van de trajecten worden volledig op maat gemaakt.

Vanessa Lauwers: Ik ben opleidingsverantwoordelijke bij U-man in Mechelen, dat 26 jaar bestaat. U-man is steeds een trainingsbedrijf geweest en dat is nog altijd de corebusiness. Later is daar op vraag van de klanten coaching bijgekomen. We ervoeren dat kmo-leiders graag een persoonlijke touch willen. We richten ons vooral op zaakvoerders en hebben een heel breed aanbod in ons opleidingspakket: communicatie, time management, leadership, sales,…

Germaine Rediger: Indialogue organiseert trainingen en coaching-opleidingen. We zijn gespecialiseerd in communicatie, en niets meer. Dat is op zich al breed genoeg. De coaching is essentieel executive en political coaching, alsook teamcoaching. We geven ook een keer per jaar een door het ISNS gecertificeerde coachopleiding. We zijn eigenlijk neurosemanticus, gericht op de betekenis van het woord. (ISNS: international society of neuro semantics, red.)

Michèle Lemmens: QI Talenet bestaat sinds 2008 en is gericht op training en coaching. We werken veel op teamcoaching, vanuit een positieve oriëntatie. We zoeken niet waar het fout is gegaan, maar wel hoe we situaties kunnen herkaderen. We organiseren ook een vuurlopen.. Als mensen door het vuur gaan, verandert er iets, vuur is zuiver en vuur transformeert. Zoals in het gezegde ‘je gaat voor iemand door het vuur’ Verder werken we rond communicatie en leiderschap. Een apart luik zijn de HR-trainingen, soft skills vaardigheden, selectiegesprekken, functioneringsgesprekken,…

Christel Pintens: De VDAB is hier een vreemde eend in de bijt. Ik geef geen opleiding, maar werk binnen VDAB als provinciaal accountmanager in de metaalsector. Dat betekent dat ik bedrijven in deze sector wegwijs maak in het arbeidsmarktgebeuren. Ik ben hier vandaag omdat ik veel opleidingsbehoeften detecteer. Ik vind het belangrijk om veel insteek te krijgen om mee te nemen naar de bedrijven.

Danny Lauwers: Antwerp Management School is een onafhankelijke business school onder de vleugels van Universiteit Antwerpen en bestaat meer dan 50 jaar (het vroegere IPO of UAMS). Wij bieden opleidingen voor young graduates, net afgestudeerden die nog een master willen halen, in verschillende domeinen. We rekruteren daar internationaal voor. Op dit ogenblik hebben we 35 nationaliteiten in 8 masteropleidingen. Naast de young graduates heb je de executives, de doelgroep van dit panelgesprek. Zelf ben ik verantwoordelijk voor de executive opleidingen. Dan zijn er nog een zestal masteropleidingen naast een aantal korte tot middel langlopende opleidingen in verschillende domeinen: HR, leiderschap, finance. Op basis daarvan doen we ook company specifieke opleidingen op maat gemaakt.

Patrick Van Aeken: ACT Partners staat voor advies, coaching en training. We bestaan dit jaar 20 jaar. We zijn actief op drie domeinen: leading yourself, leading others en leading your company, in die volgorde. Alles start met jezelf te kunnen aansturen, je sterktes en zwaktes te kennen om vandaaruit je actieplan te maken. Als je jezelf goed kan aansturen, kan je ook beter anderen aansturen. In leading your company behandelen we strategische vraagstukken: visie, missie, waarden,… ACT bestaat uit senior consultants, die allen gecertificeerd zijn om te werken met professionele tools. Voorbeelden van deze certificaties : MBTI Step II, Situational Leadership, ICF (International Coaching Federation). Certificatie en professionalisme worden steeds belangrijker in de sector.

Mensen moeten gepushed worden

Wat zijn de voornaamste bekommernissen van de sector?

Ann De Wit: Wij verlenen ook juridisch advies en het is niet evident om op de markt freelancers te vinden met juridische kennis, die dit op een praktische manier kunnen toepassen. Ze geven een advies van tien pagina’s, maar geen duidelijk antwoord op de vraag.

Paul Koeck: We missen een stuk van de markt door alleen down te communiceren. We zouden meer bottom up moeten communiceren. Traditioneel zijn we gewoon dat onze gesprekspartner ofwel de bedrijfsleider, ofwel de personeelsdirecteur is. Ik ben zelf met een experiment begonnen binnen ‘Mijn kwartier’-verhaal omdat stress en burn-out iets is dat iedereen kan aanbelangen en waarmee je niet meteen per definitie naar je baas stapt, en waarbij we rechtstreeks met de consument communiceren. Als je de begeleiding van ‘Mijn kwartier’ echt volgt, geven wij een certificaat waarmee je werkgever je kan terugbetalen. Wij merken, althans voor stress en burn-out, dat veel mensen initiatief willen nemen als je iets aan een aanvaardbare prijs voorstelt, om zelf een antwoord te zoeken en voor te financieren.

Corinne Reynders: Burn-out belangt persoonlijk aan, terwijl de motivatie voor competenties om je job goed te doen volgens mij minder groot is.

Marc Vermeulen: Hoewel sommigen goed in staat zijn om hun opleidingspad zelf te kiezen, moeten mensen over het algemeen wat gepushed worden. Dit veronderstelt bij de opleidingsverantwoordelijke én bij de supervisor/manager/directeur inzicht in hoe mensen leren en hoe nodig het is om dit te begeleiden, wil je vermijden dat er na enkele maanden niets van overblijft. Een van de grote knelpunten is om bij de aanbieders het vele kaf van het koren te scheiden. Een ander knelpunt is de laatste fase van het opvolgingstraject: er zouden meer middelen moeten worden uitgegeven bij de trainers en coachen voor de opvolging van een traject. Je laat een nieuwe wagen toch ook niet in een wei staan verroesten? Onkundig omgaan met het rendement van een opleiding is even stom.

Nensi de Heer: Een knelpunt in de sector van de taalopleidingen is het feit dat de overheid niet met privé-taalscholen wil samenwerken. In Brussel werk ik wel samen met het Huis van het Nederlands, maar in Antwerpen weigert men mij te woord te staan en wordt uitsluitend met gesubsidieerd onderwijs samengewerkt (CVO,…). Daarnaast is er de B.T.W. van 21% die wij zouden moeten gaan heffen als privé-taalschool. Daar was vijftien jaar geleden al sprake van. Nu ligt dat weer op tafel. Het is uitgesteld tot september. Particulieren en vzw’s, die niet B.T.W.-plichtig, zijn ook belangrijke klanten voor ons.

Moeten jullie veel tijd steken in het overtuigen van bedrijven voor het nut van een opleiding?

Vanessa Lauwers: Bedrijven zien opleiding teveel als een kost en kijken niet naar wat het opbrengt. De kmo-zaakvoerder ziet niet altijd de noodzaak van een opleiding dus moeten we hem de spiegel voorhouden zodat hij beseft hoe belangrijk het kan zijn voor de expansie van zijn bedrijf.

Marleen Miechielsen: Dat is afhankelijk van het onderwerp. Bij communicatietraining zie je niet direct het resultaat en men ziet het in eerste instantie vaak als een kost. Bij onze financiële opleiding, waarbij mensen leren hoe ze moeten incasseren, leren om efficiënt de telefoon vast te nemen, zie je veel sneller resultaat. Bepaalde trainingen verkopen zichzelf.

Christel Reynders: Als je ondernemingen toont dat veel opleidingen gesubsidieerd worden – wat een van mijn taken is – kan je ze veel gemakkelijker over de streep trekken. Maar veel kmo’s zien de bomen door het bos niet meer en geven het dan vaak op.

Marc Vermeulen: Eigenlijk niet. Integendeel: ik raad bedrijven vaak aan om een opleiding niet te organiseren en te vervangen door iets wat minder geld kost: leren van een zeer performante collega, bij voorbeeld. Trainers staan te vaak voor een groep wetende dat hun interventie niets maar dan ook niets zal opbrengen. Niet omdat de deelnemers niet slim of ijverig genoeg zijn, wel omdat er geen aanmoediging is en geen ‘I want my money back’ ingesteldheid. Als iemand echt niets doet met wat hij in een opleiding heeft gezien zou je als bedrijf het geld moeten terugeisen van de deelnemer. Het lijkt wel dat bedrijven vaak veel schroom hebben om over die goede oude, maar gezonde ROI (Return On Investment) te spreken

Ann De Wit: Bij opleidingen in het arbeidsrecht en in procesoptimalisatie zien de klanten reeds op voorhand hun besparingen. Ze kunnen direct hun rekening maken. Voor verbeteringstrajecten werkt Implementis als enige in de Belgische markt volgens het principe no cure no pay. Wij werken met een resultaatsgarantie en garanderen contractueel 100% terugbetaling van uw investering.

Patrick Van Aeken: We moeten ons belang als trainer ook niet overschatten, als we er vanuit gaan dat mensen voornamelijk leren op de werkplek door dingen te doen. Als opleiders kunnen wij iets zaaien en hopen dat er nadien op de werkplek iets mee gebeurt. Maar daar hebben wij geen impact op. Volgens het principe 70-20-10 leren mensen 70% op de werkplek en slechts 10% formeel, in een klaslokaal. Wat we dan wel kunnen doen, is leidinggevenden trainen in hoe zij op de werkplek het leren van hun medewerkers kunnen ondersteunen.

Ronald Franck: Ik ben zelf zaakvoerder van een kmo. Voor mijn eigen mensen voorzie ik opleidingen. Ik weet dat het nuttig is, maar je moet het ook kunnen inpassen in je business model. Als je in een concurrentiele markt moet knokken om te overleven, is het moeilijk om een keuze te maken. In verband met de opmerking van Paul Koeck wij zien zelf wel mensen die persoonlijk willen investeren in opleiding, om meer kans te maken op de arbeidsmarkt, ook allochtonen.

Michèle Lemmens: Ik kan Paul Koeck volgen als hij zegt dat de verantwoordelijkheid bij de mensen zelf dient gelegd te worden . Het lijkt wel of wij vinden dat niet iedereen daartoe in staat is. Coaching kan dit zeker stimuleren, en ik denk dat er werk aan de winkel is op dat terrein. Het is ook een maatschappelijk gegeven: alles wordt voor ons beslist en in regels gegoten….

Corinne Reynders: Sinds de crisis zijn bij kleine kmo’s de investeringen in opleidingen verminderd. De bedrijfsleiders van kleine kmo’s zijn moeilijker te overtuigen en zien de noodzaak niet in. Daar dan kan je wel bottom-up werken.

Marleen Miechielsen: In België is ongeveer tien procent van de faillissementen te wijten aan mismanagement. Ambachtsmannen kunnen ongetwijfeld goed met hun handen werken, maar het is belangrijk dat ze ook hun administratie en managementvaardigheden op punt hebben. Opleidingen kunnen daarbij helpen. Wij willen graag ook die mensen bereiken..

Nicky Lockitch: Voor onze soft-skills opleidingen, krijgen we vaak de vraag naar “return on investment”. Klanten vragen zich af wat ze zullen krijgen voor hun investering en terecht. Wij zien dit nog breder en spreken graag van een maximale “return on expectations”. N.l. wat is naast het financiële de beoogde impact op de organisatie ? Deze verwachtingen kunnen erg verschillend zijn. Vandaar dat wij hoofdzakelijk maatwerk leveren.

Hoe transparant zijn de resultaten?

Maken jullie statistieken van wat de opleidingen en trainingen hebben opgebracht? Weten jullie van jullie klant of er resultaat is?

Ann De Wit: In het kader van besparingstrajecten hebben wij per traject uitgerekend wat het heeft gekost en wat het bespaard heeft. Wij garanderen die besparingen contractueel. We halen bij onze klanten een gemiddelde productiviteitsverbetering tussen 15% en 25%. Wij bieden enkel een samenwerkingsvoorstel aan indien we voldoende verbeteringspotentieel kunnen identificeren om een ROI te realiseren van minimum 200 à 300%.

Geert Frans: Wij zijn actief in een sector waar de afgelopen 50 jaar nooit een opleidingscultuur was. Nu wordt men verplicht om opleiding te volgen. We merken dat dit nu versneld begint te gaan. De bedrijfsleiders zien in dat de opleiding een meerwaarde is.

Evelien Den Tandt: Mensen hebben graag op papier bevestigd dat de opleiding of coaching iets gaat opbrengen. Op het vlak van soft skills is dat inderdaad moeilijker. Ik werk zelf met een test die kan aantonen dat mensen op neurologische niveau flexibeler geworden zijn, maar dat is nog iets anders dan effectief gedrag in situaties. Ik werk daarom ook met getuigenissen.

Marc Vermeulen: Dat moet je opvolgen, natuurlijk. Na 3 en 6 en 9 maanden is er een nabespreking. De manager, de deelnemer én de trainer zijn present om gedurende 1 uur uit te puren wat er met het geleerde gebeurt.

Paul Koeck: Bottom-up kan werken op voorwaarde dat je je business model aanpast. De mensen die bottom-up een opleiding volgen, krijgen dertig dagen follow-up voor 55 euro. Dat is een bedrag dat mensen wel willen spenderen en offertes moeten maken. Je kan dat voor 55 euro doen als je niet moet gaan onderhandelen met de directeur van de kmo voor je een contract sluit. Als je een bottom-up akkoord heb, kan je een goedkopere methodiek hanteren. Daarnaast hebben wij inderdaad een bewezen effect. Door de universiteit van Mons laten wij research doen op de resultaten met universitair bewezen testen. Dat overtuigt mensen. Testimonials zijn ook nuttig, maar die kosten moeite en zijn slechts zinvol bij een voldoende grote markt.

Patrick Van Aeken: Wat de return on investment van opleidingen betreft, zie ik dat bij leidinggevenden en bedrijfsleiders zelf vaak het minimum ontbreekt, dat ze niet eens hun werknemers-cursisten briefen en hen achteraf niet vragen hoe het geweest is of wat ze geleerd hebben. Daar wringt het schoentje.

Vanessa Lauwers: Na elke training of coaching cycle wordt er door onze Kwaliteitsafdeling gemeten hoe tevreden de klant is. Indien nodig worden bijkomende acties ondernomen. Een tevreden klant voor ons is een klant die effectief TOEPAST wat hij geleerd heeft.

Hoe wordt iemand voldoende expert om een opleiding of training te geven? Wat is het profiel van een opleider/coach? Waar halen jullie de expertise om tegen mij te zeggen hoe ik het moet doen?

Marleen Miechielsen: Een goede opleider beschikt over een combinatie van kennis, al dan niet academisch, pedagogische vaardigheden en praktijkervaring. In bepaalde ‘opleidingsfabrieken’ krijgen mensen hun trainingspakket. Ze leren dat van buiten en gaan dan training geven. Dat zijn voor mij minder goede trainers.

Nicky Lockitch: Inderdaad, als je geen praktijkervaring hebt met het onderwerp is het toch moeilijk om geloofwaardig te zijn. Daarnaast moet je je materie ook kunnen brengen. Daar moet je ook de opleiding voor hebben gekregen en dan is er nog de passie nodig om iets te brengen.

Marc Vermeulen: Ik zie veel passie aanwezig, maar dat is niet genoeg. Tegenwoordig zijn er mensen die bij ontslag een coachingbedrijf oprichten, omdat ze ervaring hebben en opleidingen hebben ingekocht, maar dat is niet genoeg. Je moet vooral een goed analysevermogen hebben en in het reine zijn met jezelf.

Paul Koeck: Er zijn twee modellen. Bij het Europees model, het Prima Donnamodel, vertrekt de trainer vanuit de eigen expertise omdat hij ervaring heeft in het veld en training skills heeft aangeleerd. Op het ‘American society for training en development-congres’ zie je dat van de 8.000 deelnemers er ongeveer 1.500 script writer zijn en ongeveer 6.500 trainer. In Amerika hebben ze een model waar met goed opgebouwde scripts trainers goed zijn, dankzij de kwaliteit van het script. Omdat we in Europa die expertise over het algemeen niet hebben, geldt dat je alleen maar een goede trainer bent als je effectief uit het ervaringsveld komt, maar het is niet de enige mogelijkheid.

Michèle Lemmens: Aan het ego van trainers moet op tijd en stond eens goed aan geschud worden. Je moet jezelf continu in vraag durven stellen. Dat is een grote investering in tijd, maar heel belangrijk. Ook belangrijk is om je leervormen open te trekken: een boek lezen, intervisie, supervisie… Dit alles streven we zeker na bij QiTalent.

Vanessa Lauwers: Een goede trainer is in staat om zijn publiek in actie te zetten. Hij/zij moet ervoor zorgen dat de deelnemers effectief aan de slag gaan en resultaten behalen. Er is geen eenduidend profiel voor een coach/trainer. De resultaten en de feedback van de klanten is zeer belangrijk.

Corinne Reynders: Als trainer moet je genoeg basis hebben opgebouwd, zodat je van je script weg kunt en kan inspelen op je publiek. Daar ligt de maturiteit van een trainer.

Marc Vermeulen: Een belangrijke eigenschap is consequent gedrag. Als je een onderwerp geeft, moet je dat niet alleen kennen, maar ook zelf kunnen toepassen en daar falen vele trainers. Ze geven stressmanagement, maar zijn zelf stresskippen.

Werner Van den Eynden: Wij werken bij voorkeur samen met freelancers die in het veld staan, maar ze moeten er niet in gebetonneerd zijn. We zetten ze regelmatig eens in een andere situatie – we maken ze bv directeur van een pingpongballenfabriek – en als ze dan dichtklappen, betekent dit dat ze alleen maar in hun eigen kunnen stramien denken. Er moet ook gedrevenheid bij zijn.

Ronald Franck: Passie is belangrijk, maar mag niet overheersen. Wij hadden ooit een te gepassioneerde trainer. Hij had niet door dat hij het publiek niet meer mee had.

Patrick Van Aeken: Hoewel trainer en coach een gelijkaardige rol vervullen, is er een nuance tussen wat een coach en wat een trainer moet hebben. Een trainer staat immers meestal voor een groep en een coach face to face. Een trainer vertelt een verhaal, moet présence hebben tov een groep, terwijl een coach meer werkt met wat er in de coachee zelf zit om de coachee te laten groeien. Dat vereist van de coach nog meer luistervaardigheden, meer kunnen confronteren, empathie tonen,…

Michèle Lemmens: Het is een meerwaarde om als trainer coach-vaardigheden te hebben.

Welke goede raad kunnen we bedrijven nog geven?

Welke adviezen kunnen we onze lezers nog meegeven? Waar moeten bedrijven in de toekomst meer rekening mee houden dan ze vandaag al doen?

Paul Koeck: We moeten transparantie creëren in het eindresultaat dat we onze klanten kunnen bieden, zowel voor de bedrijfsleider als voor de werknemer. We moeten ons huiswerk goed maken om simpel te kunnen uitleggen wat de benefit van de training is.

Daar is de nieuwe consument naar op zoek.

Evelien De Tandt: In grotere bedrijven wordt vaak tijd voorzien voor opleiding. In veel kmo’s is dat niet zo en ondervinden mensen die training volgen stress. Ze zitten met hun hoofd bij hun job. Een percentage van een job zou sowieso naar opleiding moeten gaan.

Geert Frans: In onze sector worden mensen verplicht om levenslang te leren en permanente vorming te volgen. Wij kaderen binnen de FOD mobiliteit en worden verplicht om de obligate PowerPoint af te rammelen. Onze uitdaging ligt erin om dit op een aangename manier te brengen. Voor mij moet een trainer iets kunnen overbrengen. Het mag nooit iemand zijn die zichzelf een pluim geeft op het einde van de dag.

Marleen Miechielsen: Open opleidingen zijn ook zeer nuttig, zeker voor kmo’s die geen groot team hebben dat ze samen kunnen brengen voor een opleiding op maat. Een open standaard opleiding rendeert ook.

Nicky Lockitch: Al te vaak zien kmo’s opleidingen nog als een kost en niet als een investering. Ik zou graag een veelzeggende quote meegeven waarbij de CFO vraagt: What if we invest in the development of people, and then they leave? En de CEO: What if we don’t and they stay?

Marc Vermeulen: Ik heb drie tips. 1. Laat je als bedrijfsleider minstens eens zien op de training. 2. Trainers zijn geen prostituees, het gaat verder dan ons betalen. 3. Verwacht niet teveel van opleiding, maar verwacht dat de deelnemer één trapje hoger moet. Mensen veranderen stapsgewijs.

Ronald Franck: Investeer in een veiligheidscultuur. Het is geen kost, het brengt alleen op.

Werner Van den Eynden: We moeten inzetten op preventieve opleidingen. Voorkomen is altijd beter dan genezen. Geef ook tijd om de nieuwe informatie te implementeren. Wij kijken een maand na de opleiding of de leerdoelen behaald zijn, wanneer de euforie van net na de training weggeëbd is.

Nensi de Heer: Kmo’s moeten trainingen zien als een investering. Een medewerker die talen kent kan op een grotere markt ingezet worden. De opdrachtgever moet ook goed zeggen wat doelstellingen van een training moeten zijn. Als we dat zelf moeten uitzoeken, gaat er tijd en geld verloren.

Ann De Wit: Maak kennis met de trainer vooraleer hij de opleiding komt geven. Veel bedrijven kopen een opleiding aan de telefoon en hebben de trainer nooit gezien. Het kan een enorme meerwaarde zijn als ze de trainer vooraf uitnodigen om kennis te maken. Hoe meer informatie de trainer krijgt, hoe beter hij de opleiding op maat kan maken zodat de voorafbepaalde doelstellingen worden gehaald. Bovendien kan je zo meteen afstemmen of de aanpak van de trainer past binnen de cultuur in uw onderneming.

Vanessa Lauwers: Ga in communicatie met de trainer, zodat je minstens een gezicht op hem of haar kan plakken. Eis resultaten van je trainer, wees niet tevreden met veel theorie maar vraag hem/haar de nadruk op praktijk te leggen. Vraag feedback na de training, zodat je weet wat je mensen ervaren hebben en hoe je hen verder kan begeleider. En als trainer is het belangrijk dat je ook in de spiegel durft kijken: wat had ik anders/beter kunnen doen. Het is voortdurend aan jezelf werken.

Germaine Rediger: Bedrijfsleiders zien hun mensen niet als het bedrijf. Als iedereen uit je bedrijf weggaat, dan blijven er muren over. Het potentieel zit in je mensen. Bedrijfsleiders zijn daar niet voldoende bewust van. Er moet geïnvesteerd worden in het kapitaal van je mensen, en niet in stoelen. Kwaliteit staat gelijk aan expertise voor mij en expertise bouw je op over jaren. Wij eisen dat trainers minstens vijf jaar lessen volgen voor ze zelf mogen beginnen trainen. Dat is heel belangrijk. Je zit met menselijk materiaal. Daar mag je niet mee spelen. Trainers gaan veel met symptomen werken, en gaan daarop trainen, waardoor ze tot de oorzaak kunnen komen en waardoor er veel minder resultaat bereikt wordt. Voor kmo’s kunnen open trainingen zeker heel belangrijk zijn.

Michèle Lemmens: Vergeet jezelf niet als kmo-bedrijfsleider. Werk aan je persoonlijke ontwikkeling, aan leiderschap, aan effectieve communicatie en probeer de manier waarop je omgaat met mensen op een niveau te brengen dat van maturiteit getuigt. Soms zie ik communicatie van kleuterschoolniveau. Ik kan ook niet geloven dat er trainingen gegeven worden zonder intake, draaiboek, opvolging, … Als je trainingen laat geven in je bedrijf ga dan na of er aan al deze punten voldoende aandacht wordt geschonken.

Christel Pintens: Als je wil groeien, innoveren,… kan je opleidingen niet buitenhouden. Er zijn geen witte raven meer, ook geen gevlekte, het zijn zwarte raven geworden. Werkplekleren zal nog sterk toenemen. Het is een mooie vorm om een vak aan te leren. Sinds 1 april is er in het kader van het eenheidsstatuut de motivatieplicht en dat is een mooie insteek om kmo’s te sensibiliseren om meer rond hun personeel te gaan werken, anders gaan ze tegen de muur knallen wanneer ze mensen moeten ontslaan.

Danny Lauwers: Open opleidingen zijn zeer waardevol om een zekere competentie binnen te halen. Vandaag vechten we met de crisis en wordt er gekeken naar opleidingsbudgetten, vooral voor open opleidingen, en ook ontbreekt de tijd vaak om een opleiding te volgen. Een ander probleem is dat iedereen die vandaag zonder werk valt, morgen opleider kan worden. Er is wat wildgroei. Als kmo bedrijfsleider wordt het moeilijk om uit het bos een boom te kiezen.

Patrick Van Aeken: Er bestaan vandaag certificaties die bedrijfsleiders kunnen helpen om professionele trainers en coaches aan te trekken. Een voorbeeld hiervan is de Personal Coach Certification van van de International Coaching Federation.. Aan kmo-bedrijfsleiders zou ik verder willen meegeven dat ontwikkeling belangrijk is, maar ontwikkeling is veel meer dan mensen naar een training sturen. Wees je ook bewust van je eigen voorbeeldrol. Je bent zelf als leidinggevende de beste uitdrager van wat je wil bewerkstelligen.

Interview: Freddy Michiels
Verslag: Nicole Verstrepen
Foto’s: Wilfried Deferme

Bron: kmo-insider.biz

Categorieën
pers

Stress als uitdaging

Stress als uitdaging

NIEUWE ANTI-STRESS FORMULE VOOR MANAGERS IN HET ALFA MOLENVIJVER HOTEL

Stress… een modewoord? Zéker niet. Als er vandaag veel over gesproken wordt, is het meer omdat stress pas in de laatste 15 jaar als zodanig (h)erkend wordt. Dokter Peter Mielants en dokter Paul Koeck hebben op dat terrein toonaangevend werk verricht. Een verrijkende ontmoeting met Alfa-Managers leidde tot een nieuw concept in het Alfa Molenvijver Hotel: “Stress als uitdaging”!

Dr. Peter Mielants: “Stress kan positief of negatief zijn. Positieve stress of eustress is o.m. het gevoel van verliefdheid, maar ook de spanning bij het leveren van prestaties. Stress kan ook negatief zijn, de zogenaamde distress: de spanning bij een onvoorziene crisis, dreigende ontslagen of herstructurering, maar ook van het leveren van prestaties. Zoals uit bovenstaand voorbeeld blijkt, wordt de keuze tussen eustress en distress mee bepaald door de beleving van zichzelf in relatie met de wereld om zich heen”.

Dr. Paul Koeck: “In mijn jarenlange ervaring met managers valt het mij steeds op hoe ‘succesvolle’ managers en ondernemers anders met stress omgaan. Waar de meeste managers op een probleem of stressor gestresseerd reageren, distress, zal de succesvolle manager er een opportuniteit of uitdaging in zien. Positieve stress leidt tot betere resultaten én een betere gezondheid! In onze formule leer je problemen als uitdagingen zien en distress om te buigen in gezonde stress”.

Door hun vaardigheden als therapeut zijn Dr. Paul Koeck en Dr. Peter Mielants in staat de deelnemers zo te begeleiden dat zij bij zichzelf nieuwe mogelijkheden ontdekken. In tegenstelling met de traditionele training waar via schema’s en relaxatieoefeningen stress als probleem wordt aangepakt, gaat de deelnemer in deze formule naar de kern van zichzelf: hij ontdekt aspecten van zichzelf die hij voordien niet kende en leert zo negatieve stress om te buigen in nieuwe uitdagingen. Nadruk wordt enerzijds gelegd op verandering van de eigen perceptie en doelstellingen, anderzijds op de interactie met de omgeving, familie, collega’s en klanten. Naast het aanleren van technieken, ondergaat de deelnemer een persoonlijk veranderingsproces.

Ervaring met bedrijven zoals Hewlett-Packard, Kredietbank, Agfa-Gevaert, Smith Kline Beecham en IBM toont dat de seminaries van Dr. Peter Mielants en Dr. Paul Koeck zowel leerrijk als therapeutisch zijn.

Dr. Peter Mielants is verbonden aan de Universiteit van Antwerpen als supervisor in de systeemtheoretische psychoterapie en opleider in communicatievaardigheden. Tevens werkt hij als psychiater in het AZ Middelheim, het AZ Stuivenberg en als relatie- en gezinstherapeut in zijn privé praktijk.

Daarnaast is hij voorzitter van de erkennings-commissie van de vereniging van Psychiater-psychotherapeuten. Hij is directeur van ‘The Pattern Institute of Mind and Management’. In opdracht van het Vlaamse Ministerie van Onderwijs schreef hij een handboek over menselijke relaties voor secundair en hoger onderwijs.

Dr. Paul Koeck, studeerde Geneeskunde, Wijsbegeerte en Sportgeneeskunde te Leuven, gevolgd door Systeemtherapie en Hypnotherapie in Brugge, Leuven en de Verenigde Staten. Bovendien behaalde hij een Licenciaat in Management (PUB) aan de VLERICK School voor Management te Gent. In Antwerpen heeft hij een praktijk als geneesheer, sportarts en psychotherapeut en leidt er het ‘Centrum voor Stressbegeleiding’. In dit kader geeft hij advies aan bedrijven over de geestelijke en lichamelijke gezondheid van werknemers en kaderleden. Dit gebeurt onder de vorm van seminaries, trainingen, persoonlijk advies, begeleiding en bedrijfsreorganisatie. Hij is eveneens partner en trainer van ‘The Pattern Institute of Mind and Management’.

BEAUJOLAIS NOUVEAU IN ANTWERPEN

Tradities zijn er om in stand te houden – én dat geldt zeker voor de Beaujolais nouveau. Op de derde donderdag van november werden in het Antwerpse Alfa Congress Hotel de eerste flessen ontkurkt. Wijnleverancier Van den Eynde liet na de praktische proef zijn vakkennis spreken… deze pretentieloze gezelschapwijn ligt heerlijk in de mond. Als speciale attractie had Manager Pierre Verbeke een gigantische opblaas-Beaujolais-fles (11 meter hoog) voor de deuren van het Alfa Congress Hotel geparkeerd. Een grote wijn dus, die op een groot proeverspubliek kon rekenen.

Het Genkse Alfa Molenvijver Hotel is gelegen in een oase van rust, te midden van een unieke natuuromgeving. Extra pluspunt is dat het hotel makkelijk en snel bereikbaar is via het nationale en internationale snelwegennet in de buurt. Ook aan ontspanning is hier ruimschoots gedacht: zwembad, sauna, fitness, wijdse terrassen met uitzicht op de vijver en natuurlijk een bijzonder comfortabele leefwereld. Voor meer informatie of een brochure over ‘Stress als Uitdaging’, contacteert u Dokter Paul Koeck of Dokter Peter Mielants tussen 14.00 en 18.00 uur op 03/237.79.38 of fax 03/248.52.46. Het eerstvolgende programma gaat van start in maart 1994 en duurt 3 dagen (of voor de uitgebreide versie 5 dagen).

Categorieën
pers

Anti-Probleem-Team

Het Centrum voor Stressbegeleiding positioneert zich als de specialist die bedrijven helpt focussen op oplossingen.

What’s in a name?

Toen Paul Koeck in 1992 het Centrum voor Stressbegeleiding boven de doopvont hield, richtte deze g.c.v. zich in de eerste plaats op de ongewenste effecten van stress op bedrijf en individu. Vandaag bestrijken de activiteiten een veel breder terrein, met probleemoplossend maatwerk als hoofdbrok. Zit een bedrijf met een probleem of wil het een doel bereiken, dan begeleidt het Centrum de onderneming, de afdeling of de werknemer zodat deze zelf oplossingen kan vinden en uitwerken. Een tweede activiteit omvat individuele begeleiding: omgaan met stress, stoppen met roken, leren controleren van een alcoholprobleem enz. Tenslotte geeft het Centrum ook trainingen in Solution Focused Management (SFM) en in Stress Management. “De filosofie van SFM steunt op het beginsel dat je in functie van je doelstellingen je competenties in kaart brengt en ontbrekende competenties uitbouwt of aantrekt,” licht Paul Koeck toe. “Om veranderingen door te voeren moet je nieuwe stappen leren zetten die aansluiten op je mogelijkheden en ervaringen. Als de druk van de veranderingen te groot wordt, krijgt een mens het gevoel dat hij zijn greep op de realiteit verliest. Verandering wordt dan bedreigend en roept weerstand op. Door je aandacht te richten op wat wel goed functioneert in het systeem, komen nieuwe en creatieve inzichten naar boven. De weerstand tegen verandering neemt af; de werknemers gaan samen bouwen aan de doelstellingen van hun bedrijf en hun project.” Die voorzichtige, stapsgewijze aanpak verwoordt hij treffend met een Chinees spreekwoord: “Een boom die valt, maakt meer lawaai dan een woud dat groeit.”

Het Centrum werkt met een vijftal medewerkers en heeft banden met collega’s uit de ganse wereld. Daardoor kan het de nodige expertise verzamelen om elke opdracht tot een goed einde te brengen. In het buitenland worden de ideeën van Paul Koeck al toegepast in onderwijs, opvoeding, gevangeniswezen en sociaal werk. “Bij mijn weten ben ik de enige die met SFM inspeelde op de noden van het management en de link legde naar strategisch management en HRM.” Onder zijn klanten telt het Centrum vooral bedrijven met een degelijk uitgebouwde  personeelsdienst en met meer dan 500 werknemers: overheidsbedrijven, banken, chemische bedrijven, de computerindustrie. De laatste tijd lopen echter ook opdrachten van KMO’s binnen. Meer nog, er blijkt een groeiende aantal vragen te komen van politici, acteurs, tv-presentatoren en sportlui. Dat verwondert Paul Koeck niet: “Overal waar mensen een doel willen realiseren, kan SFM helpen om de efficiëntie en effectiviteit te verhogen. Ik zou zelfs durven zeggen: succesvolle mensen en bedrijven passen onbewust SFM toe.” Om duidelijk te onderstrepen hoe actueel SFM wel is, maakt hij een gedachtensprong naar de zaak Dutroux: “Ik sta verstomd hoe een maatschappij erin slaagt te focussen op problemen. Je hoort veel spreken over straffen en over onrechtvaardigheid in het verleden. Een belangrijkere vraag lijkt mij: Hoe kunnen we oplossingen generen om in de toekomst beter te doen? Naast een onderzoekscommissie zou ik pleiten voor een oplossingscommissie!”

PAUL KOECK (CENTRUM VOOR STRESSBEGELEIDING)

“Solution Focused Management verdient een vaste plaats in de bedrijfscultuur.”

Categorieën
pers

Bestaat stress wel?

Recent werd een nieuwe oorzaak van stress geïdentificeerd: het anti-stressbeleid van Minister Miet Smet. Een maatschappelijk fenomeen bestaat pas echt als het een naam heeft en wanneer er officieel tegen wordt opgetreden. Dit is het ultieme signaal dat het vele slachtoffers maakt. Een groeiend aantal managers neemt die taak welwillend op zich. “Geen smakeloze grap ten koste van de vele stresslijders maar de basis van een alternatieve therapeutische aanpak die de oplossing belangrijker vindt dan het probleem.

Paul Koeck ging in de VS zijn licht opsteken bij twee generaties systeemtherapeuten van de beroemde Palo Alto groep en ontwikkelde zijn Solution Focused Management. Een methode voor oplossingsgericht denken die diverse psychologische problemen (depressie, burn-out, alcoholisme en stress) aanpakt. De methode wil ook de persoonlijke efficiëntie verhogen.

“De laatste jaren is de betekenis van stress behoorlijk uitgebreid. Het is niet langer alleen een gevaarlijke lichamelijke (cardiovasculaire) conditie ten gevolge van een te jachtig zakenleven, de zogenaamde managerziekte. In haar nieuwe betekenis is stress een mentale blokkage. Het gevolg van de hedendaagse werk- en leefsituatie: toenemende werkdruk, economische onzekerheid, sociale instabiliteit, enzovoort. Naarmate deze omschrijving ingang vindt, in de media uitgebreid aan bod komst en politieke tegenmaatregelen uitlokt, stijft het aantal geïdentificeerde stressgevallen zienderogen.” Koeck spreekt niet van een massahysterie maar “Er is een toenemende reflex om zeer uiteenlopende psychische en sociale problemen te relateren aan de stresserende werksituatie en dus onder te brengen in de categorie stress.”

Vlag en lading

De stress-consultant moet het hoofd koel houden . Dat zovelen over stress klagen betekent niet dat het om één en dezelfde kwaal gaat. Normatief stressmanagement in de zin van regeltjes voor een gezonde geest in een gezond lichaam, vindt Paul Koeck grotendeels zinsbegoocheling. De vlag dekt teveel ladingen om met één toverformule te lijf te gaan.

“Onlangs sprak ik met een manager die op een training had geleerd dat relaxatie-oefeningen echt hielpen tegen stress. Tijdens die momenten zat deze meneer zich echter dood te piekeren over zijn relatieproblemen thuis en het gebrek aan begrip van zijn werkgever. Door zich te ontspannen werd zijn stressprobleem alleen maar groter. Het begon zelfs alarmerende proporties aan te nemen. Zijn mislukte relaxatie-pogingen waren voor hem het onomstootbare bewijs dat hij diep in de problemen zat. Het probleem zit vooral in het hoofd van de stresslijder. Mijn methode zoekt daar ook de oplossingen, of althans de aanzet daartoe.”

Weerbaarheid

Op zoek dus naar oplossingen. Maar hoe vind je die?

Paul Koeck:”Wanneer iemand meldt dat hij of zij last heeft van stress begrijp ik dit als een signaal dat er iets misloopt, niet als een accurate diagnose. Ik probeer de aandacht te verplaatsen van de problemen naar de oplossingen die de betrokkene kan ontdekken. Mijn aanpak bestaat erin weg te kijken van het probleem om zicht te krijgen op de oplossingen.”

Dat is meer dan een flauwe list. Het komt zelden voor dat iemand volledig geblokkeerd zit. Ook al ervaart men heel moeizaam mee te draaien in de dagelijkse tredmolen van het bedrijf, heeft men het gevoel geen doortastende beslissingen te nemen of de greep op het eigen lot en op de organisatie te hebben verloren, er zijn altijd momenten waar het beter gaat. Mensen slagen erin situaties te herkennen waar men deze negatieve ervaringen niet heeft. Dat betekent niet dat de stressfactoren niet aanwezig zijn, wel dat men erin slaagt stress in die werk- of leefsituatie het hoofd te bieden. Iedereen doet succesvol aan stressmanagement. In samenspraak met de consultant wordt gezocht welke die oplossingen zijn. Zo kunnen zij worden toegepast in situaties waar men duidelijk te lijden heeft van stress.

Paul Koeck: “De stresslijder leert zijn eigen oplossingen te ontdekken en bewust aanwenden. Door de aandacht van de patiënt te verleggen naar die werkbare situaties of gelukkige momenten ontstaat er een gevoel van opluchting dat gunstige effecten heeft op de creativiteit. De interventie van de coach moet er in bestaan deze creativiteit te mobiliseren en te ondersteunen om de hulpbehoevende tot oplossingen te brengen.”

Solution Focused Management is geen synoniem voor het in huis halen van een legertje therapeuten. Koeck is veeleer een consultant dan een therapeut. Hij reikt zijn methode van oplossingsgericht denken en veranderen aan. Daarna moet het management haar verspreiden en inbedden in de bedrijfscultuur. Stress genezen wordt zo een sociaal gebeuren. Het veronderstelt een netwerk van medewerkers die zich engageren hun gestresseerde werknemer of collega te helpen zoeken naar oplossingen.

Ziener of zot?

Traditionele methoden nodigen de patiënt uit zijn probleem uitvoerig te beschrijven. Daarna spant de therapeut zich in om het probleem te analyseren en te verwijderen. Een dergelijke probleemgerichte benadering is dominant in de medische wetenschap. Een kwaal wordt toegeschreven aan een externe boosdoener (een virus of bacterie, te veel roken of onverzadigde vetzuren) die vervolgens moet worden geëlimineerd. Het relativisme van Paul Koeck vertrekt van een ontkenning van het bestaan van het probleem om het oplosbaar te maken. De denktrant is helemaal die van de hedendaagse sociale wetenschappen: wat de mens aan realiteit rondom zich ontwaart, is het resultaat van observatie en fantasie; de twee gaan niet altijd hand in hand. Kinderen weten zeker dat Sinterklaas bestaat, paranoïden worden geregeld door iemand achtervolgd en kregen middeleeuwse burgers een rondvliegende heks te pakken dan belandde ze steevast op de brandstapel. Tot zover de illusies die volwassenen, normale en moderne mensen hebben ontmaskerd. Maar wat met de illusies waar (bijna) iedereen in gelooft? Dat de aarde niet rond de zon draait is makkelijk bewezen, maar dat stress niet bestaat? Zolang iedereen gelooft dat stress bestaat, is degene die dat ontkent een ziener of een zot?

Paul Koeck:” Ik ontken uiteraard niet dat stress een maatschappelijk probleem is dat op steeds grotere schaal wordt herkend als individueel ziektebeeld. De oorzaak ligt in het samengaan van een aantal observeerbare stressfactoren en de ervaring bij mensen dat zij die niet langer de baas kunnen. De voedingsbodem moeten we zoeken in het feit dat waarden en zekerheden een kortere levenscyclus hebben dan vroeger. Daarom moet de onzekerheid niet noodzakelijk toenemen. In heel veel landen is de economische en politieke instabiliteit veel groter dan bij ons, hoewel daar van stress amper sprake is. Het betekent dus dat steeds meer mensen hier het hoofd buigen voor het stressprobleem”.

“De ziener onderkent een aantal meetbare factoren zoals de opgedreven werkdruk, hoge prestatie-eisen en gestegen werkonzekerheid en zegt dat we daar objectief weinig aan kunnen veranderen. De zot zegt vervolgens dat het niet bestaat (eigenlijk, dat het geen zin heeft om zich er blind op te staren). Tenslotte komt de consultant aan het woord die stelt dat, om uit die impasse te geraken, we onze stressweerbaarheid moeten vergroten.

Karel Arnaut

Categorieën
pers

Werkt u wel hard genoeg?

Stress op het werk, u kent het allemaal: knikkende knieën, trillende handen, flapperende hartkleppen. En natuurlijk een droge mond, schele hoofdpijn en buikkrampen alsof u elk moment moet bevallen. Maar wat doe je eraan? De symptomen onderdrukken met kalmeermiddelen? Een stressbal tot moes knijpen? Of toch maar naar de dokter gaan, voor een doeltreffende behandeling? In dat laatste geval komt u misschien terecht bij Paul Koeck, hoofd van Coachteam in Antwerpen.
<HUMO> Vanaf wanneer kun je echt van ‘stress’ spreken, en niet van zomaar een beetje voorbijgaande spanning?
<Paul Koeck> « Mag ik eerst even opmerken dat er zowel positieve als negatieve stress is? En positieve stress is gezond! Iemand die er een kick van krijgt voortdurend nieuwe projecten te lanceren en allerlei dingen te regelen, die staat óók onder spanning – maar dat noemen wij eu-stress, goede stress. Statistisch gezien gaat die juist gepaard met minder hartinfarcten en een langere levensduur. Denk maar aan Arthur Rubinstein, de Chopin-pianist: die man heeft een hels leven geleid, heeft hele nachten doorgedronken, veel plezier gemaakt, veel gelachen – en zo iemand wordt dan 92 of 93 jaar oud. Hetzelfde zie je gebeuren met grote geesten in wetenschappelijke milieus, maar ook in managementskringen… Denk gewoon maar aan de typische Vlaamse ondernemer, die voorzitter is van de raad van bestuur van drie bedijven, zelf zijn eigen firma heeft en in zijn serviceclub ook nog duizend-en-één initiatieven opzet. Maar dan hebben we het dus over een type stress waarbij je het gevoel hebt dat je alles onder controle houdt: ‘Waw, ik ben met veel bezig, maar ik heb het allemaal perfect in de hand.’
» Bij negatieve stress geldt het omgekeerde: dan spreken we over mensen die het gevoel hebben dat ze controle verliezen, dat ze geen greep meer hebben op de situatie. In plaats van oplossingen zien ze overal problemen, in plaats van uitdagingen onoverkomelijke hindernissen. Ze denken almaar door: ‘Het gaat hier mislukken’ en komen zo in een negatieve vicieuze cirkel terecht.
» Misschien interessant voor u: het gaat gewoon om een verschil in perceptie – de manier waarop je tegen de dingen aankijkt. Daar is ook een wetenschappelijke verklaring voor: het heeft iets te maken met het stress-hormoon adrenaline, en waarschijlijk ook met andere hormonen waarvan we de werking nog niet goed kennen. Als je een te hoog adrenalinegehalte hebt, wordt je geheugen voor negatieve herinneringen gestimuleerd. Ik geef een voorbeeld uit het dagelijkse leven. Een koppeltje is pas getrouwd, heel gelukkig, en houdt een romantisch diner: ‘O schat, herinner jij je nog onze eerste slow?’ Alle goeie herinneringen komen naar boven. Maar drie dagen later stapt een van beiden met het verkeerde been uit bed, en dan gaat het van: ‘Gij, godverdorie, gij trekt op uw vader! Die buit uw moeder óók zo uit. En weet ge nog toen ge de tube tandpasta verkeerd hebt uitgeknepen?’ Dat is een alledaagse illustratie van het probleem: als je onder negatieve stress staat, herinner je je alleen nog maar negatieve dingen. Dan denk je niet meer helder en je vindt geen oplossingen meer voor problemen. En omdat je geen oplossingen vindt, ga je slechte beslissingen nemen. En omdat je slechte beslissingen neemt, gaan je resultaten erop achteruit. Dat is de negatieve spiraal waarin je stilletjes aan wegzakt.»

<HUMO> Maar waaraan merk je dat je aan het wegzakken bent? Wat zijn de lichamelijke symptomen van stress?
<Koeck> « Een hogere bloeddruk, hartkloppingen, zweten… Als dat tijdelijk voorkomt, heel eventjes maar, is dat niet zo erg. Maar als het chronisch wordt, zit je in de problemen. Zeker ook als je ziektetekenen begint te vertonen als concentratieverlies, angstaanvallen, maagzweren, depressiviteit…»

<HUMO> Volgens een Amerikaanse stress-test loopt het fout als je in de ochtendkrant liever de overlijdensberichten leest dan de strips.
<Koeck> « Dat voorbeeld had ik nog niet gehoord, maar het past uitstekend bij wat ik net zei: een van de eerste signalen van stress is, dat je meer oog krijgt voor negatieve dingen. Alles wat je overkomt, begin jeook negatief te beschrijven: ‘Die heeft mij dat aangedaan, mijn baas is zus en zo…’. In plaats van te zeggen: ‘Ik ga dit of dat doen’. Je wordt krikkel, wrevelig, je barst bij het minste in tranen uit. Kortom, je ziet de wereld als iets wat je overvalt, je laat je omgeving je gedrag sturen in plaats van omgekeerd.»

<HUMO> Je hoort wel eens dat dertig percent van de werknemers onder stress gebukt gaat en dat het aantal nog toeneemt. Hoeveel kost dat grapje aan de maatschappij?
<Koeck> « Dat is een heel moeilijke vraag. In België is er nog maar één echt onderzoek gebeurd. Men is toen gaan kijken naar mensen die langer dan één jaar met ziekteverlof waren: meer dan tien percent was louter door stress geveld, en bij een derde hielden de problemen verband met stress. Dan hebben we het uiteraard over een heel extreme populatie – daar kun je moeilijk conclusies uit trekken voor de doorsnee-werknemer. Maar als je de definitie van stress heel breed neemt en ook de mensen meerekent die er ‘een beetje’ last van hebben, zonder dat je er meteen een dokter bijroept, kan ik mij rustig voorstellen dat het om een derde van de beroepsbevolking gaat.
» In elk geval gaat het om een ernstig maatschappelijk probleem. Je moet niet alleen rekening houden met de mensen die met ziekteverlof thuisblijven, er zijn ook veel gestresseerde werknemers die nog wel op hun werk rondlopen maar die niet langer creatief zijn, niets meer presteren, foute beslissingen nemen, en op die manier ook geld kosten aan de maatschappij. Daar bestaan jammer genoeg geen statistieken over.»

<HUMO> Komt stress meer voor bij bepaalde beroepscatergorieën? Hebben arbeiders die ‘met hun handen werken’ minder problemen dan bedienden die ‘met hun hoofd werken’? Staan personen met een verantwoordelijke functie meer onder druk dan hun ondergeschikt personeel? Ben je beter af met een creatieve baan dan met lopende-bandwerk?
<Koeck> « Uit het onderzoek waar we het net over hadden, blijkt dat arbeiders en laaggeschoolden méér stress hebben. Maar ik betwijfel of we algemene conclusies mogen trekken uit die ene Belgische studie. Ik zie in elk geval evenveel stress bij directeurs die bijvoorbeeld de beslissing moeten nemen om anderen te ontslaan, omdat het moederhuis in Amerika dat toevallig zo heeft beslist. De belangrijkste vraag is, of je het gevoel hebt dat je controle hebt over wat je doet. Een bouwvakker met een ploegbaas die onduidelijke richtlijnen geeft, is er volgens mij net zo erg aan toe als een manager die door economische omstandigheden onzeker is over de toekomst van zijn bedrijf.
» Welk soort werk je doet is dus niet zo belangrijk, maar ik voel wel dat een aantal sectoren het tegenwoordig hard te verduren heeft. Een sector waar het naar mijn gevoel zeer, zéér erg is, is die van de informatica. Je weet dat er in België zo’n vijfduizend informatici te kort zijn. Van de mensen die nog niet ‘uitgevallen’ zijn, die dat soort werk nog doén, wordt enorm veel geëist. Ook de objectieve werkdruk kan bijdragen tot het ontstaan van stress: als je meer werk krijgt dan je in acht uur aankunt, zit je in de rats.
» Ook kwetsbaar zijn bedrijven waar reorganisaties op til zijn. De onzekerheid die daarmee gepaard gaat, zorgt minstens een jaar lang voor serieuze stress-problemen.»

<HUMO> Vroeger hoorde je vaak praten over het Peter’s Principle: door opeenvolgende promoties krijgen mensen uiteindelijk een taak die ze niet aankunnen. Zorgt dat ook voor problemen?
<Koeck> « Vroeger, in de meer hiërarchische structuren, kwam dat zeker voor. Maar nu is er een nieuw fenomeen: mensen worden niet meer gepromoveerd, maar ingeschakeld in teams waar ze samen aan projecten werken. Daardoor stijgt de vraag naar mensen met almaar meer vaardigheden. Vroeger konden werknemers normaal gezien aan de slag op een terrein dat binnen hun competentie lag. Nu moeten ze van alle markten thuis zijn. De nieuwe technologie – de computer, Internet – evolueert zo snel, dat ze je op school of aan de universiteit nauwelijks nog kunnen aanleren hoe je die onder de knie krijgt. Die snelle evolutie brengt ook mee, dat je de dingen niet langer voor honderd percent onder controle kunt hebben; je moet gewoon leren het er zo goed mogelijk van af te brengen en aanvaarden dat je nog een en ander moet bijleren terwijl je bezig bent. Vroeger kreeg een secretaresse een cursus dactylografie, en als ze op een bedrijf kwam, moest ze kunnen typen. De huidige secretaresse heeft leren typen, maar op een bepaald moment schuift iemand haar een computer met Wordperfect onder de neus en zegt: ‘Trek uw plan. En als het echt niet gaat, bel mij dan maar op.’ En een tijdje later krijgt de baas het in zijn hoofd om te schakelen naar Word en Access en Excel; hij plant daar een nieuwe computer neer en zegt: ‘Daar rechts bovenaan staat een vraagteken. Als je het echt niet meer weet, klik daar dan op.’ Want iedereen een cursus laten volgen, dat kan niet meer: voor je goed en wel ingeschreven bent, komt de volgende versie van die computerprogramma’s er al aan. Ik zeg het nu een beetje karikaturaal, maar voor veel mensen is het echt zo. En wat wil dat zeggen? Steeds meer mensen moeten leren aan zelf-management te doen. Vanuit ons onderwijs zijn wij daar totaal niet op voorbereid, dus dat kan ook weer voor de nodige spanningen zorgen.»

<HUMO> Worden mensen met stress voldoende serieus genomen door hun huisdokter? Of schrijven ze gewoon kalmeerpillen voor?
<Koeck> « Mja. Maar ik heb de indruk dat dat vermindert, zeker bij jongere artsen, die geen drukke praktijk hebben en dus tijd kunnen maken om te luisteren en te praten. Dat wil nog niet zeggen dat ze ook de nodige vaardigheid hebben om dat proces in goede banen te leiden, maar het is in elk geval beter dan iedereen met een pilletje naar huis te sturen.
» Let wel, medicatie kan nuttig zijn, zeker als je in een echte depressie zit. Voor lichtere vormen van stress schrijf ik óók wel eens een pilletje voor, maar dan alleen maar voor korte tijd – geen weken of maanden maar één of twee dagen – en uitsluitend in de context van een begeleiding, waarbij we het probleem analyseren en nagaan hoe je het kunt oplossen.»

<HUMO> Hoe doet u dat dan?
<Koeck> « Wij praten en stellen vragen, tot mensen zélf oplossingen beginnen te zien. Tot ze zeggen: ‘Verdorie, daar had ik niet aan gedacht, maar het hélpt wel.’ Ze vertellen bijvoorbeeld over de voorbije week: ‘Tja, het ging weer slecht’ en blablablabla. Tot ze op een bepaald moment zeggen: ‘Maar zondagmiddag ging het toch iets minder slecht.’ – ‘O ja? Wat heb je toen gedaan?’ – ‘Er is een kameraad langsgekomen.’ En dan blijkt dat een eenvoudig gesprek met een vriend voor hen een hele opluchting kan betekenen. Als ik hen kan laten inzien dat er zo situaties zijn waarin ze zich toch een béétje beter voelen, zullen ze daarna misschien zelf het initiatief nemen en zulke situaties zelf opzoeken. En zo komen ze uit die vicieuze cirkel weg.»

<HUMO> Het klinkt haast te eenvoudig om waar te zijn. Lukt dat echt?
<Koeck> « Ik denk dat wij gemiddeld vijf gesprekken hebben, telkens zo’n drie kwartier lang, en in 85% van de gevallen is het probleem binnen die tijd opgelost. Dat is veel, maar het is ook logisch, als je ervan uitgaat dat je mensen moet leren hun eigen oplossingen te vinden. Al die bekende technieken die zeggen: ‘En nu moet je een relaxatie-oefening doen’, kunnen ook wel helpen, maar ik daag je uit om op het moment dat je een angstaanval hebt, op de grond te gaan liggen en een relaxatie-oefening te doen. Je zult je gewoon nog angstiger voelen.»

<HUMO> Leidt onbehandelde stress regelrecht naar een hartinfarct of andere ernstige kwalen?
<Koeck> « Dat hoeft niet. Heel wat toevallige factoren kunnen een rol spelen in het verdwijnen van stress: een luisterend oor vinden, iets meemaken waardoor je een nieuwe kijk op de dingen krijgt, een goed boek lezen… Alles kan therapeutisch werken, en stress kan net zo snel overgaan als hij begonnen is. Alleen als het probleem maanden of jaren blijft aanslepen, moet je technische hulp inschakelen.»

<HUMO> Kun je stress bestrijden met huis-, tuin- en keukenmiddeltjes als een knijpbal, yoga in de bedrijfskantine, blote dans tijdens de middagpauze?
<Koeck> « Ik heb nog nooit iemand gezien die beter is geworden van een knijpbal. Dat is pure commercie. Maar ik heb wel al gehoord van mensen die beter werden door een dagelijkse wandeling, een fietstochtje, een bezoek aan hun kleinkinderen, kortom: afleiding. Een standaardoplossing bestaat er niet. Als iemand mij vraagt: ‘Moet ik het zo of zó doen?’ antwoord ik altijd: ‘Dat weet ik niet. Kies gewoon voor datgene waar u zich het best bij voelt.’ Een voorgeprogrammeerde methode, ook als die technisch correct is, heeft naar mijn ervaring maar twintig percent kans op slagen; een methode die de persoon zélf vindt, tachtig percent.»

<HUMO> Wanneer komt iemand op het punt dat u zegt: ‘U kunt maar beter ander werk zoeken’? Of neemt iemand die ‘aanleg’ heeft voor stress zijn problemen overal mee naartoe?
<Koeck> « Dat hangt ervan af. Ik heb mensen gehad tegen wie men had gezegd: ‘Je moet echt ander werk zoeken.’ Maar door samen naar een oplossing te zoeken, kwamen we erachter hoe ze hun baan konden aanhouden. Maar er zijn ook mensen van wie je zegt: ‘Alleen een nieuwe job kan uitkomst bieden’ – zeker als er op het werk conflicten zijn die niet kunnen worden opgelost omdat de hele omgeving tegenwerkt.»

Staf Herten

Download het originele artikel: (pdf) Werkt u wel hard genoeg?

Categorieën
pers

Wordt geen eenzame wolf

Geen vrienden hebben kan uw gezondheid ernstige schade toebrengen.

Volgens de Amerikaanse ‘lone wolf’-theorie betekent een gebrek aan goede vrienden waarbij je altijd terecht kunt, wellicht een verkorting van je leven. De hoge werkdruk dwingt velen tot verwaarlozing van de sociale kring. En de eenzame wolven manifesteren zich niet alleen onder onze Amerikaanse collega’s. In België slaat het fenomeen eveneens toe.

De theorie van de ‘eenzame wolven’ komt uit het brein van James House, socioloog aan de Universiteit van Michigan. Volgens hem vormt het gebrek aan sociale relaties een gezondheidsrisico, waarvan de gevolgen net zo rampzalig kunnen zijn als bij sigarettenrook, bloeddruk en overgewicht. Een van de studies waarop House zijn conclusie baseerde, was een grootschalige enquête onder 7000 mannen en vrouwen in Californië. Na een studie van 9 jaar stelden de onderzoekers vast dat de mensen met de minste sociale bindingen dubbel zoveel kans maakten om vroegtijdig te overlijden als mensen met sterkere sociale banden.

Vangnet

Hoge werkdruk, lange werkdagen, stress. De haast en spoed-mentaliteit heeft opgang gemaakt in het Belgisch bedrijfsleven. Heel wat werkenden, van arbeiders tot topkader, krijgen met stress af te rekenen. Ze kunnen getuigen dat het onderhouden van relaties met vrienden en kennissen na een vermoeiende werkdag geen evidentie is. Wie jarenlang zijn of haar sociaal netwerk verwaarloost, kan in moeilijke professionele momenten niet rekenen op een vangnet van informele contacten. Toch zegt Carla Arp, directeur van het outplacement bureau Curriculum Plus, dat het in België met arbeiders, bedienden en lager kader niet zo’n vaart loopt: “Mensen komen bij ons terecht wanneer ze hun job verliezen. Het probleem is niet zozeer dat ze hun sociale omgeving zouden kwijt zijn, als wel dat ze die leren kennen. Het is juist bij vrienden dat ze in deze emotioneel moeilijke tijden hun heil zoeken. Een deuk in je zelfvertrouwen is niet de beste startpositie om het op de arbeidsmarkt te rooien. Daarbij helpt het bureau en de vrienden: “Wij sporen de mensen aan om zelfs fysiek lijsten aan te leggen van contacten uit het verre en dichte studentenleven, professionele leven, verenigingsleven, enz. We drukken hen op het hart dat dit zeer relevant kan zijn bij de zoektocht naar een job.”

Hoger kader

Roger De Cadt van VVO Outplacement ervaart dat er wel heel wat eenzame wolven zijn onder zijn cliënteel, meestal hoger kader: “Ongeveer één derde van alle kaderleden die hier binnenstappen hebben jarenlang hun prive-leven op de tweede plaats gezet. Wanneer ze dan zonder werk vallen, denken ze vaak dat ze geen vrienden meer hebben waarop ze kunnen rekenen. De hele kunst is hen dan te overtuigen dat dat niet zo is en dat het helemaal niet gek staat om na zoveel jaren opnieuw met medestudenten en medeleerlingen van school contact op te nemen. Psychologisch moeten we daar een grote barrière overwinnen. “Een zeer overtuigend argument om hun trots in te slikken is dat 50% van de kandidaten via persoonlijke relaties aan de slag kan. “Als ze dat instrument verwaarlozen, verdubbelen ze eigenlijk de zoektijd naar een job.” Mensen met een zeer technische vorming en een technisch georiënteerde job achter de rug, zullen eerder slachtoffer zijn van hun werk, kon Roger De Cadt ervaren: “Door de aard van hun werk zijn sales en marketing managers veel meer met menselijke contacten bezig en hebben die ook veel minder energie nodig om na de werkuren nog een sociaal leven in stand te houden.”

Paul Koeck  van het Centrum voor Stressbegeleiding komt af en toe wel eenzaten tegen. “Maar niet iedereen die hard werkt en weinig tijd overlaat voor sociale contacten, krijgt daar problemen mee. De ‘lone wolf’ gaat niet noodzakelijk gebukt onder ondraaglijke stress”, nuanceert hij. “Sommigen weten er wel mee om te gaan. Zij lossen hun problemen zelf op en hebben weinig behoeften aan sociale contacten.” De oorzaak van de moeilijkheden ligt niet noodzakelijk in de werksfeer. Mensen vluchten in hun werk wegens familiale problemen, maar zijn daar niet altijd even efficiënt. Hun werk loopt vast, zij nemen niet meer de juiste beslissingen en zijn uiteindelijk toe aan begeleiding. “Meestal is het de directeur of personeelsverantwoordelijke die bij mij komt aankloppen. De werknemer zelf vraagt niet snel om hulp.” Sociale steun komt niet alleen van de familie, maar ook van vrienden en zelfs collega’s. Meestal compenseert de steun van de éne groep een tekort in de andere groep. Verliest men contact met alle groepen, dan komt men in een risicogroep terecht.


“Mijn ervaring leert dat veel mensen geholpen zijn met gemiddeld 3 tot 8 gesprekken met iemand die luistert en zich kan inleven in hun situatie. Uiteindelijk is het belangrijk dat deze mensen zelf – eventueel met begeleidende hulp – een oplossing zoeken voor hun problemen. De ideale oplossing aanreiken, oogst weinig succes.”

Barbara Debeuckelaere
Katleen Weytjens

Categorieën
pers

Hard werken zonder overuren

Hard werken zonder overuren

Vacature: rubriek: Mag ik Vragen, VRAGEN OVER JE WERK EN LOOPBAAN? van Katleen Weytjens

Beste Katleen,
Twee maanden geleden maakte ik de overstap naar een snelgroeiende onderneming. De functie en de collega’s vallen enorm mee. Wel heb ik moeite met de gewoonte die er in het bedrijf bestaat om langer te werken. Normaal is het zo dat iedereen tot 17 uur moet werken, maar dat gebeurt nooit effectief. Als ik op dat tijdstip wil vertrekken, durf ik niet omdat iedereen langer blijft. Moet ik daar rekening mee houden en ook langer blijven? Of kan ik zonder wroeging de deur achter mij dichtslaan?
Gewetensbezwaarde.

Beste gewetensbezwaarde,
Je bent niet alleen met je probleem. Nog deze maand werd in de Verenigde staten een belangrijke studie gepubliceerd: 53% van de werknemers voelden zich opgebrand op hun werk ten gevolge van stress. Lange werkuren werden als een van de hoofdoorzaken aangegeven. Tevens werd aangetoond dat het rendement onder langdurige stress sterk daalt door toename in het ziekteverzuim en vermindering van het engagement van de werknemer. De verliezende partij ben jij dus niet alleen, maar op lange termijn ook je werkgever. Dit lost je probleem natuurlijk niet op want je moet je boodschap nog aan je baas verkocht krijgen. Jij wil om 5 uur naar huis en hij wil inzet, motivatie en vermoedelijk rendement. “Ik denk dat je best eens met hem gaat praten op een rustig moment (waarschijnlijk heeft hij ook stress, en je hebt zelf al ervaren dat dat niet je meest creatieve momenten zijn!?)”, raadt dr. Paul Koeck van het Competence Management Institute aan. “Bij voorkeur vraag je hem, op een vriendelijke en rustige manier om een persoonlijke afspraak op zijn kantoor. De eerste vraag is wat jij in hem als baas kan appreciëren (overwerken is dikwijls verdoken vorm van respect vragen van je omgeving – je weet wel – “lonely at the top” zegt men wel eens.) Als volgende puntje, moet je eens voor jezelf nagaan wat hij écht van jouw werk verlangt. Misschien kan je hem wel aantonen dat jij die dingen die hij het belangrijkste vindt beter zal kunnen doen als je minder stress hebt.
“Komt de druk om langer te werken van je collega’s en niet zozeer van je baas, dan moet je baas ingrijpen.”
Je moet je boodschap verpakken in het pakje dat hij het liefste ziet! Pas dan ben je klaar voor je gesprek. Je begint je gesprek met eerst duidelijk te benadrukken wat jij in hem apprecieert als baas, dat je beseft welke verantwoordelijkheid hij draagt en ziet hoezeer hij zich inzet voor de zaak. Pas als je merkt dat je appreciatie haar doel bereikt kan je met hem bespreken dat ook jij je job goed wil doen en net om die reden wil vermijden dat je rendement zou verminderen door eronderdoor te gaan en dat je daarom met hem wil bespreken hoe jij je job binnen de normale werkuren goed kan kan afwerken zodat jij binnen je werkuren maximale inzet, motivatie en rendement kan leveren”, besluit Paul Koeck. We gaan hier wel uit van de situatie dat enkel je afdeling en je naaste collega’s de gewoonte hebben om regelmatig langer te werken. In dat geval kan je naar een hogergeplaatste stappen, en heeft die waarschijnlijk wel begrip voor je probleem. Anders is het als de cultuur van echt het hele bedrijf zo is. Dan ligt de oorzak van je probleem waarschijnlijk bij de aanwerving. Wist je, toen je je contract ondertekende dat het in heel het bedrijf de gewoonte was om hard te werken? Dat er de mentaliteit hangt van ‘het werk moet gedaan zijn, hoe laat we er ook voor moeten blijven’. Waarschijnlijk was er een slechte communicatie bij de aanwerving. En dat is dan een managementfout waarvan jij nu de gevolgen draagt. Komt de druk om langer te werken eigenlijk van je collega’s en niet zozeer van je baas, dan moet je baas ingrijpen. Want die mentaliteit is niet de bedoeling. Hij kan dit oplossen door bijvoorbeeld flexibele werkuren in te voeren. Via dit systeem neemt hij de druk weg. Het is dan immers normaal dat je vroeger naar huis gaat, als je ook vroeger begint.

Categorieën
pers

Stressmanagement – Meetbare stress wijkt voor groter competentie

Europese richtlijnen, wetenschappelijk onderzoek en de toetsing met de praktijk stuwen het stressmanagement richting objectivering. Het fenomeen stress wordt steeds beter meetbaar, wat de remedies meer resultaatgericht zal maken. Wie de weerslag van stress op de competenties inziet, kan de ontwikkeling van die laatste aangrijpen om zelfs veel meer te doen dan stress te bestrijden en te voorkomen.

Door de Europese richtlijn over de psychosociale factoren raakte onder meer ook stress opgenomen als een factor in de nieuwe Welzijnswet in ons land, die op haar beurt een stuk uitvoering is van een Europese richtlijn. Deze wetgevende ontwikkelingen zijn niet onbelangrijk voor de manier waarop voortaan met stressmanagement zal worden omgegaan. “Aan het woord is dr. psycholoog Sim Moors, hoofdauteur van het boek ‘Stress & Werk: oorsprong en aanpak’ uit 1994, waarin twaalf deskundigen uit de Benelux en Frankrijk hun onderzoeksbevindingen en ervaringen met de problematiek van stress op het werk bundelden. Het boek werd een referentiewerk in de materie. Sim Moors, de administrateur generaal a.i. van het Nationaal Onderzoeksinstituut voor Arbeidsomstandigheden (NOVA), volgt de ontwikkeling inzake stress op de voet en hij verklaart waarom de wetgevende initiatieven zoveel impact zullen hebben.

De queeste naar vergelijkbaarheid

De nieuwe Welzijnswet legt de nadruk op de risicoanalyse. Dit gaat meestal gepaard met vragenlijstonderzoek, wat dan ook in omvang en belang zal toenemen. Vooral de vragenlijsten met een ernstig referentiebestand zullen aan belang winnen. Zij raken stilaan gestandaardiseerd. Om te weten of de geboekte scores hoog of laag zijn, bestaan er immers geen absolute normen, maar moet men kunnen vergelijken met scores elders, hoe meer hoe betrouwbaarder. Tot nog toe gebeurde het vaak dat men uit bestaande vragenlijsten de meest toepasselijk geachte delen overnam om zo een zeer eigen onderzoek uit te voeren, maar het nadeel daarvan is dat de resultaten aan niets te toetsen zijn.”

Inmiddels zijn er steeds meer goede gestandaardiseerde vragenlijsten. Namen als Spielberg en VOS-D circuleren al langer, maar een recentere lijkt het neusje van de zalm, met name de Nederlandse VBBA-lijst. Sim Moors hierover: “Deze lijst heeft zeer goede psychotechnische kwaliteiten en bevat uitstekende metrische instrumenten.” In België werkt de VZW Quest met deze Vragenlijst Beleving en Beoordeling van de Arbeid (VBBA). Een paar Nederlandse deskundigen stelden hem op punt om er de psychosociale factoren en stress in de werkomgeving mee te onderzoeken.

Leren stress verkopen

De vragenlijst wordt in Nederland naar verluidt op grote schaal gebruikt en zou zeer betrouwbare en bruikbare resultaten opleveren. De VBBA steunt op een gegevensbank met zeer veel vergelijkingsmateriaal en op een grondige inventarisatie van een vijftigtal veel gebruikte instrumenten in de Verenigde Staten, Scandinavië, Duitsland en Nederland. De vragenlijst spitst zich toe op de kenmerken van het werk, de werkorganisatie en relaties op het werk, de arbeidsvoorwaarden en de werkstress. De antwoorden erop geven aan welke aspecten in de arbeid en organisatie verbetering kunnen gebruiken. De resultaten zijn dus adviezen om knelpunten, verzuim en verminderd functioneren in de arbeidssituatie aan te pakken.

Quest geeft een opleiding waarin enquêteurs niet alleen leren hoe ze best de vragen aanbrengen en de antwoorden invullen, maar ook hoe ze de resultaten kunnen interpreteren én ze ‘verkopen’ aan de verantwoordelijken die er lessen uit moeten trekken. De VBBA-gebruiker leert ook de resultaten aanvaardbaar voorleggen en ze als een project voorstellen door er meteen suggesties voor oplossingen aan te koppelen. Het VBBA-gebruik vergt ook voorbereiding. Uit een algemene bedrijfsverkenning zal blijken of de vragenlijst naar de hele organisatie moet of slechts naar een deel ervan, hoe men de enquête logistiek op het getouw zet, of dit wel het geschikte instrument is en of er geen valse verwachtingen worden geschapen.

Beleidsinstrument in de dop

De privévereniging Quest voert de ingevulde vragenlijsten elektronisch in. Zij interpreteert de onderzoeksresultaten en toetst deze aan de normgroep en het landelijk referentiebestand. De vereniging begeleidt ook interpretatieconsulenten en verwerkt de gegevens statistisch. Quest huurt niet toevallig kantoorruimte in het gebouw van het Nationaal Onderzoeksinstituut Voor Arbeidsomstandigheden (NOVA), waarmee ze samen het landelijk referentiebestand beheert. Sim Moors verwondert het niet dat zulke privé-initiatieven nu van de grond komen en hij steunt ze moreel. Stilaan bouwt NOVA met de VBBA-resultaten ook een eigen gegevensbestand uit (naast het al rijke Nederlandse bestand) om ook hier allerhande toetsingen mogelijk te maken. Voor NOVA kan er zo een beleidsinstrument ontstaan. Het instituut wil dan ook gerust met andere partners samenwerken om met even degelijke vragenlijsten het gegevensbestand aan te vullen. Hoe meer men meet, hoe meer men weet. Zo krijgt ook de wereld van het personeelsbeleid bruikbare instrumenten.

“Naarmate de inzichten in het geheel van stressgerelateerde mechanismen groeien, ontdekken we steeds duidelijker dat de stressfactoren ook de elementen zijn die een slechte organisatie veroorzaken,” stelt Sim Moors vast. Hij ziet een vicieuze spiraal ontstaan tussen beide facetten van in feite één probleem. Een goede organisatie is er één met weinig of geen overbelasting van de medewerkers. Die interactie zal het management moeten inzien, meent Moors. Is het dan dweilen met de kraan open, als men stress alleen aanpakt en de slechte organisatie ongemoeid laat? Sim Moors: “Een goede stressaanpak zal de organisatie ook wel ten goede komen.”

Zie de inefficiëntie

Dr. Paul Koeck denkt er net zo over. Deze deskundige zette zijn ervaringen in stressbegeleiding – een begrip dat altijd probleemconnotaties oproept – om tot een model voor competentiebeheer. Want negatieve stress tast de competenties aan, maar positieve stress kan deze in een stroomversnelling brengen. Een van zijn vuistregels om stress op te sporen luidt: let op chaos en inefficiëntie. Naast de fysisch en psychische signalen zoals hartkloppingen, maagzweren, ongewone bitsigheid of emotionaliteit zijn concentratieverlies en wanorde tekenen aan de wand.
De problemen verhelpen doet men volgens Paul Koeck vaak best niet door mensen met de neus op een stressprobleem te drukken, maar door de ontwikkeling van hun competenties aan te pakken. “Dat is de grootste hefboom om negatieve stress om te buigen tot positieve,” meent hij. “De keuze om niet aan de stress te werken, neemt op zich al stress weg, want het voorkomt negatieve beelden. Stressbegeleiding werkt in feite door zijn benaming vaak al stressverhogend.”

Verschenen in PERSONEEL & ORGANISATIE

Categorieën
pers

Overspannen, uitgeput, opgebrand. Interview met Libelle over burn-out

Een burn-out: vaak breekt het pas goed uit in je langverwachte vakantie, waar je je zo moeizaam naartoe hebt gesleept. Juist nu de boog niet langer gespannen hoeft te staan, merk je dat je niet meer tot rust kunt komen, niet meer kunt genieten. Het is op.

Raakt u ’s morgens moeilijk uit bed? Moet u zich elke dag weer naar uw werk slepen? Leeft u van weekend naar weekend, van vakantie naar vakantie? Bent u vaak moe en emotioneel labieler dan vroeger? Zit u voordurend te piekeren? Kunt u zich moeilijk ontspannen? Als u op al deze vragen ‘ja’ antwoordde, kunt u beter even verderlezen. Misschien stevent u wel af op een burn-out, een vorm van psychische vermoeidheid waaraan tegenwoordig zo’n 10% van alle werknemers zou lijden.

Gevaarlijk: het gevoel dat je de controle verliest

Natuurlijk, iedereen heeft wel eens een slechte dag. Maar mensen die kampen met een burn-out voelen zich voordurend ongelukkig in hun job. Ziek van te hard werken? Niet helemaal. Burn-out heeft minder te maken met te veel werk dan met de maniér waarop je werkt. Uiteraard spelen de uren die je presteert, de werkdruk en de waardering voor je werk een rol. Vooral het gebrek aan ‘gevoel van controle’ is vaak doorslaggevend, het gevoel dat je de touwtjes niet meer in handen hebt. Wanneer wordt werken ongezond?

Paul Koeck, stressmanager en hoofd van het Centrum voor Stressbegeleiding: “Positieve stress is gezond. Bij negatieve stress krijg je het gevoel dat je de controle verliest. En dan gaat het fout. In plaats van oplossingen zie je overal problemen. Uitdagingen worden torenhoge hindernissen. Je hebt voordurend het gevoel dat het zal mislukken.” Burn-out ontstaat door langdurige negatieve stress en uitzichtloosheid. Net als heel wat andere aandoeningen uit ‘stress-familie’. Paul Koeck: “Ik plak niet graag etiketten zoals ‘overspannen’, burn-out’ of ‘depressie’, want die kunnen stressgevoelens nog verergeren. Vaak is de persoon in kwestie opgelucht dat hij of zij weet wat er aan de hand is, dat is zo. Maar zo’n etiket kan ook een bevestigend effect hebben. Mensen kunnen zich ‘settelen’ in de diagnose: ‘zie je wel, ik kan er niets aan doen’. Je zorgen maken, is nog een factor die de stress verhoogt. Eigenlijk gaat het vooral om de manier waarop je iets bekijkt. Dat heeft ook te maken met het stresshormoon adrenaline. Te veel adrenaline in het bloed roept negatieve herinneringen op. Onder negatieve stress herinner je je dan ook enkel nog negatieve dingen. Helder denken lukt niet meer, waardoor je geen oplossingen meer vindt voor problemen. En je neemt slechte beslissingen, waardoor de druk alleen maar groter wordt. Uiteindelijk kom je terecht in een vicieuze cirkel en je zakt steeds dieper weg.

Als je jezelf wegcijfert, als je te veel moet van jezelf

Burn-out steekt niet van vandaag op morgen de kop op. Het groeit geleidelijk door een langdurige negatieve werkstress. Ook heeft de ene persoon er sneller last van dan de andere. Bestaat er zoiets als een burn-outpersoonlijkheid? Paul Koeck: “Mensen die zichzelf wegcijferen, weinig assertief zijn en zich bovendien snel laten opzadelen met schuldgevoelens, lopen inderdaad meer risico. Vaak gaat het ook om idealisten en perfectionisten. Ze doen hun job vanuit een innerlijke overtuiging en ze willen hun werk goed doen. Daardoor stellen ze te hoge eisen aan zichzelf. Burn-out komt ook vaker voor bij verpleegkundigen. Zij kiezen vaak voor hun job uit een sociale bewogenheid: ze willen andere mensen helpen. Maar als er veel administratieve taken bijkomen, wordt het soms gewoon te véél…. Ook onderwijzers zijn erg geefgezind. Maar ze worden vaak gepest en getest, waardoor de druk stijgt. De hele problematiek rond drugs op school en de veranderde mentaliteit van de jeugd, dragen ook hun steentje bij…. Uiteraard is naastenliefde een prima eigenschap, maar een gezonde dosis eigenliefde kan zeker ook geen kwaad.”

We staan voordurend voor nieuwe uitdagingen

Stressaandoeningen komen steeds vaker voor, en iedereen kan er het slachtoffer van worden. Het is een teken van deze tijd. Onze maatschappij is voortdurend in beweging. De nieuwe technologie evolueert razendsnel. Voor veel mensen gaat het gewoon té snel. Sommige bedrijven hebben een bedrijfspsycholoog in dienst om werknemers persoonlijk te begeleiden of te ‘coachen’. Maar dat is lang niet overal het geval. Paul Koeck: “Mensen zoeken stabiliteit, veel meer dan verandering. Voorbeelden zijn er genoeg. Je kiest een partner met wie je het liefst de rest van je leven deelt, je sticht samen een gezin…. Aan de andere kant zijn de professionele werkelijkheid én toekomst nog nooit zo onzeker geweest, door de toenemende internationalisering, fusies, de druk van de concurrentie…. We staan voortdurend voor nieuwe uitdagingen en daar moeten we mee leren omgaan. Dat is niet evident. We kúnnen de dingen niet langer voor honderd procent onder controle hebben. De oplossing? Probeer het er gewoon zo goed mogelijk van af te brengen. Om in deze maatschappij te overleven, moet je ook een goede manager zijn van jezelf. Je moet zelf het initiatief van je leven in handen nemen. Zelf de touwtjes in handen proberen te houden. Wie daarin slaagt, loopt al veel minder kans op burn-out.

De signalen herkennen, hoe sneller hoe beter!

Burn-out is geen ziekte die plotseling uit het niets opduikt. Er zijn signalen die het ontstaan ervan aankondigen. Vaak gaat het om allerlei vake klachten zoals vermoeidheid, hartkloppingen, lusteloosheid…. Als je die alarmsignalen tijdig herkent, kun je erger voorkomen. Paul Koeck: “Ook als je alles zwart ziet, gaat het de verkeerde kant uit. Als je bij het minste en geringste in tranen uitbarst. Of als je je zelfs over de kleinste dingen opwindt.” Dingen op lange baan schuiven, kan ook een teken zijn. Of omgekeerd: hard doorwerken, omdat je denkt dat je er dan wel weer bovenop komt. Maar vaak kun je hoofd- en bijzaken niet meer van elkaar gescheiden houden, zodat alles even belangrijk lijkt. Alles maar de boel laten, lukt je niet. Eerst nog snel-snel dit afwerken…. Paul Koeck: “De pijn wordt groter. Je wilt er sneller uit raken en je neemt steeds grotere stappen. Terwijl je net moet leren die grote stappen te vervangen door kleine stapjes.”

Soms lost het zichzelf op, soms niet…

Vaak lossen de problemen zichzelf op, door een toevallig goed gesprek met een vriend, bijvoorbeeld. Of je kunt iets meemaken waardoor je een nieuwe kijk krijgt op de dingen. Ook in een boek kun je jezelf herkennen. Alleen als de problemen blijven aanslepen – en zodra je het gevoel krijgt dat je in een vicieuze cirkel terechtkomt – kun je beter professionele hulp zoeken. Paul Koeck: “Mensen hebben het vaak moeilijk om toe te geven dat ze het niet meer aankunnen. ‘Ik ben toch niet gek, zeker’, hoor je dan. Natuurlijk niet. Vaak komt het er gewoon op neer om juist die ‘switch’ te vinden, waardoor je opnieuw hoopvol naar jezelf kunt kijken. We willen mensen ook leren om zélf oplossingen te vinden voor hun problemen. In tachtig procent van de gevallen slagen we daarin na gemiddeld vijf tot zes gesprekken. We stellen vragen als: ‘Wat was het ook alweer waardoor u zich vorige week wat beter voelde? Een weekendje in het groen? Een gesprek met een goede vriend?’ Als iets helpt, doe dat dan vaker. Klamp je daaraan vast. Probeer kapstokken te vinden. Zo kun je die vicieuze cirkel doorbreken.”

Je zou het ook positief kunnen bekijken

Belangrijk in de stap naar genezing, is dus anders leren denken: de problemen bekijken in een ander kader, in een nieuw perspectief. Paul Koeck: “Mensen hebben altijd twee verhalen. Vaak is het eerste verhaal er één van uitzichtloosheid: het gaat niet meer, ik zie het niet meer zitten. Het probleemverhaal. Want zo gaat het bij een burn-out: het lijkt wel alsof je er altijd last van hebt. Maar in sommige dingen schep je wél plezier. Alleen heb je de neiging om een burn-outervaring te veralgemenen. Je moet dus ook de andere kant van het verhaal zoeken. Vaak is het een kwestie van interpretatie. Als iets niet meteen lukt, kun je jezelf zien als een mislukkeling, maar ook als een doorzetter.

En als je tóch ’n verkeerde keuze hebt gemaakt?

Paul Koeck: “Soms is een andere job inderdaad de enige oplossing. Maar neem die beslissing nooit overhaast. Geef niet halsoverkop je ontslag, kijk liever voorzichtig uit naar een nieuwe baan. En vooral, probeer eerst voor jezelf uit te maken wat je eigenlijk wilt. Maak een plan op van je eigen leven. Waar sta ik? Wat wil ik bereiken? Wat vind ik belangrijk? Hoe wil ik werk en gezin combineren? En overloop die vragen elk jaar opnieuw. Door op tijd na te denken, kun je ook tijdig bijsturen.”

Liever voorkomen…
10 TIPS

  1. Leer nee zeggen. Hebt u zich laten overrompelen? U kunt altijd ergens op terugkomen.
  2. Stel prioriteiten en doe vervolgens één ding tegelijk. Rust even als u iets hebt afgewerkt.
  3. Neem altijd voldoende middagpauze.
  4. Let op de alarmsignalen. Luister naar uw lichaam en grijp op tijd in.
  5. Top niet, maar doe. Piekeren helpt u niet vooruit; vat de koe bij de horens.
  6. Leg de lat niet te hoog. Het hoeft niet altijd perfect te zijn, middelmatig mag ook wel eens.
  7. Laat de anderen niet over u oordelen. Aanvaard uzelf, met uw mindere kantjes.
  8. Luister naar uw gevoel. Probeer te achterhalen waar u zelf warm voor loopt en waar u goed in bent. Vraag u regelmatig af wat echt telt in uw leven.
  9. Bouw een sociaal vangnet uit. Investeer in een aantal goede vrienden en in een sociaal leven. Investeer ook in de relatie met uw partner.
  10. Wacht niet te lang: zoek hulp voor het te laat is. Hoe dieper u wegzakt, hoe langer het duurt voor u er weer bovenop bent.

Journaliste Annegreet van Bergen schreef een boek over burn-out:
“Ik was dus ziek. ‘Ziek’ was een soort geuzennaam voor alle narigheid die me overkwam. ‘Ziek’ was de neutrale noemer waaronder ik al die ellende kon plaatsen zonder dat ik die ziekte nader hoefde te benoemen en bijvoorbeeld zou moeten kiezen uit termen als oververmoeidheid, overbelasting, overspannenheid, overwerktheid of burn-out. Tegenwoordig spreek ik kortweg van burn-out, maar wat maakt het uit welke naam je het geeft? Dat heb ik van mijn psychiater geleerd. Toen ik een paar maanden in therapie was, vroeg ik haar hoe het precies heette wat ik mankeerde. Ze antwoordde dat er minstens twintig termen voor bestonden die elkaar in betekenis weinig ontliepen. Haar diagnose klonk niet erg wetenschappelijk, maar het was een rake typering die aan duidelijkheid niets te wensen overliet: ‘Je bent op. Helemaal oppeldepop.’ … Maanden, nee al jaren, had ik naar oplossingen gezocht hoe ik mijn onrust, mijn slapeloosheid en groeiende vermoeidheid te lijf kon gaan. Ik was meer volkorenproducten gaan eten, plus noten, zaden, bananen en avocado’s, omdat ik gelezen had dat die producten extra gezond zijn voor mensen die last van stress of vermoeidheid hebben. Deze superfoods hebben me beslist geen kwaad gedaan, maar ze boden onvoldoende tegenwicht voor voortdurend leven in opperste staat van paraatheid. … ‘Snel beter worden hoefde niet voor mij’, hield ik mezelf toen voor. ‘Ik wilde vooral goed beter worden’. Want één keer opgebrand raken vond ik niet stom, maar ik had geen zin een tweede keer dezelfde fout te maken. ‘Het is niet erg als je valt, het is veel erger als je blijft liggen’, zei een vriend toen ik die zomer onderuitging. Ik was het helemaal met hem eens, maar ik had geen idee dat ik nog tijden op apegapen zou liggen en dat het bijna een jaar zou duren eer ik weer opgekrabbeld was.”
Uit ‘De lessen van burn-out. Hoe word je er beter van? Een persoonlijk verhaal’. Door Annegreet van Bergen.

Isabelle (36): “Ik wilde bewijzen dat ik het allemaal aankon.
Dat ik mijn alleenstaande-moederschap met een carrière kon combineren”

Isabelle is gescheiden, heeft een dochter van elf en is maatschappelijk werkster in een opvanghuis voor volwassenen. “Mijn ex-man heeft me in de steek gelaten toen Nora, ons dochtertje, amper een jaar oud was. Vanaf dat moment stond ik er alleen voor. En ik ben er tegenaan gegaan. Dat is niet de enige oorzaak van mijn instorting, maar het heeft zeker meegespeeld. En natuurlijk zit mijn aard er ook voor iets tussen: ik ben gedreven, perfectionistisch, wil alles goed doen. Kan moeilijk nee zeggen ook. Dus werd ik hoofd van de afdeling, toen ze me dat vroegen. Ik ging cursussen volgen als dat nodig was voor mijn werk, en lezingen geven. Ik werkte mee aan onderzoeken en schreef rapporten. En ik had op den duur geen privéleven meer. Waarom zou ik? Ik was toch alleen, met mijn kind. Dus offerde ik mijn eigen vakanties op om met de bewoners van het opvanghuis een reisje te maken, en nam Nora gewoon mee. Ook kerst en oudejaar vierden we in het tehuis. Wel gezellig, en tussendoor kon ik nog een klusje afmaken of wat opruimen op mijn kantoor. Ik had niet eens in de gaten hoe verkeerd ik bezig was. En ik vond mijn collega’s die kloegen over werkdruk en werklast maar slappelingen. Tot ik regelmatig last kreeg van vermoeidheid, rugpijn, benauwdheid. Ik merkte ook dat ik op het werk nergens meer enthousiast over kon zijn, dat ik vreselijk opzag tegen alles wat vroeger een uitdaging was geweest, dat ik geen energie meer had. Maar ik dacht: binnenkort neem ik eens een weekje vrij, ga lekker met Nora aan zee uitwaaien, en dan gaat het wel weer. Die week aan de kust ben ik volledig ingestort, lichamelijk en geestelijk. Ik raakte op een ochtend zelfs niet meer uit bed. En nu ben ik thuis, en de huisartsheeft me twee maanden rust voorgeschreven. Twee maanden! En ik, die mezelf altijd zo onmisbaar heb gevoeld, moet nu toegeven dat ze het op het werk wel redden zonder mij. Gelukkig maar, want ik kan niet meer, ik ben op. Of ik al dan niet weer aan de slag ga? Daar kan ik nog niet op antwoorden. Ik wil eindelijk eerlijk zijn met mezelf, en moet dus toegeven dat het wellicht nog een hele tijd zal duren voor ik weer de oude ben. Het is geen kwestie van eens goed uitslapen, of vakantie nemen. Het gaat dieper, dat voel ik nu. Ik heb jarenlang al mijn energie opgebruikt, en moet er nu voor zorgen dat ik weer opgeladen word. Ik moet iets zoeken dat goed voor me is, want ik heb veel te lang niet goed voor mezelf gezorgd.”

Ligt de burn-out op de loer?
TEST UZELF

  • Legt u de lat vaak hoog?
  • Vindt u zichzelf een perfectionist?
  • Kunt u moeilijk nee zeggen?
  • Slaat u wel eens een middagpauze over?
  • Vergeet u wel eens wat?
  • Voelt u zich vaak moe?
  • Hebt u vaak hoofdpijn?
  • Kunt u zich moeilijk concentreren?
  • Lukt genieten steeds minder?
  • Piekert u vaak over uw werk?
  • Gaat u met tegenzin naar uw werk?
  • Staat u op punt de pedalen te verliezen
  • Kunt u maar weinig verdragen?
  • Voelt u zich ‘op’?
  • Verveelt uw werk u?
  • Bent u vaker ziek dan vroeger?
  • Hebt u nergens nog zin in?
  • Kijkt u in uw vrije tijd vooral tv?
  • Drinkt of rookt u meer dan vroeger?

Als u bij deze vragen veelal ‘ja’ zat te knikken, is de kans groot dat u afstevent op een burn-out. Misschien kunt u beter even gaan praten met uw huisarts.

Download het volledig artikel: (pdf) Overspannen, uitgeput, opgebrand & burn-out

Categorieën
pers

Stress, iedereen heeft er wel eens last van

Stress kan positief zijn.

Voor alles wat we doen, voor iedere activiteit, zowel lichamelijk als geestelijk, hebben we stress nodig. In principe brengt dus elke verandering in het dagelijkse leven stress met zich mee. Verwerk je de veranderingen goed, dan geeft die opwinding een positieve stress. Die positieve stressvorm geef je dan weer kracht

Maar ook negatief.

Stress wordt pas ongezond als de gespannen situatie, om wat voor reden ook, te lang aanhoudt. Ze kan dan lichamelijke klachten veroorzaken. En die klachten kunnen soms ernstige gevolgen hebben. Stress bestaat dus niet alleen in de verbeelding, zoals wel eens wordt gedacht, maar is ook een puur lichamelijke reactie. Het centrum in je hersenen dat emoties verwerkt, de hypothalamus, reageert als eerste op stresssituaties. Dan wordt de hypofyse, een klein bolletje onder aan de hersenen, gealarmeerd. De hypofyse produceert vervolgens een pijnstillende stof en een hormoon dat de bijnieren aanzet tot de productie van de stresshormonen. Die versnellen dan ondermeer je ademhaling en het kloppen van je hart. Ze vergroten de bloed- en zuurstoftoevoer en ze verhogen eveneens het suikergehalte in het bloed. Ideaal om op korte termijn uit de problemen te komen, maar nefast voor het lichaam als die toestand langer blijft duren.

Alarmsymptomen

Als je meerdere van deze symptomen vertoont, is het toch echt wel tijd om aan de alarmbel te trekken en er iets aan te doen:

  • verstoord slaappatroon
  • vermoeidheid
  • lusteloosheid
  • piekeren
  • hoofdpijn en pijn in de nek
  • duizeligheid
  • ongeduld
  • snel geïrriteerd zijn
  • stemmingsschommelingen
  • werkobsessie
  • verminderde eetlust
  • minder scherp concentratie vermogen
  • verlies van zelfvertrouwen
  • geen zin in vrijen

SOS Stress

Omdat stress toch een veel voorkomende kwaal is; schreef de GVO-dienst van de Onafhankelijke Ziekenfondsen een brochure over stress. Daarin kan je lezen: Wat zijn de oorzaken van stress? Wanneer is stress positief en wanneer negatief? Hoe tijdig stress herkennen? Welke remedies zijn er mogelijk? Je vindt er dus een heleboel praktische raadgevingen en aanbevelingen in om stress met succes te bestrijden. Die folder kan je gratis aanvragen bij:
GVO
Onafhankelijke Mutualiteiten
Sint-Huibrechtsstraat 19,
1150 Brussel.
Tel: 02/778 92 11,
fax: 02/778 94 08,
E-mail: gvo@mloz.be.
Er bestaat ook een centrum voor Stressbegeleiding, tel: 03-237 99 98.

Leadership Coaching based on your Self-Coaching Program

10 anti-stress tips

  • Leer nee zeggen. Heb je je toch laten overrompelen? Je kan altijd ergens op terugkomen.
  • Stel prioriteiten en doe vervolgens één ding tegelijk. Rust even als je iets hebt afgewerkt.
  • Neem af en toe de tijd om gewoon wat rond te lummelen en tijd te verliezen. Neem zeker de tijd om te genieten van je maaltijden.
  • Let op de alarmsignalen. Luister naar je lichaam en grijp op tijd in.
  • Tob niet, maar doe. Piekeren help je niet vooruit: vat de koe bij de horens.
  • Leg de lat niet te hoog. Het hoeft niet altijd perfect te zijn, middelmatig mag ook wel eens.
  • Laat anderen niet over je oordelen. Aanvaard jezelf, mét je mindere kantjes.
  • Luister naar je gevoel. Probeer te achterhalen waar je zelf warm van loopt en waar je goed in bent. Vraag je regelmatig af wat echt telt in het leven.
  • Bouw een sociaal vangnet uit. Investeer in een aantal goede vrienden en in een sociaal leven. Investeer ook in de relatie met je partner.
  • Wacht niet te lang: zoek hulp voor het te laat is. Hoe dieper je wegzakt, hoe langer het duurt voor je er weer bovenop bent.